Spelregels

Galop

De ringrijder zit op een ongezadeld paard dat hij/zij in galop de baan instuurt. De baan is een met zand bestrooide 36 meter lange renbaan. De beurt van een ringrijder die met zijn paard in draf rijdt wordt ongeldig verklaard. In de hand heeft hij/zij een lans waarmee een ring moet worden gestoken die in een ijzeren bus halverwege boven de baan hangt.

Wit

Het paard moet versierd zijn. De deelnemer moet geheel witte kleding dragen. Hier overheen wordt over de rechter schouder een oranje sjerp gedragen. De koploper in het klassement, hij of zij die de meeste ringen steekt, krijgt een groene sjerp over de linker schouder.
Bij demonstraties en folkloristische dagen wordt doorgaans in streekdracht gereden. De traditie is echter beperkt. Het betreft meestal de streekdracht van de jaren twintig/dertig van de 20e eeuw. Je mag met wedstrijden meedoen vanaf het jaar waarin je twaalf wordt.
Bus met ring van 38 millimeter, op een hoogte van 2 meter 20 boven de baan
Een bus met ring van 38 millimeter, op een hoogte van 2 meter 20 boven de baan
Zoutelandse ringrijders in Middelburg, omstreeks 1994. De deelnemers aan het ringrijden moeten zich volgens de regels geheel in het wit hullen, met een oranje sjerp over de rechterschouder (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns)
Zoutelandse ringrijders in Middelburg, omstreeks 1994. De deelnemers aan het ringrijden moeten zich volgens de regels geheel in het wit hullen, met een oranje sjerp over de rechterschouder (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns)

Afmetingen

Bij het ringrijden wordt gestoken naar een ring van 38 millimeter in doorsnee. Wordt er gekampt om een prijs en blijven de ringrijders raak steken, dan wordt de ring verkleind. Dat gebeurt steeds met zes millimeter naar 32, 26, 20, 14 en tenslotte 10 millimeter. Net zo lang tot er slechts één ringrijder overblijft die de ring weet te steken.


Baan met rijder in streekdracht, Abdijplein Middelburg 2008
Baan met rijder in streekdracht, Abdijplein Middelburg 2008
Palen op maat... Hier de zogenaamde 'pongers'of 'poengers' in het midden van de baan. Ze staan precies op een vastgestelde afstand van elkaar.
Palen op maat... Hier de zogenaamde 'pongers'of 'poengers' in het midden van de baan. Ze staan precies op een vastgestelde afstand van elkaar.
Als een ring gestoken is moet deze worden afgegeven aan de zogenaamde ringloper (zie hieronder), met de lans achterover geheven. Bij een officiële wedstrijd zijn er 30 beurten om een ring te steken.

De ring hangt onderaan een ijzeren bus in het midden van de 36 meter lange en één meter brede ringbaan. De onderkant van de bus hangt 2,20 meter boven de baan.
De breedte van de baan bedraagt één meter en de hoogte van de met touw bespannen houten palen naast de baan 1,20 meter.
De paarden kunnen aan beide uiteinden van de baan rusten in twee boxen.

Ringen

De afmetingen van gebruikte ringen zijn dus: 38 (hier wordt normaal gesproken op gestoken), 32, 26, 20, 14 en 10 millimeter.
Er is echter ook nog een grotere ring: de hoepel. De omvang van de doorsnede daarvan varieert. 'Op de hoepel' moet die deelnemer rijden die de acht eerste beurten geen ring weet te steken. Tekening Piet Voordes, prentbriefkaart circa 1990 (Beeldbank Zeeland)
Prijzenlat, lansen en bus zoals deze bij het ringrijden worden gebruikt. Tekening van R. de Vries, omstreeks 1860 (Beeldbank Zeeland)
Prijzenlat, lansen en bus zoals deze bij het ringrijden worden gebruikt. Tekening van R. de Vries, omstreeks 1860 (Beeldbank Zeeland)
Boven: de 'hoepel' is een aanmerkelijk grotere ring dan de reguliere van 38 millimeter... Tekening van Piet Voordes op prentbriefkaart van omstreeks 1990 (Beeldbank Zeeland)

Medewerkers

Naast de deelnemers zijn er (nog) meer mensen nodig om een wedstrijd te kunnen houden:
  • de baancommissaris zorgt ervoor dat de wedstrijdregels worden nageleefd en alles in goede banen wordt geleid. Hij wordt geholpen door:
  • twee schrijvers; een die het scoreverloop op het schoolbord bijhoudt en een ander die de beurten in een schrift bijhoudt. Een gemiste beurt is een platte streep, een gestoken ring betekent een staande streep. Turven dus. Verder is er:
  • een ringhanger (of ringoppasser) die telkens de ring in de bus houdt en de staat van de baan in het oog houdt. Meestal zijn er ook nog:
  • twee ringlopers, aan elke zijde van de baan één. Zij nemen de gestoken ringen van de rijders in ontvangst.
Het scorebord met de schrijver op de wagen tijdens de demonstratiewedstrijd op het Abdijplein, Middelburg (2008)
Het scorebord met de schrijver op de wagen tijdens de demonstratiewedstrijd op het Abdijplein, Middelburg (2008)
Een ringoppasser hangt de bus op de juiste plaats (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)
Een ringoppasser hangt de bus op de juiste plaats (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)

Wedstrijd

Actie tijdens demonstratiewedstrijd, Abdijplein Middelburg 2008
Actie tijdens demonstratiewedstrijd, Abdijplein Middelburg 2008
Er wordt gereden van acht uur ’s morgens tot ongeveer vijf uur in de middag. Tussen twaalf en één wordt doorgaans gepauzeerd. Een en ander kan afhangen van het afwerken van een aantal beurten. Tegenwoordig worden er bij een normale wedstrijd 30 beurten verreden. De wedstrijdleiding kan dat aantal echter inkorten als de wedstrijd te lang dreigt uit te lopen.
De laatste tien beurten van de wedstrijd worden om de 'bekers' verreden. De laatste twee beurten 'om de pollepel'. Vaak eindigen deelnemers hier met een gelijk aantal ringen. Dan wordt er gekampt op steeds kleinere ringen. Wie over 30 beurten de meeste ringen steekt is algeheel kampioen. Soms zijn er ook nog prijzen voor (wie) de meeste volgringen, dat zijn opeenvolgende ringen (steekt).
De kampen volgen aan het eind van de wedstrijddag als alle beurten verreden zijn. Daarom is het rond de 'baan' altijd op zijn drukst na de klok van vijf uur.




Ringrijder nuttigt consumptie, Oostkapelle 1991 (Beeldbank Zeeland)
Een ringrijder nuttigt zijn consumptie, Oostkapelle 1991 (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)

Meer over 'de pollepel' op de pagina Tradities
Ringrijden op derde pinksterdag in Oostkapelle. A. Maljaars in actie, 21 mei 1991 (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)
Ringrijden op derde pinksterdag in Oostkapelle. A. Maljaars in actie, 21 mei 1991 (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)

Zeeuws kampioenschap ringrijden

Er zijn bij het ringrijden twee wedstrijden die er echt toe doen. De eerste is de klassementswedstrijd die met een drietal ruiters van een vereniging wordt verreden. Het hoogst haalbare hierbij is het winnen van de ereklas wedstrijden. Individueel kan men kampioen worden van de eigen vereniging.
De hoogste waardering wordt echter behaald met het winnen van het open Zeeuws kampioenschap in Middelburg. Dat wordt altijd gehouden op de derde donderdag van augustus aan het Molenwater van de provinciehoofdstad.

 












Ringrijden open kampioenschap, Molenwater Middelburg 1976 (Beeldbank Zeeland)
Ringrijden tijdens het open kampioenschap. Molenwater, Middelburg 12 augustus 1976 (Beeldbank Zeeland, foto: Provinciale Planologische Dienst)

Sjezenrijden

Sjezenrijden op het Molenwater, Middelburg, omstreeks 1965 (Beeldbank Zeeland, foto: A. van Wyngen)
Sjezenrijden op het Molenwater, Middelburg, omstreeks 1965 (Beeldbank Zeeland, foto: A. van Wyngen)
De sjees is een wagen met twee wielen die achter een paard wordt gespannen. Bij het sjezenrijden zitten man en vrouw, beiden in streekdracht gestoken, op de wagen. De man ment het paard, de vrouw steekt de ringen. De lans die daarbij wordt gebruikt is korter dan die bij het gewone ringrijden.
Anders dan bij het ringrijden moet het paard nu in draf door de baan. In die baan hangen drie of vier ringen in de bussen boven het parcours. Zowel het paard als de sjees moeten worden versierd met levend materiaal. Kunstbloemen zijn dus taboe.









Sjezenrijden, Abdij Middelburg, 2008
Sjezenrijden, Abdij Middelburg, 2008
Versierde sjezen, Abdijplein Middelburg, 2006 (Foto: H. van Leeuwen)
Versierde sjezen, Abdijplein Middelburg, 2006 (Foto: H. van Leeuwen)

Mode

Altijd goed voor een aardige foto...
Altijd goed voor een aardige foto...
Eindigen twee paren met een gelijk aantal ringen dan wordt ook bij het sjezenrijden gekampt. Hoewel het voor de toeristen een fraai 'folkloristisch' plaatje oplevert is dit sjezenrijden niet traditioneel. Het levert mooie foto’s op, dat wel. Deze 'sidekick' van het ringrijden moet echter worden gezien als wat de historicus Eric Hobsbawm 'the invention of tradition' noemt.
Wedstrijden worden nog maar sinds enkele decennia verreden. De streekdracht uit het begin van de 20e eeuw is daarbij voorgeschreven. De vraag is echter of dit er eigenlijk wel bij hoort. Immers, die dracht is nooit standaard geweest, maar altijd aan mode onderhevig.
Versieren van sjees, 1991 (Beeldbank Zeeland)
Een sjees wordt versierd voor de wedstrijd in Middelburg, Oostkapelle, 1991 (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)


Creative Commons Licentie