240 dijkvallen
De inlagen Torenpolder / De Keihoogte zijn eigendom van Stichting Het Zeeuwse Landschap. ‘Kupen’ noemt men de inlagen op Noord-Beveland ook wel. De hele noordkust van Noord-Beveland wordt afgebiesd met inlagen die merendeels door deze stichting worden beheerd.
Net als de zuidkust van Schouwen is de noordkant van Noord-Beveland diep getekend door de waterstaatsgeschiedenis. Dijk- en oevervallen, aanleg en verlies van inlagen, landinwaartse aanleg van nieuwe inlagen wisselden elkaar steeds af. Dat verklaart de onregelmatige vorm van de noordkust van het eiland, en de in de zeearm uitstekende nollen. Alleen al tussen 1800 en 1960 zijn hier ruim 240 dijkvallen geteld. Ook uit een tijd van lang vóór bedijkingen en inpolderingen zijn sporen opgedoken.
Ganuenta
Ganuenta, ver in de Oosterschelde, leverde een massa altaarstenen van de inheems-Romeinse godin Nehalennia op. (Zie ook het thema
Nehalennia) En bij de Noordhoeksnol ten westen van Colijnsplaat en aan de oostkust van Noord-Beveland zijn inheems-Romeinse boerderijen getraceerd. Tweeduizend jaar historie, bespoeld door de zilte golven van Nationaal Park de Oosterschelde.
Nooit klaar
De historie van het gebied van de Keihoogte mag stokoud zijn, als inlaag is de Keihoogte met de oostelijker gelegen inlaag ’s-Gravenhoeck de jongste van Noord-Beveland. Deze is namelijk pas gevormd bij het op Deltahoogte brengen van de Oosterscheldedijk in 1980. Lage duintjes in de inlaag Keihoogte, begroeid met de zeldzame blauwe zeedistel, herinneren nog aan de tijd toen het getij en zandverstuivingen hier vrij spel hadden.
Het werk van zee en mens aan de noordkust van Noord-Beveland is nooit klaar.

Fantasietekening uit de 18e eeuw van de kerk van Tolse(i)nde (ZA/ZI)
Verdronken
Tolsende is één van de vele verdronken dorpen in het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Deze gingen merendeels verloren als gevolg van de vloeden van 1530/32. Het dicht onder Tholen gelegen Reimerswaal, eens de derde stad van Zeeland, hield het in dit gebied het langste uit. Na een eeuw van tegenslag en nieuwe rampen vertrokken de laatste inwoners in 1631 naar Tholen.