Blieken
Jan Rit, slecht ter been, neemt er altijd één mee...
Is bij het ‘blieken’ het laagste stuk (Jan Rit) aanwezig, dan moet er betaald worden aan de pot. Niet alleen door de houder hiervan, maar ook diegene met het daarop volgende laagste stuk: Jan Rit neemt er altijd één mee. Een enkele keer komt het voor dat tijdens het ruilen het stuk Jan Rit over en weer wordt gewisseld. In dat geval wordt er gezegd: ‘Rit over Rit, spel te niete’. De gehele ronde wordt ongeldig verklaard en de houder van de zak deelt opnieuw.
Wie bij het ‘blieken’ het laagste stuk heeft, betaalt dus een cent in de pot. De speler die het eerst zijn geld kwijt is, mag nog op de pof meedoen (zwêêten). Dit net zo lang totdat hij weer moet betalen. Er wordt dan ook wel gesproken van iemand die ‘op sloffen’ meedoet, of ‘ie zit op de kip.’