Fragment uit 'Pinksterkermis', blokboekje met houtsneden van Jan Heyse (Middelburg: Van Benthem en Jutting, 1921) (Zeeuwse Bibliotheek)
 
’t Nieuwsgierig steevolk komt van alle kanten aan,
Elk zoekt een plaats, waar hij wel ’t beste denkt te staan.
Men praat, men lacht, men duwt, men dringt en wordt gedrongen.
Men knikt, men groet, men wordt gegroet,
Men wenkt waar dat men wezen moet.
Hier kijft, daar kalt men, en daar ginder wordt gezonden.
Staat ruim! Daar komt de stoet der fiere ridders aan.
Ze rijden deftig voort en zwenken naar de baan,
Die leidt zijn paard en deez' is rustig opgezeten.
Daar onze Jan zijn dekkleed schikt,
Wordt hij van Geertje toegeknikt,
Dat is: nou Jan, toon nou dat jij ’t niet hebt vergeten.