Acht van de 21 verschillende speelstukken of doppen van Slabberjan, op een zakje van boerenbont. Het zijn (van links naar rechts): Jan Rit, Herberg, Smoel, Poesje, Pispot, Vogel, Wittebrood en Kap-Af.
 
Aan de doppen zit een steeltje zodat ze tussen de vingers vastgepakt kunnen worden. De doppen zijn ongeveer vijf centimeter hoog. De speelstukken worden meestal opgeborgen in een zelfgenaaide zak van ‘schortegoed’. Dit is het boerenbont waarvan de Zeeuwse schorten vervaardigd zijn. Tijdens het spel worden de speelstukken gaandeweg uit deze zak gehaald.
Bij oudere, en zelfgemaakte speelstukken, ontbreekt vaak het steeltje. Ook in de daarvoor gebruikte afbeeldingen (en de interpretatie ervan) komen nogal wat variaties voor.