Iedereen die in de provincie overlijdt wordt ingeschreven in de Zeeuwse registers, of men er nu officieel woont of niet. Vervolgens wordt het overlijden dan ook nog eens ingeschreven in het overlijdensregister van de officiële woonplaats. Cornelis Krabbe uit Renesse overlijdt bijvoorbeeld op 24 januari 1952 in het ziekenhuis te Noordgouwe. Hij is in beide plaatsen in het overlijdensregister te vinden.
Inhoud overlijdensakten
In de akte staat natuurlijk de naam van de overledene, zijn leeftijd en eventueel beroep en natuurlijk de dag en het tijdstip (voor zover mogelijk) van overlijden. In de akte horen ook de namen van zijn ouders, zijn geboorteplaats, zijn huwelijkse staat en indien van toepassing, de naam van de partner te staan. Soms is dat bij de aangevers allemaal niet bekend. De vermelding van het adres in de overlijdensakte is nooit verplicht geweest en staat er dan ook meestal niet in.
De begrafenis van veldwachter J.A. Noordhoek te Sint Laurens, 1929 (ZA/HTAM)
Fouten
Als gegevens van de overledene bij de aangever onbekend zijn, leidt dat soms tot grote fouten. In 1835 verklaren Jan Lodewijk, sergeant van het garnizoen te Axel en Abraham Hollebrand, fuselier, dat in de infirmerie (ziekenboeg) van het garnizoen Cornelis Koomen is overleden, op 23 januari 1835 om één uur ’s nachts. Op 11 november van datzelfde jaar toont de springlevende Cornelis Komen aan de rechtbank te Goes een brief van de majoor kommandeur van het depot der infanterie te Delft alsmede een brief van de burgemeester van Abbekerk, om te bewijzen dat niet hij is overleden, maar een zekere Jan Komen uit Lambertschaag (Noord-Holland). De vergissing wordt rechtgezet met een aantekening in de marge van de akte.
Aangifte
Al vrij snel na de invoering van de burgerlijke stand is het in Zeeland gebruikelijk dat de aangifte van een overlijden gedaan wordt door de lijkdienaar, oftewel de begrafenisondernemer. Voor genealogen dus geen gelegenheid om familieleden op te sporen! De aangifte moet tot 1935 gedaan worden door twee personen, daarna volstaat 1 aangever.
Een fuselier is ...
een geweerschutter. Het is een type soldaat dat aan het eind van de 17e eeuw ontstaat. Hij wordt vernoemd naar zijn wapen, het ‘fusil’; dit is een vuursteenslotmusket dat lichter en korter is dan het lontslotmusket dat door de musketiers wordt gehanteerd (bron: Wikipedia).
Overlijdensakte van Jacob van den Bout en Geertje Patmos, gemeente Elkerzee, 1815 (ZA, Archief burgerlijke stand)
Links: in deze akte staat vermeld dat Tonis van den Bout (81 jaar), landbouwer, en Geertje Patmos (70 jaar), gehuwd en wonende te Elkerzee, op 22 december 1815 dood zijn aangetroffen door zoon Jacob van den Bout en neef Frans Willemszoon...
Levenloos geboren kinderen
Van kinderen die levenloos geboren worden, of die heel kort na de geboorte overlijden, wordt geen geboorteakte opgemaakt maar een speciaal soort overlijdensakte. Vaak wordt niet eens een naam opgenomen van het kind, maar alleen de aanduiding ‘levenloos’ en de namen van de ouders. Omdat ook geen geslacht van het kind hoeft te worden vermeld, blijft in zo’n geval onduidelijk of het om een jongen of een meisje gaat.
Akte van een levenloos geboren kind (ZA, Archief burgerlijke stand)
Links: op 25 augustus 1913 'melden' ambtenaar van de Burgerlijke Stand Clarinus Pieter de Bie en 'lijkdienaar' Jacob Landman in een overlijdensakte te Zierikzee dat zij op 23 augustus een levenloze zoon van Cornelis Overdulve en Antonia Sies hebben aangegeven.
Akten van lijkvinding
In een waterrijke provincie als Zeeland komt het helaas met enige regelmaat voor dat er een lichaam aanspoelt, waarvan niet duidelijk is wie het is. Ook kan het gebeuren dat er een handelsreiziger of onbekende persoon dood gevonden wordt, waarvan niemand de naam of herkomst weet. In dat geval wordt in de overlijdensakte niet de plaats en tijd van overlijden, maar de plaats, tijd en omstandigheden van de vondst van het lichaam opgenomen. Officieel is zo’n akte niet verplicht, in de praktijk komen we het echter toch regelmatig tegen.
Akte overleden op zee (ZA, Archief burgerlijke stand)
Links: op 4 december 1863 wordt in de registers van de Burgerlijke Stand van Middelburg gemeld dat Fr. Marhij? (of Hardij?) overboord geslagen en verdronken is. Over leeftijd, woonplaats etc. zijn geen verdere gegevens bekend.
Vermissing
In het geval van vermissing kan door de nabestaanden na verloop van tijd gevraagd worden of er een verklaring van overlijden kan worden opgemaakt. Is die afgegeven door de rechtbank of het ministerie dan kan er ook een overlijdensakte worden ingeschreven. In de wet staat dat dit kan:
- na één jaar, als de vermiste op een vaartuig zat waarvan niets meer is vernomen
- na drie jaar als de vermissing in verband kan worden gebracht met een oorlog of natuurramp; en
- pas na vijf jaar als de vermiste met de noorderzon is vertrokken.
In de praktijk gebeurt dit vaak wel sneller, als er bijvoorbeeld getuigen zijn die de vermiste overboord van een schip hebben zien slaan. Ook na de watersnoodramp van 1953 worden al binnen een jaar de eerste verklaringen van overlijden afgegeven door het ministerie.
© Geschiedeniszeeland 2012