Bezwaren tegen slavenhandel
De handel in Afrikaanse slaven is zeer winstgevend en vele Zeeuwen verdienen hieraan hun brood. Toch is niet iedereen het met de gang van zaken eens. Sommige geestelijken veroordelen met name de handel in Afrikanen die tot het Christendom zijn bekeerd. Tegen de handel in “heidenen” zijn de bezwaren veel minder uitgesproken. Wel worden er dan ook wel bepaalde voorwaarden aan de handel gesteld.
Zo vindt de Zierikzeesche dominee Udemans dat deze handel alleen mag plaatsvinden als
- slaven in een “rechtvaardige” oorlog gevangen genomen zijn, of als
- zij door hun eigen ouders verkocht worden.
Eén van de weinigen die principieel tegen alle slavenhandel gekant is, is dominee Smytegelt uit Middelburg. Hij bestempelt het “stelen van eenen mensch” als “grove diverije”.
Groeiend verzet
In de 18e eeuw ontstaat bij steeds meer Europeanen kritiek op de manier waarop de samenleving dan in elkaar zit. Met name personen met een hogere algemene ontwikkeling uiten daarover hun twijfels. Zij hebben een romantisch beeld van Afrikanen en zien ze als “edele wilden” met een primitieve, ongekunstelde levenswijze. Mede als gevolg hiervan worden de bezwaren tegen de slavenhandel sterker.
Verbod op de slavenhandel
In Groot-Brittannië neemt het verzet tegen slavernij en slavenhandel eind 18e eeuw sterk toe. Zo sterk zelfs dat de abolitionisten (afschaffers) erin slagen de handel in 1807 voor alle Britse onderdanen te verbieden. Groot-Brittannië is daarmee het eerste land om dit te doen. Ook in de Verenigde Staten wordt nog in hetzelfde jaar de slavenhandel afgeschaft. Nederland doet dat pas in 1814. Daarmee is overigens de slavernij op zich feitelijk nog niet afgeschaft.
Lees hier verder over het vraagstuk
Wel of geen slavenhandel?
De slavenhandel wordt van de kansel zowel positief als negatief beoordeeld...
verder >>

Ds. Godefridus Udemans (1581-1649), predikant te Haamstede en Zierikzee (Zeeuws Archief, KZGW Zelandia Illustrata IV-887)