Tradities

Huis van Oranje

Door de eeuwen heen is er een band ontstaan tussen het ringrijden en het Huis van Oranje. De meeste vorsten stellen prijzen ter beschikking voor de wedstrijden in Middelburg of elders.
Stadhouder Willem V, die in 1786 Domburg bezoekt, schenkt twee gouden medailles aan de winnaars. Koning Willem I is op 14 juni 1823 en op 1 juli 1837 aanwezig bij het ringrijden in Vrouwenpolder en in Westkapelle. Willem II woont op 24 augustus 1841 het ringsteken in Westkapelle bij en ook Willem III is daar op 23 mei 1862. Bij die gelegenheid schenkt hij twee gouden horloges met ketting aan de winnaars.
Tekstfragment Zierikzeesche Nieuwsbode, 16 september 1921
Koningin Juliana in actie tijdens het sjezenrijden bij een bezoek aan de Abdij, Middelburg, 17 mei 1960 (Beeldbank Zeeland, foto: J. Castel)
Koningin Juliana in actie tijdens het sjezenrijden bij een bezoek aan de Abdij, Middelburg, 17 mei 1960 (Beeldbank Zeeland, foto: J. Castel)

Wisselbeker

In de jaren twintig van de 20e eeuw wordt de wisselbeker uitgeloofd door de in Veere woonachtige schrijver Hendrik van Loon. Deze zal later beroemd worden in de Verenigde Staten. In 1947 geeft koningin Wilhelmina een zilveren wisselbeker aan de ringrijders.
Drie jaar later stelt ook koningin Juliana een zilveren wisselbeker ter beschikking. Om deze te mogen houden moet de winnaar de beker drie maal achtereen of vijf keer in totaal weten te winnen.

Behagen

Op 25 juni 1954 aanvaardt prins Bernhard het beschermheerschap van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging (ZRV) 'ter instandhouding van een echt Zeeuws volksvermaak en bevordering der folklore.' Op 18 mei 1960 schept koningin Juliana er zelfs behagen in zelf op de sjees plaats te nemen. Ze weet echter geen ring te steken (zie afbeelding hierboven).
Boven: tekstfragment uit de Zierikzeesche Nieuwsbode van 16 september 1921. Piet Brasser is later (1950) de oprichter van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging (zie pagina Oorsprong)






Koningin Wilhelmina, Domburg 1947 (Beeldbank Zeeland)
Koningin Wilhelmina, september 1947, tijdens haar bezoek aan Domburg, samen met burgemeester Jhr. ir. H.J. Boogaert (Beeldbank Zeeland)

Ringrijden op pinksterdrie

Ringrijden op derde pinksterdag, 1991, Oostkapelle. De ringoppasser verschuift de bus op aangeven van de ringrijder (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)
Ringrijden op derde pinksterdag, 1991, Oostkapelle. De ringoppasser verschuift de bus op aangeven van de ringrijder (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)
Typisch aan ringrijden is dat het op verschillende plaatsen op Walcheren (onder meer Koudekerke, Nieuw- en St. Joosland en Souburg) op derde pinksterdag wordt gehouden.
Net als bij de gaaischieters nu nog het geval is, wordt in het verleden ook voor de ringrijders een 'rolle' opgesteld. Deze intekenlijst wordt op zaterdagavond vóór Pinksteren in de dorpsherberg gelegd. Rond een uur of tien ’s avonds sluit de kastelein met enig ceremonieel de 'rolle' en betaalt iedereen het inschrijfgeld. De verzegelde rol wordt bij aanvang van het ringrijden door de kapitein voorgelezen. Deze is aanspreekpunt en heeft de leiding over de deelnemers. De deelnemers melden zich op afroep present en kunnen hun plaats in de baan innemen. De zaterdag na pinksterdrie volgt de afrekening en betalen de deelnemers hun consumpties.
Gaaischieten in Ovezande, Zuid-Beveland, 1975 (Beeldbank Zeeland)
Een andere volkssport: gaaischieten in Ovezande, Zuid-Beveland, 1975 (Beeldbank Zeeland, foto: J. Dingemanse)

Jonassen

Het jonassen van een winnaar, 2006 (foto: R. de Nennie)
Het jonassen van een winnaar, 2006 (foto: R. de Nennie)
Iedere winnaar in de ringrijderij wordt onder de ring gejonast. Dat jonassen is een variant van het Duitse 'hänseln' en het Vlaamse omhoog gooien dat in Mechelen aanleiding geeft tot het volksvermaak van 'op signoorken.' De kampioenen en vaak ook de stekers van de honderdste ringen worden gejonast door alle overige deelnemers. Die dragen de winnaar naar het midden van de baan. Daar wordt de winnaar drie maal in de lucht geworpen. Vooral de lichtgewichten kunnen dan enkele meters hoog door de lucht vliegen.





Rico Jobse wordt gejonast, 2006 (foto: R. Imanse)
Rico Jobse wordt gejonast, 2006 (foto: R. Imanse)

Prijzen

In de tijd vóór de Tweede Wereldoorlog worden prijzen zoals de pollepel en de 'zoetekoek' (= ontbijtkoek) aan een prijzenlat nabij de ring opgehangen (lees verder hieronder). De prijzen worden met zijden linten getooid. Vooral de notabelen van de dorpen schenken in het verleden de prijzen. Nog steeds zijn er bekers die door de burgemeester zijn geschonken. Het ringrijden wordt tegenwoordig echter vooral gesponsord door de lokale middenstand.
Het bestuur van de VVV met boerencommissie bij de prijzen in Middelburg, omstreeks 1937 (Beeldbank Zeeland)
Het bestuur van de VVV met boerencommissie bij de prijzen in Middelburg, omstreeks 1937 (Beeldbank Zeeland)

Linten

Bij de ringrijderij van het gilde van Sint Joris in Middelburg in 1767 bestaat de hoofdprijs uit een verguld zilveren Sint-Jorisbeeld. De tweede prijs is een zilveren hartsvanger en de derde prijs een paar zilveren rijsporen. Alle prijzen zijn met linten versierd. Dit wijst op een samenhang van prijzenlat en meiboomversiering. De ring zelf zou dan afgeleid zijn van de meikrans. Deze wordt aan de 'mast van Cocagne' gehangen. De linten worden door de ringrijders aan hun meisjes gegeven of aan de dochter van de boer van wie het paard is geleend.

Prijzenlat

Tegenwoordig gaat het om een beker...
Tegenwoordig gaat het om een beker...
Voor iedere ringrijder is er wel een prijzengeld beschikbaar. Meestal bedraagt dit iets meer dan het inleggeld, zodat de inschrijfkosten worden teruggewonnen. Naarmate de rangschikking hoger is wordt de prijs hoger. Er is dan echter wel een voorbehoud. Bij de hoogste prijzen wordt namelijk ook de waarde van het goud- en zilverwerk getaxeerd. De waarde daarvan wordt vervolgens van het uit te keren geldbedrag afgetrokken. Zo komt het dat de hoogste prijswinnaars naast hun prijs meestal slechts een bescheiden bedrag overhouden.
De prijzen worden opgehangen aan de prijzenlat, Daar blijven ze de hele dag hangen tijdens de wedstrijd. Tegenwoordig krijgen de prijswinnaars doorgaans alleen een beker mee naar huis.


Lijst met prijzen voor de Koudekerkse ringrijders op pinksterdrie, 7 juni 1927:
1e prijs: fietsband
2e prijs: bagagedrager
3e prijs: bloemenvaas
4e prijs: spade
5e prijs: zweep

Paard versieren

Versiering van paardemanen
Versiering van paardemanen

De paarden dragen versierde manen en 'eslinterde' (Nieuw- en St. Joosland) of 'breistaerte' (Koudekerke) staarten. Daarmee zijn aparte prijzen te winnen. De jury let echter niet alleen op versiering, maar ook op de verzorging van het paard. Dat is dus even belangrijk.

Voor het versieren worden linten, 'pompoenen' (wolbolletjes), wolletjes, strikjes, etcetera gebruikt. Bij lange staarten moeten er drie vlechten aanwezig zijn, bij korte staarten maar één. Meestal wordt er bij de toekenning van prijzen onderscheid gemaakt tussen de koudbloeden (de Belgen) en de warmbloeden.



Gevlochten en versierde paardenstaart
Gevlochten en versierde paardenstaart

Pollepel

'De pollepel' wordt thans verreden onder de ringrijders die de laatste twee beurten van de wedstrijd weten te steken. In de onderlinge strijd wordt de winnaar beslist.
Ringrijden bij camping Duinzicht, Dishoek, 1974. Aan rechterpaal hangen pollepel en fles jenever. De winnaar van de pollepel geeft de andere deelnemers een slok te drinken uit de houten lepel (Beeldbank Zeeland, foto: J. Dingemanse)
Ringrijden bij camping Duinzicht, Dishoek, 1974. Aan rechterpaal hangen pollepel en fles jenever. De winnaar van de pollepel geeft de andere deelnemers een slok te drinken uit de houten lepel (Beeldbank Zeeland, foto: J. Dingemanse)
Aan het begin van de 20e eeuw is de pollepel echter helemaal geen ereprijs. Het is een voorbeeld van onkunde. In de zomermaanden wordt in die tijd wel vijf maal in de week karnemelksepap gegeten. Die moet worden gekookt. Degene met de laagste functie op de boerderij wordt belast met het roeren van die pap met de pollepel. Dat is eigenlijk altijd de jongste knecht of koeienwachter.

Minder

De karnemelksepap wordt tegenwoordig echter minder gegeten. Ook de rijders steken steeds vaker wel een ring tijdens de wedstrijd. Om toch om de pollepel te kunnen strijden, wordt op nummervolgorde gereden als er niemand zonder ringen blijft. De eerste die de ring steekt is pollepelwinnaar. Vóór de Tweede Wereldoorlog krijgt de winnaar naast de pollepel ook nog een 'zoetekoek' (ontbijtkoek). Al voor de oorlog wordt de ontbijtkoek echter vervangen door een kistje sigaren.











Prijzentafel met pollepel, Nieuw- en Sint Joosland, 1974 (Beeldbank Zeeland)
De prijzentafel met pollepel op pinksterdrie, Nieuw- en Sint Joosland, juni 1974 (Beeldbank Zeeland, foto: W. Helm)


Creative Commons Licentie