Handelsgoederen

Tijdens de driehoeksreizen van de West-Indische Compagnie (WIC) en de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC) worden handelsgoederen vervoerd. Met goederen uit Europa (ruillading, cargasoen) koopt men in Afrika slaven. Slaven worden als tussenlading (armasoen) getransporteerd van Afrika naar Zuid-Amerika.
In Zuid-Amerika worden de slaven verkocht om te werken op plantages. Op de reis terug naar huis vervoeren de schepen een retourlading.

Ruillading

Voor het eerste deel van de driehoeksreis naar Afrika wordt ruillading meegenomen. De ruillading is de lading handelsgoederen die meegaat aan boord om in West-Afrika slaven te kopen. Ook koopt men met deze lading goud en ivoor. Een andere naam voor ruillading is cargasoen.

Textiel

Verreweg de helft van de ruilgoederen bestaat uit textiel. Stoffen uit Nederland en Duitsland vormen maar een klein onderdeel daarvan. Het merendeel zijn katoenen en zijden stoffen uit Azië, die bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) worden ingekocht. Deze stoffen zijn namelijk beter geschikt voor een tropisch klimaat dan de Europese stoffen.

Overige handelswaren

Op de tweede plaats komen geweren en buskruit. Deze vormen ongeveer een kwart van de ruillading. Alcoholische dranken (voornamelijk wijn en gedestilleerd) beslaan ongeveer tien procent van de lading. De overige ruilgoederen bestaan uit ijzeren staven, gebruiksgoederen, snuisterijen, kralen en kaurischelpjes. Ze worden vóór de reis opgeslagen in pakhuizen.
Voormalige pakhuizen aan de Kinderdijk te Middelburg
Voormalige pakhuizen aan de Kinderdijk in Middelburg

Verslag van een ooggetuige

Joachim Christian Nettelbeck (Uit: J. Nettelbeck, 1910)
Joachim Christian Nettelbeck (Uit: J. Nettelbeck, 1910)
Joachim Christian Nettelbeck (1738–1824) is geboren in Kolberg, Duitsland. Al jong verblijft hij bij zijn oom in Amsterdam. In 1750 monstert hij op elfjarige leeftijd aan bij een handelsschip en vaart naar Suriname. Hij wordt zeeman en is later onder meer opperstuurman bij de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC).

Van zijn ervaringen als zeeman op een slavenschip houdt hij een dagboek bij. Over de ruillading schrijft hij:

Lees hier verder over:


Kralen

Kralen en Kaurischelpen
“Aangezien hier nu eenmaal mensen als handelswaar gezien worden om tegen de producten van Europese kunstvlijt te worden geruild, kwam het er voornamelijk op aan zulke producten uit te kiezen die de zwarten het meest noodzakelijk of luxueus waren gaan vinden. Verschillende soorten geweren, buskruit in kleine vaten van 8 tot 32 pond waren het belangrijkste. Haast net zo begeerlijk waren tabak, zowel gesneden als in bladen, aarden pijpen en brandewijn. Katoen in allerlei soorten en kleuren lagen in stukken van 21 tot 24 ellen, evenals dergelijke of linnen en zijden doeken, die met 6 tot 12 samengewerkt waren. Evenmin mocht een goede voorraad linnen lappen, 3 ellen lang en half zo breed, ontbreken, die daar als lichaamsschort werden gedragen. De rest van de lading bestond uit snuisterijen, zoals kleine spiegels, verschillende soorten messen, bonte kralen, naalden en garen, vuurstenen, vishaken en dergelijke.”
Kaurischelpen

Tussenlading

Tussenlading is de lading handelsgoederen die men vervoert op de reis van Afrika naar Amerika. Deze lading bestaat overwegend uit West-Afrikaanse slaven. Een andere naam voor tussenlading is armasoen. Voor het vervoer van de slaven moet het schip worden aangepast.

Het slavendek

Al tijdens de reis naar Afrika worden de schepen verder geschikt gemaakt voor het vervoer van slaven. Op schepen van de MCC begint men echter pas met het vertimmeren van het schip als de eerste contacten met de West-Afrikanen zijn gelegd. Het dek net boven het ruim, het verdek, wordt met behulp van schotten en bedden omgebouwd tot twee dekken. In het midden van dit slavendek komt een schot te staan zodat mannen en vrouwen gescheiden vervoerd kunnen worden. Verder bouwt de bemanning onder leiding van de scheepstimmerman stellingen van twee verdiepingen waarop de slaven moeten slapen. Ook worden er soms enkele ‘huisjes’ (latrines) gebouwd.

Aantallen slaven per schip

Afhankelijk van de afmetingen kunnen per schip 100 tot 500 slaven worden vervoerd. In werkelijkheid worden er vaak veel meer slaven meegenomen. Het grootste aantal door Nederland vervoerde slaven gebeurt met een Amsterdams WIC-schip: 952, waarvan er uiteindelijk 853 worden verkocht. Het kleinste aantal slaven dat vervoerd wordt is met een schip van de MCC, namelijk 67. Hiervan overlijden er 22 tijdens de reis.

 

Doorsnede van een slavenschip, 18e eeuw
Doorsnede van een slavenschip

Retourlading

De goederen die men meeneemt op het laatste deel van de driehoeksreis, de terugreis naar Europa, worden retourlading genoemd. Het zijn onder andere de goederen die men koopt met de opbrengst van de slavenverkoop.

Naar Nederland

Zodra de laatste slaaf het schip heeft verlaten wordt het grondig schoongemaakt. Alle betimmeringen voor het vervoer van de slaven worden afgebroken. Het schip wordt geladen met retourgoederen. Deze worden deels betaald met de opbrengst van de verkoop van de slaven. De voornaamste van deze goederen zijn:
  • suiker
  • koffie
  • cacao
  • tabak
  • indigo
  • huiden
Soms brengt men ook katoen, rijst, hout en gember mee. Samen met het goud en het ivoor van de Afrikaanse westkust zet het schip koers naar Nederland.

Meer over ...

Cacao

Cacaobonen
Cacaobonen zijn de pitten van de vruchten van de cacaoboom, die groeit in Zuid-Amerika. Tijdens hun...
Lees verder>>


Creative Commons Licentie