Slavenmarkt

De meeste Afrikanen komen aan op het eiland Curaçao in West-Indië. Daar is een grote slavenmarkt waar de slaven worden verdeeld over Midden- en Zuid Amerika. In West-Indië worden de slaven eerst gekeurd door een medicus. De lichamelijke conditie van de slaven varieert van:
“een zoo aanzienlijk armasoen (= lading) frissche Kustslaven, die zoo bijzonder fraay in hun soort waren als er konde zijn”
tot
“slecht geconditioneert, zoe mager als een geraamte.”

Verkoop op de markt

Voordat de Afrikanen worden verkocht worden ze gewassen en krijgen ze goed te eten. Soms worden de slaven al aan boord verkocht. Meestal echter vindt de verkoop aan land plaats, uit de hand of via een publieke veiling. Op de slavenmarkt vinden hartverscheurende taferelen plaats. Zo worden moeders van hun kinderen gescheiden en worden broertjes en zusjes apart van elkaar verkocht.

Nieuwe naam

De gekochte slaven worden door hun nieuwe eigenaar gemerkt met een brandmerk. Ook krijgen ze een nieuwe naam. Vaak zijn dat namen uit de Bijbel maar men gebruikt ook wel mythologische of oer-Hollandse namen. De eigenaars krijgen een bewijs van aankoop van de slaven. Hierop staan vermeld:
- de naam,
- het geslacht,
- soort (wat voor werk ze moeten verrichten), en
- de lichamelijke gesteldheid (conditie).
Fort Zeelandia in Paramaribo, Suriname
Fort Zeelandia in Paramaribo, Suriname

De opbrengst

Gemiddeld brengt een slaaf 200 tot 500 gulden op. In tijden van schaarste kan de prijs flink oplopen tot 800 en zelfs 1.000 gulden.
Gezicht op de plantage Alkmaar aan de Commewyne rivier, Suriname (18e-eeuwse tekening)
Gezicht op de plantage Alkmaar aan de Commewyne rivier, Suriname (18e-eeuwse tekening)


Gezicht op de plantage Alkmaar aan de Commewyne rivier, Suriname, met daaronder een overdekt vaartuig van een plantage.
(Uit: J.G. Stedman, 'Reize naar Surinamen en de binnenste gedeelten van Guiana', Amsterdam 1799-1800. Vertaling van het Franse origineel uit 1799)


Creative Commons Licentie