Aanleg uiteindelijke stormvloedkering

Hulpdammen en een zoute Oosterschelde

In 1979 besluit de Tweede Kamer definitief voor een dam met waterdoorlatende schuiven. Het betekent wel dat er ook twee hulpdammen moeten worden gebouwd: de Philipsdam en de Oesterdam. Hiermee wordt de oppervlakte van de Oosterschelde ingeperkt en de getijdewerking versterkt. Bovendien komt er dan een getijdevrije scheepvaartroute tussen Antwerpen en de Rijn.
De stormvloedkering zal in totaal drie kilometer lang worden. De kering ligt over drie geulen heen: Schaar van Roggeplaat, Hammen en Roompot. Twee zandplaten (Roggeplaat en Geul) zijn al opgehoogd in de tijd dat nog van een dichte dam wordt uitgegaan. De kering bestaat uit 65 voorgefabriceerde betonnen pijlers, waar 62 stalen schuiven tussen worden aangebracht. Als alle schuiven openstaan blijft 75% van de originele getijdebeweging in werking. Dat is genoeg om het milieu van de Oosterschelde te behouden.
De Philipsdam, april 1999 (Beeldbank Zeeland)
De Philipsdam, april 1999 (Beeldbank Zeeland)


Links:
De Philipsdam, één van de werken die nodig was om de pijlerdam in de Oosterschelde te kunnen realiseren. Foto uit april 1999 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Wim Helm)

Eigen voorzieningen

Tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland wordt een baileybrug aangelegd. Deze tijdelijke brug verbindt de eilanden met het werkeiland Neeltje Jans, waar aan de stormvloedkering wordt gebouwd. Het werkeiland is meer dan 200 hectare groot. Het heeft een eigen elektriciteitscentrale, een betonfabriek, een asfaltinstallatie, werkhavens en wegen. Op het noordwestelijk gelegen hoofd is het ir. J.W. Topshuis gebouwd. Dat is vernoemd naar de vroegere directeur-generaal van Rijkswaterstaat.
Bailey-brug die vaste oevers met werkeiland Neeltje Jans verbindt, tekening Kees de Plaa, 1980 (ZA/KZGW/ZI)
Bailey-brug die vaste oevers met werkeiland Neeltje Jans verbindt, tekening Kees de Plaa, 1980 (ZA/KZGW/ZI)


Links:
De bailey-brug die de vaste oevers met het werkeiland Neeltje Jans verbindt. Tekening van Kees de Plaa, 1 januari 1980 (ZA/KZGW/ZI)

Prefab-elementen

De bouwputten van Neeltje Jans en Noordland vormen met de zandplaat Geul het landdeel van de stormvloedkering. Neeltje Jans wordt het eiland vanwaar de hele operatie wordt uitgevoerd. De voorgefabriceerde elementen van het project, zoals de koker, pijlers en funderingsmatten worden er gebouwd. Stenen die later worden gebruikt om rond de pijlers te storten liggen hier opgeslagen. Zoveel mogelijk onderdelen van de dam worden vooraf gemaakt op het vasteland. Dit omdat het met de getijdewerking lastig werken is en dus veiliger is voor werknemers.
Aanleg van een sluis in een werkdok op Neeltje Jans, 27 augustus 1981 (Beeldbank Zeeland)
Aanleg van een sluis in een werkdok op Neeltje Jans, 27 augustus 1981 (Beeldbank Zeeland)


Links:
Aanleg van een sluis in een werkdok op het werkeiland Neeltje Jans, 27 augustus 1981 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)

Aannemers

Omdat de bouw van de stormvloedkering een zo enorm groot en ingewikkeld project is, wordt het niet aan één aannemer overgelaten. Ook kan niemand beloven dat de dam voor een vastgestelde prijs én op tijd klaar zal zijn. Rijkswaterstaat sluit in 1977 het contract met De Oosterschelde Stormvloedkering Bouwcombinatie V.O.F. (DOSbouw). Deze combinatie bestaat uit een elftal aannemers:
  • Ballast-Nedam Groep NV
  • Bos Kalis Westminster Group NV
  • Baggermaatschappij Breejenhout BV
  • Hollandse Aanneming Maatschappij BV
  • Hollandse Beton Maatschappij BV
  • Van Oord-Utrecht BV
  • Stevin Baggeren BV
  • Stevin Beton en Waterbouw BV
  • Adriaan Volker Baggermaatschappij BV
  • Adriaan Volker Beton en Waterbouw BV
  • Aannemerscombinatie Zinkwerken BV
DOSbouw is gevestigd aan het Havenplateau in Burghsluis en wordt na de voltooiing van de kering op 30 oktober 1986 opgeheven. De inkoop van bouwmateriaal blijft buiten het contract en wordt direct door Rijkswaterstaat met leveranciers uit binnen- en buitenland geregeld.
Werkhaven van DOSbouw bij Kats, Noord-Beveland, 16 juli 1982 (Beeldbank Zeeland)
Werkhaven van DOSbouw bij Kats, Noord-Beveland, 16 juli 1982 (Beeldbank Zeeland)


Links:
De werkhaven van DOSbouw in Kats, Noord-Beveland, op 16 juli 1982 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)

Verongelukt

Op de top van het project werken er ongeveer 1.900 mensen op Neeltje Jans. Bij de bouw komen vijf mensen om het leven: onder meer een vrachtautochauffeur bij een auto-ongeluk, een uitvoerder die door een bulldozer wordt overreden en een kraanmachinist. Dat is erg, maar voor een zo groot en gevaarlijk project nog altijd een lage ongelukkenfactor. Voor de nabestaanden blijft het moeilijk de stormvloedkering niet in verband te brengen met de overledenen:
  • Harry Loof (22 november 1972)
  • Jan Smalheer (15 september 1975)
  • Cornelis Schilperoort (24 december 1980)
  • Eduard Lokken (14 september 1983)
  • Georgios Stambolidis (10 december 1985)

Samenwerking

Tijdens de bouw wordt er door vele partijen met elkaar samengewerkt. In tegenstelling tot veel andere projecten gaat dat erg goed. Er is constant gelijkwaardig overleg; er wordt geluisterd naar problemen die alle partijen en werknemers treffen en vaak ook wordt gezamenlijk gewerkt. Er is een hoge arbeidsmoraal. Daardoor is de uitvoering van het project nauwkeurig en kan het uiteindelijk als goed geslaagd worden beschouwd. Iets waar iedere medewerker uiteindelijk met trots op terugkijkt.








Bekijk via de link Aanleg Stormvloedkering kostte vijf levens een video van Omroep Zeeland over de nabestaanden van omgekomen werknemers.
Een werknemer is bezig met afwerking van dijklichaam, 1985 (Beeldbank Zeeland)
Een werknemer is bezig met afwerking van dijklichaam, 1985 (Beeldbank Zeeland)


Links:
Een werknemer is bezig met de afwerking van een dijklichaam bij de sluizen van de stormvloedkering, 1985 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Jaap Wolterbeek)


Creative Commons Licentie