Plantages
De Nederlanders stichten in het begin van de 17e eeuw handelsposten in het noorden van Zuid-Amerika. Uiteindelijk worden deze gebieden gekoloniseerd, zoals een deel van Brazilië, Guyana (met Berbice, Demerary en Essequebo), Suriname en de Antillen. Er worden plantages gesticht, onder meer door Zeeuwen, in bijvoorbeeld Suriname, Guyana en het Caraïbisch gebied. In de meeste gebieden worden deze plantages opgericht voor de verbouw van:
- suiker
- koffie
- cacao
- tabak
Op de Antillen vindt zoutwinning en landbouw plaats.