Oorzaken van de emigratie

Mislukte Oogst

In de zomers van 1845 en 1846 vernielt de 'phythophtera infestans' in Zeeland het grootste deel van de aardappeloogst. Tegen de schimmelziekte is niets te beginnen. Ook nu niet trouwens. Nog steeds vormt deze ziekte een bedreiging voor de aardappel. De schimmel tast zowel het loof als de knol aan en verspreidt zich razendsnel. Vooral tijdens koude natte zomers is de schade groot in gebieden met een vochtig zeeklimaat zoals Zeeland.

Onrust en crisis

De armoede die de ziekte veroorzaakt brengt veel sociale onrust. Daarnaast is er een crisis in de landbouw door de lage graanprijzen. Paradoxaal genoeg ten gevolge van de import van goedkoop graan uit de Verenigde Staten (VS), het land waar de emigranten een beter (boeren)bestaan hopen op te bouwen. Een derde reden is het geringe grondbezit van de kleine boeren in Zeeland. Elders kunnen kleine boeren op eigen grond bijverdienen. In Zeeland heeft minder dan een kwart van de arbeiders een stukje eigen grond.


Aardappelziekte, uitgebeeld op onderwijsplaat, 1924 (geheugenvannederland.nl)
Veel Zeeuwse boeren hebben te weinig eigen grond om van te kunnen leven. Op de foto een kleine moestuin bij een boerderij in Sluis, ongeveer 1910 (Beeldbank Zeeland)
Veel Zeeuwse boeren hebben te weinig eigen grond om van te kunnen leven. Op de foto een kleine moestuin bij een boerderij in Sluis, ongeveer 1910 (Beeldbank Zeeland)
Boven: uitleg over aardappelziekte. Onderwijsplaat uit Atlas der Krankheiten der landwirtschaftlichen Kulturpflanzen, 1924. (geheugenvannederland.nl: copyright: Stichting Academisch Erfgoed)

Godsdienstige motieven

Dominee Cornelis van der Meulen (1800-1876) is predikant van de afgescheidenen in Goes en omstreken. De afgescheidenen hebben zich in 1834 van de Hervormde Kerk afgekeerd. Ze kunnen zich niet vinden in de leer die te belemmerend werkt om hun orthodoxe opvatting in praktijk te brengen. Tot 1840 worden de afgescheidenen door de overheid vervolgd. Deze wil immers het centrale gezag van de hervormde synode handhaven. Ook daarna blijven de afgescheidenen nog achtergesteld en de economische crisis drukt dan ook zwaar op hen.

Eigen bevinding

Als er een paar groepen van honderden landverhuizers emigreren naar Amerika trekt dit de Zeeuwen over de streep. In navolging van de dominees A.C. van Raalte en H.P. Scholte gaat ook Van der Meulen met zijn gemeente naar de Verenigde Staten (VS). Het land van de nieuwe mogelijkheden waar in een christelijke samenleving naar eigen bevinding kan worden geleefd. Dominee van der Meulen benadrukt dat vooral de armen een kans moeten krijgen mee te gaan naar Amerika.

Zeeuwsche Vereeniging voor Landverhuizing

Op 1 februari 1847 wordt door zes Zeeuwen de 'Zeeuwsche Vereeniging voor Landverhuizing naar de Vereenigde Staaten van Amerika' opgericht in Goes. De vereniging verlaat Nederland als kerkelijke gemeente. Dominee Van der Meulen is haar predikant. In april 1847 gaan in totaal 457 Zeeuwen, verdeeld over drie groepen, naar de VS.




Landarbeiders uit Vrouwenpolder bij de aardappeloogst, circa 1930 (Beeldbank Zeeland)
Veel landarbeiders emigreren naar de VS omdat ze daar een betere toekomst verwachten in de landbouw. Aardappelziekte en mislukte oogsten zijn hier onder meer debet aan. Op de foto: landarbeiders uit Vrouwenpolder halen de aardappeloogst binnen, rond 1930 (Beeldbank Zeeland)
De afgescheidenen voelen zich niet langer thuis en verlaten na de Hervormde Kerk ook Nederland zelf. Kerkgangers in de kerk van Kapelle op een prentbriefkaart van rond 1920 (Beeldbank Zeeland)
De afgescheidenen voelen zich niet langer thuis en verlaten na de Hervormde Kerk ook Nederland zelf. Kerkgangers in de kerk van Kapelle op een prentbriefkaart van rond 1920 (Beeldbank Zeeland)

Katholieken en protestanten

Hoewel de bittere armoede door de crisis in de landbouw de voornaamste drijfveer voor emigratie is, blijkt het niet de enige. Veel landbouwers in Zeeland, Groningen en Friesland worden werkloos door de mechanisatie in de bedrijfstak. Er bestaat spanning tussen katholieke en protestantse arbeiders in West-Zeeuws-Vlaanderen. De protestanten hebben de meerderheid, maar de katholieken alle machtsposities. Belgische landbezitters importeren goedkope katholieke landarbeiders. Daarop vertrekken de protestantse landarbeiders. Op Duiveland is het omgekeerde het geval. Ook noemt historicus Michael Wintle de angst voor cholera-epidemieën als een van de redenen voor vertrek.
Door de mechanisatie van de landbouw worden veel landarbeiders werkloos. Op de foto landarbeiders in Vrouwenpolder, ongeveer 1930 (Beeldbank Zeeland)
Door de mechanisatie van de landbouw worden veel landarbeiders werkloos. Op de foto landarbeiders in Vrouwenpolder, ongeveer 1930 (Beeldbank Zeeland)

Overtocht

Vrijwel alle Nederlandse emigranten vertrekken vanuit de haven van Rotterdam. Eerst met zeilschepen in kleine groepen, begin 20e eeuw met grote passagierstoomschepen. Tussen 1820 en 1880 vertrekken ongeveer 45.000 emigranten vanuit de havens van Rotterdam, Antwerpen, Liverpool, Le Havre, Amsterdam en Londen.

Aan het begin van de 20e eeuw zijn er twee grote passagiersdiensten naar de VS actief. Het zijn de Red Star Line vanuit Antwerpen en de Holland Amerika Lijn vanuit Rotterdam. Met deze diensten kan voor een billijke prijs een snelle overtocht worden gemaakt.

Agenten

Zowel in Nederland als in de VS bestaan reisagenten en -bureaus. Deze zitten meestal in de grote steden en bieden de emigranten reisdocumenten van vertrek tot bestemming aan. Agenten zijn bijvoorbeeld Prins & Zwanenburg, Steinman & Company en Adolph Strauss. De laatste biedt voor 30 gulden een overtocht per schoener aan. Dat is voor de meeste arbeiders wel één tot drie maandlonen.

Bestemming

De havens van bestemming zijn in het begin Boston, Baltimore, Philadelphia, New Orleans en New York. Na 1850 is New York bijna uitsluitend haven van aankomst. De emigranten vinden er een veilig onderkomen in het opvanghuis Castle Garden. Daar mogen ze blijven totdat ze geld hebben ontvangen van bekenden.

 
















Affiche voor landverhuizers van reisagent J.C. Bebelaar, Vlissingen, 19e eeuw (Beeldbank Zeeland)
Affiche voor landverhuizers van reisagent J.C. Bebelaar, Vlissingen, alsmede het agentschap te Sluis, 19e eeuw (Beeldbank Zeeland)
De stad heeft goede vervoersverbindingen met het Grote Merengebied en na 1852 rijdt er een trein van New York naar Chicago. Hierdoor kunnen de emigranten makkelijk op hun plaats van bestemming komen. Velen vestigen zich rondom het Grote Merengebied.
Tekening van een zeilschip met hulpstoomvermogen dat werd gebruikt voor de overtocht naar Amerika, ongeveer 1870 (Beeldbank Zeeland)
Tekening van een zeilschip met hulpstoomvermogen dat werd gebruikt voor de overtocht naar Amerika, ongeveer 1870 (Beeldbank Zeeland)

Concentratie van Zeeuwen

21% van alle Nederlanders die in de periode 1831-1877 naar de VS vertrekt, komt uit Zeeland. De grootste concentratie daarvan komt uit West-Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Schouwen-Duiveland. In de periode 1880-1920 emigreren nog gemiddeld 600 Zeeuwen per jaar. Tussen 1880 en 1900 vertrekken ruim 11.000 Zeeuwen naar de VS.
In de jaren 1906-1910 emigreert zelfs 1,5% van de Zeeuwse bevolking onder wie veel inwoners van Yerseke, Biervliet en ’s Heer Arendskerke.