Watersnoodramp 1953
Gebroken dijk van de Nieuw-Neuzenpolder bij Terneuzen, West Zeeuws-Vlaanderen (Beeldbank Zeeland, foto: B. Hofmeester)
Op 1 februari 1953 zorgt een uitzonderlijke stormvloed bij springtij voor een enorme ramp. Dijken breken op diverse plaatsen, polders en dorpen stromen onder water, vele mensen en dieren verdrinken, er ontstaat een enorme schade. De watersnood verrast de meeste mensen in hun slaap.
Ruim 1800 mensen komen om. Het leed is bijna niet te overzien. Huizen en eigendommen gaan verloren. Het land is onbruikbaar. Veel tijd gaat voorbij tot het leven weer enigszins naar normaal terugkeert.
Deltaplan
Al op 18 februari 1953 roept de minister van Verkeer en Waterstaat de zogenoemde Deltacommissie in het leven. Deze deskundigen moeten de minister adviseren welke maatregelen noodzakelijk zijn om een volgende watersnoodramp te voorkomen. Met behulp van ideeën en voorstellen die al vóór 1953 waren gemaakt, stelt deze commissie een plan op tot versterking van dijken en gedeeltelijke afsluiting van riviermonden. De uitvoering van dit Deltaplan gaat in 1954 van start.
De afsluitingswerken in Zeeland en bij de Zuid-Hollandse eilanden, ook wel
Deltawerken genoemd, worden uitgevoerd door de Deltadienst.
 
Lees verder over deze verschrikkelijke ramp in thema
Watersnoodramp 1953

Vanuit een gat in het dak de reddende roeiboot in, Dreischor (Schouwen-Duiveland) 1 februari 1953 (Beeldbank Zeeland)
De naam "Deltaplan" dateert al van vóór 1953. In 1948 komt de term reeds voor in de kop van een krantenartikel van journalist Klaas Graftdijk (Het Vrije Volk van 7 januari 1948) dat gaat over plannen tot afsluiting van zeearmen.