Wel of geen slavenhandel?
De slavenhandel wordt van de kansel zowel positief als negatief beoordeeld. Hieronder volgen enkele voorbeelden.
Godefridus Udemans
Ds. Godefridus Udemans, predikant te Zierikzee, schrijft bijvoorbeeld over slavernij in een koopliedencatechismus, getiteld ’t Geestelyck roer van ’t coopmans schip (Dordrecht 1640) voor de bewindvoerders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC). Hij stelt dat een mens zowel lichamelijk als geestelijk slaaf kan zijn. De dood van Christus heeft de mens slechts bevrijd van geestelijke slavernij. Christenen moeten echter ook lichamelijk vrij zijn om de Heer goed te kunnen dienen.
Ware geloof
Udemans is van mening dat christenen nooit tot slaaf gemaakt kunnen en mogen worden. Heidenen wel, mits ze verkocht zijn door hun ouders of meesters of gevangen zijn genomen in een rechtvaardige oorlog. Hij pleit overigens wel voor een redelijke en vriendelijke behandeling voor de slaven. Als ze zich bekeren tot het ware geloof dan dienen de slaven zeven jaar daarna in vrijheid te worden gesteld.
Rooms
Udemans veroordeelt de slavenhandel van de Spanjaarden en Portugezen, omdat deze rooms en dus in zijn ogen antichristelijk is. Hij verwijst niet naar het vermeende verband van dienstbaarheid en de vloek van Noach. Dat doen vele andere protestantse predikanten wel.

Godefridus Udemans (1581-1649), predikant te Haamstede en Zierikzee (Zeeuws Archief, KZGW Zelandia Illustrata IV-887)
Jacobus Capitein
Noach vervloekte zijn zoon Cham, nadat die hem naakt had gezien toen hij teveel had gedronken en zijn broers Sem en Jafeth daarop wees (Genesis 9: 18-27). Toen Noach dat merkte riep hij dat Cham en zijn nakomelingen, de Chamieten (zwarte volkeren) tot eeuwige knechtschap gedoemd zouden zijn van broers en hun nakomelingen, de Semieten (Joden, van Sem) en de Jafetieten (Europeanen, van Jafeth). Eén van de vertolkers van deze theorie is Jacobus Capitein. Capitein is een voormalige slaaf die in Nederland wordt opgeleid tot predikant en wordt beroepen naar fort Elmina.
Bernardus Smytegelt

Jacobus Capitein (1717-1747)
Er zijn ook Zeeuwse dominees die zich tegen slavenhandel en slavernij keren. De bekendste is wel ds. Bernardus Smytegelt (1665-1739), een vermaard predikant in Middelburg. Deze is fel gekant tegen slavernij.
In zijn bundel Des Christens eenige troost in leven en sterven (Middelburg 1747) bestempelt Smytegelt het “stelen van eenen mensch” als “grove diverije”. Daarbij haalt hij Exodus 21: 16 aan: “Die enen mensche steelt, zeid God, zal zekerlijk gedood worden. (...) Is dat niet droevig, daar hebben de Christenen eene negotie van gemaakt.” Smytegelt vindt dat de slaven, evenals Jozef (Genesis 40: 15) “dieffelijk ontstoolen” zijn uit hun land.
G. de Raad
G. de Raad, predikant te West-Souburg, veroordeelt de slavenhandel op heel andere gronden. In zijn Bedenkingen over den Guineeschen slavenhandel der Gereformeerden met de papisten (Vlissingen 1655) beschouwt hij de slavenhandel als verwerpelijk. Hij vindt dat echter alleen vanwege het feit dat deze handel door protestanten wordt gedreven met roomse Spanjaarden en Portugezen.
 

Sint-Jacobskerk in Vlissingen
© Geschiedeniszeeland 2012