Westkapelse Zeedijk

Geallieerde verwoestingen

Dat de Westkapelse Zeedijk niet zomaar een dijk is, begrijpt iedereen die zich begeeft op dit machtige kunstwerk. Als een vooruitgeschoven post beschermt hij de ‘Westkaap’ van Walcheren al eeuwen tegen de zee. De dijk werkt als een magneet. Het is een echte attractie voor bezoekers van heinde en verre maar ook voor inwoners van Westkapelle. Nergens op Walcheren besef je beter dat de mens dit voormalige eiland eigenlijk maar in leen heeft van de Noordzee.

Inundatie

Pal bezuiden Westkapelle wordt de machtige dijk onderboken door een duingebiedje, met daarachter de Westkapelse Kreek. Mooie natuur, maar wél een herinnering aan het feit dat in recente tijden de mens een grotere vijand van de dijk was dan de zee. De kreek is een restant van de inundatie van Walcheren in 1944.
Gezicht op Westkapelle vanaf de dijk
Gezicht op Westkapelle vanaf de dijk.

Over Westkapelse Zeedijk...

en (oorlogs)verleden van Westkapelle vindt u veel meer in het Polderhuis Westkapelle, Dijk- en Oorlogsmuseum. Klik hier voor de website van dit museum.
Het tankmonument op de Westkapelse Zeedijk
Het tankmonument op de Westkapelse Zeedijk
'Op 3 en 29 october 1944 werd deze dijk door geallieerde bommen doorbroken, ter wille van de bevrijding van Walcheren. Westkapelle werd verwoest, Walcheren door de zee overspoeld. 1 Nov. landing der geallieerden. 8 Nov. Walcheren bevrijd. 3 Oct. 1945 dijkgat gedicht. Walcheren kan herrijzen.’

Zo luidt de tekst op de middelste gedenksteen bij het in 1961 uitgebreide ‘tankmonument’ op de dijk in Westkapelle. Wanneer men van deze steen leest over de traumatische gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog staat men een beetje ten noorden van het voormalige dijkgat.

Veel meer

Geschiedenis in een notendop, maar er is natuurlijk meer te vertellen over de monumentale Westkapelse Zeedijk. Bijvoorbeeld over het restaurant dat er volgens de hedendaagse richtlijnen eigenlijk niet had mogen staan. Of over het gietijzeren vuurtorentje uit 1875 bij de noordoostknik en zijn ruim bemeten asfalt.
Vuurtorentje bij Westkapelle uit 1875
Vuurtorentje bij Westkapelle. Het gietijzeren torentje stamt uit 1875. Het staat bekend als het 'Lage licht'.

‘Benden’ dijkwerkers

Al met al is de dijk een half millennium oud. Voorheen werd heel Westkapelle door duinen beschermd. Pas in de 15e eeuw waren deze door het wijken van de kust zodanig afgeslagen, dat de zeedijk moest worden aangelegd. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van het natuurlijke voordeel van de aanwezige kustwal.

Gesloten gemeenschap

Volgens de Tegenwoordige Staat van Zeeland, een uitgave uit 1751-1753, was de Westkapelse Zeedijk ‘een der beroemdsten, die in de weereld bekend zyn’. Door zijn voorpostfunctie werd eeuwig en altijd onderhoud aan de dijk gepleegd. Ook werden allerlei aanpassingen aangebracht. De dijkwerkers van Westkapelle voeren er wél bij. Hun leven was geheel verbonden met het wel en wee van ‘hun’ zeedijk. Vanaf de 16e tot ver in de 20e eeuw vormden deze mannen een gesloten gemeenschap met eigen regels. Men werkte in ‘benden’. Ze
  • hadden elk een gelijk aantal minder actieve bejaarden in hun midden
  • kozen hun eigen leiders, en
  • onderhielden een gezamenlijke ondersteuningskas.

Strandjutten

Indeling bij een bende gebeurde op grond van familiebanden. Stormen en stormvloeden (onder andere in de jaren 1612, 1682, 1802, 1834 en 1883) betekenden werk en dus een bescheiden welvaart voor de dijkwerkers. Voor de rest heerste er vooral armoede. Met strandjutten wist men zo nu en dan wat extra te verdienen. Menig ‘Westkappelaar’ laat zich nóg het plezier van het jutten niet ontnemen.

 





Dijkwerkers, bezig met het punten van palen bij Westkapelle, omstreeks 1930 (ZB/ZDC)
Dijkwerkers, bezig met het punten van palen bij Westkapelle, omstreeks 1930 (ZB/ZDC)

Paalworm

Uitbeelding van de verwoestende activiteit van paalwormen (ZA/ZI)
Uitbeelding van de verwoestende activiteit van paalwormen (ZA/ZI)
Ondermijning ondervond de dijk niet alleen door de rusteloze zee, maar ook door een geniepig weekdiertje dat generaties waterbouwers grijze haren bezorgde: de paalworm.

Omstreeks 1732 heerste in Westkapelle en andere delen van Nederland weer eens een ernstige epidemie van het onwelkome beestje. De in zee levende paalworm vertoont een grote voorkeur voor hout, waarin het lange gangen boort, zodat het hout zijn weerstand verliest. Beschoeiingen, paalhoofden, rijshout – niets was in het verleden veilig voor de paalworm.

In 1732 probeerde men de dreiging af te wenden door gebedsdiensten én wetenschappelijk onderzoek naar oorzaken van de aantasting en mogelijke remedies. Pas sinds de 20e eeuw kan de paalworm effectief worden bestreden door het gebruik van geïmpregneerde houtsoorten.

 



Links: uitbeelding van de verwoestende activiteit van paalwormen in hout (ZA/ZI)

Domburgs ‘kapitale hoofden’

Veel Domburgers hebben iets met hun paalhoofden. Aldus journalist en schrijver Cees Maas, zelf afkomstig uit deze Walcherse badplaats. ‘Vraag niet wat, het hoort gewoon bij hun Domburggevoel,’ zegt hij. ‘Mondriaan herkende dat prachtige lijnenspel op het strand al, en begon ze om te zetten in zijn beroemde streepjesschilderijen.’

Wonderheden der natuur

'Gezigt van den Dyk van West Kapelle', tekening van Jan Arends uit 1779. De bekende topografische kunstenaar Jan Arends (1738-1805) maakte drie tekeningen in kleur van de Westkapelse Zeedijk, allemaal even groot. De andere twee tonen de omgeving van het 'Zuidwaarts hoofd' en het 'Kruishoofd en Baken'. Door inwerking van het licht is in de loop der jaren de oorspronkelijke groene begroeiing blauw verkleurd. (ZA/ZI)
'Gezigt van den Dyk van West Kapelle', tekening van Jan Arends uit 1779. De bekende topografische kunstenaar Jan Arends (1738-1805) maakte drie tekeningen in kleur van de Westkapelse Zeedijk, allemaal even groot. De andere twee tonen de omgeving van het 'Zuidwaarts hoofd' en het 'Kruishoofd en Baken'. Door inwerking van het licht is in de loop der jaren de oorspronkelijke groene begroeiing blauw verkleurd. (ZA/ZI)
  
Al eeuwen heeft de Westkapelse Zeedijk zijn bewonderaars. Zo maakte een Leidse theologiestudent, Frans Cornelis Hoogvliet, in 1774 een aangenaam zomerreisje door Zeeland. Hij bezocht ook de Westkapelse Zeedijk en vond deze van een ‘zeer breede hoogte en verwonderingbaarende sterkte tegen het woeden van de Noordzee aan de Zeeuwsche kusten’. Over de golven verleende de zeedijk een ‘verrukkend gezigt’, aldus de opgetogen student.

Frans Cornelis Hoogvliet toonde ook belangstelling voor de paalworm. Hij schreef daarover in zijn reisverslag: ‘Men ziet hier ook de wonderheden der natuur en van derzelven regtvaerdigen schepper in het door wormen doorknaagde hout en steenen zelfs door het gewormte doorgeboord met verscheiden ronde openingen waarvan wij proeven medenamen.’ De ‘doorboorde’ stenen waren overigens op het conto te schrijven van de tamelijk onschuldige boormossel.
De tegenwoordige paalhoofden ter plaatse zijn maar flauwe aftreksels van de ‘kapitale hoofden’ van vroeger. Het waren lange en brede paalhoofden met loopplanken. Met hoogwater konden er zelfs schepen aanleggen.

Maas: ‘Dat was aan het eind van de 18e eeuw. Ze hadden één nadeel: er konden ook vijandelijke schepen aanmeren. Bovendien werden ze opgevreten door de paalwormen, wat het onderhoud enorm duur maakte.’ De kapitale hoofden hebben daarom niet lang bestaan.

>> Meer over zomerreisje

Titel van de reisbeschrijving van F.C. Hoogvliet uit 1774 is: Korte beschrijving van een zomer-reisje door Zuid-Beveland, Schouwen en Walcheren. In 1926 is het gepubliceerd in tijdschrift De navorscher 75 (1926) met inleiding en aantekeningen uitgegeven door P.J. Meertens. In de bibliotheek kan dit reisverslag worden geraadpleegd. Meer gegevens: klik hier.


Creative Commons Licentie