Slag bij de Etna
De Ruyter als luitenant-admiraal-generaal met facsimile van zijn handtekening (Zeeuws Archief, KZGW Zelandia Illustrata IV-778)
In 1675 wordt Michiel de Ruyter naar de Middellandse Zee gezonden. Samen met een Spaanse vloot moet hij gaan optreden tegen Franse kapers. Ook moet Messina (Sicilië) op de Fransen heroverd worden en moeten Nederlandse koopvaarders beschermd worden. Michiel de Ruyter vindt de omvang van zijn vloot onder de maat en de toestand te slecht. Toch gaat hij want:
“..de Heeren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden, en al werd mij gelast 's lands vlag op een enkel schip te voeren, ik zal er mee in zee gaan”.
De Spaanse vloot bestaat onder andere uit galeien. Deze worden met slaven als roeiers aangedreven. Hieronder bevinden zich ook Hongaarse predikanten. Van de Staten-Generaal ontvangt De Ruyter opdracht zich in te spannen om deze predikanten te bevrijden. In februari 1676 lukt het om de Hongaarse predikanten van de Spaanse galeien over te brengen naar zijn eigen schip. Tot op heden wordt de bevrijding van deze predikanten door De Ruyter nog steeds jaarlijks herdacht door Hongaren in Hongarije en Roemenië.
Op 22 april 1676 raakt Michiel Adriaenszoon de Ruyter tijdens de Slag bij de Etna gewond aan zijn rechter been. Hij is geraakt door een Franse kanonskogel. Hij overlijdt een week later aan wondkoorts.