Vrijlating?
De Staten van Zeeland laten de zondag daarop in alle kerken afkondigen dat de Afrikanen de volgende dag in vrijheid worden gesteld. Vervolgens zouden ze de mogelijkheid krijgen een ambacht te kiezen of ergens in dienst te gaan om zo in hun onderhoud te kunnen voorzien. Daartoe zou op diezelfde maandag een kijkdag worden georganiseerd waarbij de bevolking een keuze kon maken uit de vrijgelaten slaven.
Het was dan wel de bedoeling dat ze de Afrikanen die ze in dienst namen zouden:
“op bringen in Godts Vreese, ende alle deuchden, als goede Christenen toestaet, ende doen oefenen in eenigen styl, hantwerck, ambacht ofte anders, daer toe zy bequaem zullen bevonden worden, ofte genegen zyn.”
In beroep
De eigenaar van het buitgemaakte schip, Pieter van der Haegen, gaat tegen dit besluit in beroep bij de Staten Generaal. Hij vraagt toestemming de Afrikanen naar Portugal te vervoeren. Het verzoek wordt afgewezen maar op een tweede verzoek besluiten de Staten dat de reder met de Afrikanen kan doen “soe hy ’t verstaet”.
Het is niet bekend wat er verder met de Afrikanen is gebeurd. Het is mogelijk dat zij alsnog weggevoerd zijn en misschien zijn er ook een paar achtergebleven in Middelburg die na de kijkdag meteen werk hadden gevonden.