Palen op maat... Hier de zogenaamde 'pongers'of 'poengers' in het midden van de baan. Ze staan precies op een vastgestelde afstand van elkaar.
Als een ring gestoken is moet deze worden afgegeven aan de zogenaamde ringloper (zie hieronder), met de lans achterover geheven. Bij een officiële wedstrijd zijn er 30 beurten om een ring te steken.
De ring hangt onderaan een ijzeren bus in het midden van de 36 meter lange en één meter brede ringbaan. De onderkant van de bus hangt 2,20 meter boven de baan.
De breedte van de baan bedraagt één meter en de hoogte van de met touw bespannen houten palen naast de baan 1,20 meter.
De paarden kunnen aan beide uiteinden van de baan rusten in twee boxen.
Ringen
De afmetingen van gebruikte ringen zijn dus: 38 (hier wordt normaal gesproken op gestoken), 32, 26, 20, 14 en 10 millimeter.
Er is echter ook nog een grotere ring: de hoepel. De omvang van de doorsnede daarvan varieert. 'Op de hoepel' moet die deelnemer rijden die de acht eerste beurten geen ring weet te steken.