Allerlei soorten sluizen
Sluizen zijn onderdeel van de waterkering. Ze hebben één of meer beweegbare delen. Hiermee kan het waterpeil worden gemanipuleerd. Te onderscheiden zijn onder meer
- uitwaterings- of suatiesluizen
- keersluizen
- spuisluizen
- inlaat- of inundatiesluizen
- schutsluizen, en
- doorlaatsluizen.
Een doorlaatsluis zoals in de Brouwersdam (met vissluis) bestaat uit kokers, die zowel voor de inlaat als de uitlaat van water kunnen dienen.
Uitwateringssluizen zijn de oudste vormen van sluizen. Ze zijn nodig om overtollig polderwater te kunnen lozen. Het stadje Sluis in West-Zeeuws-Vlaanderen dankt zijn naam aan één van de oudste ‘suatiesluizen’.
Keersluizen zijn te vinden in Vlissingen (de naam Keersluisbrug verwijst ernaar), Zierikzee en Brouwershaven. Bij zeer hoge waterstand kunnen ze een deel van een kanaal of haven afsluiten.
Spuisluizen – de buurtschap Spui bij Axel heet ernaar – waren vooral belangrijk in de tijd vóór de Deltawerken, toen Zeeland veel tijhaventjes telde. Bij vloed liet men de spuikom vollopen; bij eb spoelde men met dat water het drooggevallen deel van het haventje (de ‘zate’) en de havengeul schoon. Zo ook in Middelburg.