Over de puthaak
Met bezems wordt asfalt aangebracht op een dijkglooiing, ergens op Schouwen-Duiveland. Gebruik van asfalt voor de bekleding van dijken en havendammen dateert van na de Tweede wereldoorlog. Eerst gebruikte men het alleen voor het ingieten van steenglooiingen. Op die manier kon in hoog tempo de in 1944 kapot gebombardeerde Westkapelse Zeedijk worden hersteld. (WZE/S)
Eén van de typische gebruiken van de polderjongens was het ‘huwelijk over de puthaak’. Dit was een simpel ritueel dat het samenleven tussen een polderjongen en een keetmeid bevestigde. Twee oudere arbeiders hielden aan weerszijden een puthaak
vast, waarover dan de ‘bruid’ en ‘bruidegom’ sprongen. Dat was alles.
De Zeeuwse bevolking had doorgaans een grote afkeer van de van heinde en verre samengestroomde dijk- en kanaalwerkers en hun weinig ingetogen levenswijze. Dat wantrouwen was zelfs na de Tweede Wereldoorlog, bij de droogmaking van het in 1944 geďnundeerde Walcheren, niet geluwd.