Verhaal van een ooggetuige

Portret van Olaudah Equiano (uit: The interesting narrative of the life of Olaudah Equiano, or Gustavus Vassa, the African (London 1793)
Portret van Olaudah Equiano (uit: The interesting narrative of the life of Olaudah Equiano, or Gustavus Vassa, the African (London 1793)
Olaudah Equiano wordt geboren in de plaats Isseke in Nigeria (Afrika) in het jaar 1745.
In 1756 wordt hij gevangen genomen en als slaaf verkocht. Met een slavenschip wordt hij naar Virginia (Noord-Amerika) gebracht. Daar wordt hij in 1757 gekocht door een Britse marineofficier.
Hij krijgt ook een nieuwe naam: Gustavus Vassa. Hij vaart naar Engeland en dient van 1758 tot 1762 bij de Britse marine.
In 1759 wordt hij in Londen gedoopt. Equiano wordt vervolgens in 1763 verkocht.

Tot 1766 werkt hij op handelsschepen die varen tussen West-Indië en het vaste land van Amerika.

Vrij

Tussen zijn slavenarbeid door verdient Equiano ook geld voor zichzelf. Hij kan zich met dat geld in 1766 vrijkopen. Zijn hele verdere leven staat in het teken van verzet tegen slavernij.
Over zijn ervaringen als slaaf schrijft hij een boek. Dit boek heeft als titel: Interesting Narritive of the life of Olaudah Equiano or Gustavus Vassa, the African. Het wordt in 1789 uitgegeven en reeds in 1790 verschijnt ook een Nederlandse vertaling.
Uiteindelijk sterft Equiano in Londen (Verenigd Koninkrijk) in 1797 op 52-jarige leeftijd.

Boze geesten

In zijn boek schrijft Equiano over zijn eerste contact met het slavenschip:
“Het eerste dat ik zag toen ik aankwam aan de kust was de zee met een slavenschip dat daar voor anker lag en op lading wachtte. Dit vervulde mij met verbazing die weldra in ontzetting omsloeg toen ik aan boord werd gebracht. Ik werd onmiddellijk door een paar bemanningsleden beetgepakt en heen en weer geschud om te zien of ik gezond was en ik was er nu van overtuigd dat ik terecht was gekomen in een wereld van boze geesten die mij zouden doden.”

De overtocht

Over de reis naar West-Indië schrijft Equiano:
“De stank van het ruim was zo ondraaglijk vies dat het gevaarlijk was om daar enige tijd te verblijven en sommigen van ons hadden toestemming gekregen om aan dek te blijven voor frisse lucht.
De benauwdheid van het ruim en de hitte van het klimaat, gevoegd bij het aantal in het schip, dat zo overvol was dat elk van ons nauwelijks ruimte had om zich om te draaien, verstikten ons bijna. Dit leidde tot overvloedig transpireren, zodat de lucht spoedig ongeschikt werd om in te ademen.
De vieze lucht veroorzaakte een ziekte onder de slaven waar velen aan stierven, en zodoende slachtoffer werden van de zorgeloze gierigheid, als ik dit zo mag zeggen van hun aankopers.
Deze ellendige toestand werd nog verslechterd door de ontvellingen van de kettingen, die nu onverdraaglijk werden en het vuil van de noodzakelijke tonnen waar de kinderen vaak in vielen en bijna verstikten. De kreten van de vrouwen en het gekreun van de stervenden maakten het geheel tot een afschrikwekkend schouwspel dat haast onvoorspelbaar was.”

 

Masten en tuigage van een zeilschip

Koopwaar

Eenmaal aangekomen in West-Indië wordt Olaudah Equiano samen met vele andere slaven verkocht. Over deze verkoop schrijft hij:
“Toen wij spoedig daarna aan land werden gebracht werden wij onmiddellijk naar de binnenplaats van de koopman gebracht, waar wij allemaal opgesloten werden als evenzoveel schapen zonder dat er acht geslagen werd op sexe of leeftijd.
Op een gegeven teken (zoals een trommelslag) renden de kopers tegelijk allemaal de binnenplaats op waar de slaven waren opgesloten, en kozen dat pakket dat hen het beste leek. Op deze manier werden verwanten en vrienden gewetenloos gescheiden, waarvan velen elkaar nooit meer zouden terugzien.”


Creative Commons Licentie