Willem I, graaf van Nassau, prins van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland enz. 1559-1584. Steendruk naar tekening van Chimaer (Zeeland in Beeld)
In 1563 vereert Willem van Oranje (1533-1584) de stad Veere met een bezoek en feestmaal in de toren. Op 21 juni 1575 viert hij er zijn derde huwelijksfeest (met Charlotte de Bourbon). Acht jaar later, op 1 september 1583, is het opnieuw feest. Dit keer viert de Vader de Vaderlands in de toren zijn vierde huwelijk (met Louise de Coligny).
Enkele andere gasten en bezoekers van aanzien zijn: de graven van Egmond en Hoorne (1562), de zus van keizer Karel V (1563), Hertog Johan Cazimir von Pfalz (1573), admiraal Boisot, Willem Karel Hendrik Friso (1748), Willem V (1766).
Nog weer later zijn het bekendheden als Reinier en Gracia (Grace Kelly) van Monaco, Albert II, koning van België en natuurlijk Koningin Beatrix. Ook een groot aantal bekende (en minder bekende) schrijvers, kunstenaars en artiesten bezoeken (en overnachten) in de toren (zie rechts).
Terugloop
De terugloop in de welvaart van Veere eind 18e eeuw heeft ook gevolgen voor de Campveerse Toren. Als herberg verliest het gebouw namelijk toch enigszins zijn status.
Een deel wordt in gebruik genomen voor de huisvesting van het in Veere gelegerde garnizoen. De toren maakt immers nog steeds deel uit van de vestingwerken, totdat in 1861 de vesting wordt opgeheven. Het puntige leien dak verdwijnt kort daarna en maakt plaats voor een terras. De Campveerse Toren wordt dan inmiddels verpacht als logement en koffiehuis.

Louise de Coligny, reproductie van een oude gravure (Zeeland in Beeld, KZGW/ZI)
Wonderlijkste herberg
Op de lijst van schrijvers, kunstenaars en artiesten die de Campveerse Toren bezoeken staan onder andere: Hendrik Willem van Loon, Karel Appel, Peter van Straaten, Jan Wolkers, Bertus Aafjes, Nescio, Viruly, Charley Toorop, Anton Pieck, Eppo Doeve, Wim Sonneveld, Conny Stuart en Youp van 't Hek.
Schrijver en dichter Bertus Aafjes (1914-1993), noemt de Campveerse Toren 'de wonderlijkste herberg die men zich denken kan' (B. Aafjes, 'Kroniek van een dood stadje', in:
In de Nederlanden zingt de tijd, Amsterdam 1976).