Bij het maken van de afsluitbare pijlerdam komen een heleboel onverwachte problemen om de hoek kijken.
Matten
De bodem van de Oosterschelde blijkt veel te zacht om de zware dam te kunnen dragen. Daarom worden er kunststof matten gelegd. Deze worden met betonblokken bedekt. Daarna wordt slib weggebaggerd en vervangen door zand.
Omdat de bodem nog te zacht is, worden tenslotte matten gemaakt die eveneens onder de kering komen te liggen. Deze matten zijn gevuld met zand en grind dat niet van zijn plaats verschuiven kan.
De Cardium rolt een zware mat uit over de bodem van de Oosterschelde, circa 1980 (Beeldbank Zeeland)
Links:
De Cardium rolt een zware mat uit over de bodem van de Oosterschelde. Foto van omstreeks 1980 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Jaap Wolterbeek)
Pijlers
Van alle onderdelen zijn de pijlers het belangrijkste van de dam. Ze worden gefabriceerd in een bouwput die vijftien meter onder het zeeniveau ligt. Een dijk houdt het water buiten de bouwput. De bouw van een pijler kost anderhalf jaar en om de twee weken wordt begonnen met de bouw van een nieuwe pijler. Er wordt altijd aan 30 pijlers tegelijk gewerkt.
De 65 pijlers zijn tussen de 30, 25 en 38,75 meter hoog en wegen maximaal 18.000 ton. Voor de zekerheid worden er twee pijlers extra gebouwd; eentje daarvan kun je nog steeds los zien staan bij het werkeiland Neeltje Jans. Voor bezoekers van Neeltje Jans is het mogelijk om deze pijler te beklimmen.
Kleurentekening van de reservepijler van de stormvloedkering (ZA/KZGW/ZI)
Links:
De reservepijler van de stormvloedkering bij het werkeiland Neeltje Jans. Kleurentekening van Kees de Plaa uit 2002 (ZA/KZGW/ZI)
Bouwdok
Het bouwdok bestaat uit vier gedeeltes. Als de pijlers uit één deel af zijn, wordt dat deel onder water gezet. Het hefschip kan dan het dok binnenvaren en de pijlers één voor één van de bodem tillen en naar hun plaats in de kering verplaatsen. Voor elke pijler is 7.000 kubieke meter beton nodig. Tussen 1979 en 1983 wordt in deze ‘betonfabriek’ 450.000 kubieke meter beton verwerkt.
Bok Taklift 4 in bouwdok nr. 4 van werkeiland Neeltje Jans, 13 juli 1985 (Beeldbank Zeeland)
Links:
De bok Taklift 4 in het bouwdok nr. 4 van het werkeiland Neeltje Jans, 13 juli 1985 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)
Plaatsing pijlers bij doodtij
Het schip Ostrea tilt de pijlers één voor één op en brengt ze naar een ponton. Dat markeert de plaats waar de pijler wordt afgezonken. De plaatsing van een pijler is een precisiewerk, waarbij een afwijking van een paar centimeter te groot is; en dat met een blok beton van 18.000 ton! Het plaatsen kan dan ook alleen veilig gebeuren bij doodtij. De ruimte tussen de pijlervoet en de funderingsmatten wordt gevuld met een mengsel van zand, cement en water. De pijlers sluiten nu volledig aan op de fundering. Vervolgens wordt het onderste deel van de holle pijler gevuld met zand, en de pijlervoet ingepakt in een drempel van brokken natuursteen.
Hefschip Ostrea sleept een pijler weg uit de werkhaven, 25 juni 1985 (Beeldbank Zeeland)
Links:
Hefschip Ostrea sleept een pijler weg uit de werkhaven...
Ffoto van 25 juni 1985 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)
Hefschip Ostrea plaatst een pijler naast andere pijlers van de pijlerdam in aanleg, 14 oktober 1985 (Beeldbank Zeeland)
... en plaatst deze naast de andere pijlers van de pijlerdam in aanleg. Foto van 14 oktober 1985 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)
Stenen van tien ton
De kering moet absoluut stabiel zijn. Als bijvoorbeeld één schuif niet sluiten kan, komt de druk van de getijdewerking van de Oosterschelde in zijn geheel op die ene plaats van de dam te staan. In totaal wordt vijf miljoen ton steen rond de pijlers gelegd. De stenen, die per stuk tien ton wegen, komen uit Duitsland, Finland, Zweden en België en hebben een hoge dichtheid. Daardoor hebben de stenen een groot soortelijk gewicht, waardoor ze stevig verankerd liggen.
Rotsblokken om de pijlervoeten van de dam te verstevigen, 1 februari 1983 (Beeldbank Zeeland)
Links:
Rotsblokken om de pijlervoeten van de dam te verstevigen, 1 februari 1983 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: C. Kotvis)
Kokers en opzetstukken
Als de pijlers eenmaal vast op de bodem staan, kan de afwerking beginnen. De pijlers worden eerst opgehoogd met opzetstukken. Aan de opzetstukken worden de schuiven gemonteerd. Op het achterste deel van de pijlers worden holle kokers geplaatst. Hierop komt de weg te liggen. In de kokers is ook ruimte voor alle kabels en apparatuur die de schuiven beweegt. Deze schuiven zijn stalen buizen die aan de zeezijde van platen zijn voorzien. Voor het diepste gat is een schuif van twaalf meter hoog nodig, die 480 ton weegt. De schuiven worden vanuit het ir. J.W. Topshuis bediend.
 
Video: videofragment op YouTube over de elementen in de stormvloedkering
Het plaatsen van de eerste opzetkoker voor de autoweg over de pijlerdam, circa 1982 (Beeldbank Zeeland)
Links:
Het plaatsen van de eerste opzetkoker voor de autoweg over de pijlerdam. Foto uit 1982 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Jaap Wolterbeek)
Schematische voorstelling van de onderdelen van de stormvloedkering
Links:
Schematische voorstelling van de onderdelen van de stormvloedkering
(bron: ???)
Autoweg
Aanvankelijk is het de bedoeling dat er een vierbaansweg op de stormvloedkering komt. Als blijkt dat het gehele project met één miljard gulden wordt overschreden gaat dit plan niet door. Er komt een tweebaans autoweg op de pijlers te liggen, die 70 in plaats van 120 miljoen gulden kost. Het gehele project heeft in totaal 2,5 miljard gulden gekost (€ 1,13 miljard). Voor dat geld is de kans op een overstroming teruggebracht naar eens in de vierduizend jaar. De kering zal tweehonderd jaar kunnen bestaan. Inmiddels vrezen meteorologen dat door de temperatuurstijging van de aarde het water veel sneller zal stijgen dan voorzien. Dat betekent dat dit ontzettend dure project misschien al voor het jaar 2050 vervangen moet worden.
Eén van de laatste werken: aanleg van de weg over de stormvloedkering, april 1999 (Beeldbank Zeeland)
Links:
Als één van de laatste werken wordt de weg over de stormvloedkering aangelegd, bovenop de kokers die de pijlers onderling verbinden, april 1999 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Wim Helm)
Opening op 4 oktober 1986
Op 26 juni 1986 wordt de laatste schuifdeur geplaatst. De weg over de kering gaat echter pas open in november 1987. De stormvloedkering zelf wordt op 4 oktober 1986 gesloten, want zo moet je eigenlijk de opening door Koningin Beatrix omschrijven. Die spreekt daarbij de bekende woorden:
‘De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig.’
Dit is niet helemaal correct, zoals in 1997 blijkt wanneer zij nogmaals vertelt dat de Deltawerken voltooid zijn, nu bij de opening van de Maeslantkering bij Hoek van Holland.
Prinses Juliana opent op 5 november 1987 de weg over de stormvloedkering. De Oosterscheldekering is na het kabinetsbesluit door technische tegenvallers veel duurder geworden dan oorspronkelijk is begroot.
Video:
Videofragment via YouTube: Koningin Beatrix opent op 4 oktober 1986 de stormvloedkering
Koningin Beatrix stelt op 4 oktober 1986 de stormvloedkering Oosterschelde officieel in gebruik (beeldbank Rijkswaterstaat)
Links:
Koningin Beatrix stelt op 4 oktober 1986 de stormvloedkering Oosterschelde officieel in gebruik. Geflankeerd door toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Kroes en directeur-Generaal van Rijkswaterstaat ingenieur J. Van Dixhoorn spreekt zij de historische woorden 'De stormvloedkering is gesloten, de deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig.' (bron: beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat; foto: Harry van Reeken)