Speciale vaartuigen

Drie nieuwe schepen

Bij aanvang van het project is er vanuit gegaan dat er genoeg materiaal voorhanden is. Dat blijkt een misrekening. Diverse werkzaamheden voor de waterkering zijn zo bijzonder en specifiek dat er geen enkel schip bestaat dat deze uit kan voeren. Er moeten niet minder dan drie bijzondere schepen worden gebouwd om de pijlerdam aan te kunnen leggen; en dat is een flinke extra kostenpost van 350 miljoen gulden. Het gaat om de schepen Ostrea, Mytilus en Cardium.
Affiche met alle bijzondere vaartuigen, gebruikt om stormvloedkering te maken, circa 1983 (Beeldbank Zeeland)
Affiche met alle bijzondere vaartuigen, gebruikt om stormvloedkering te maken, circa 1983 (Beeldbank Zeeland)


Links:
Affiche van omstreeks 1983 met daarop alle bijzondere vaartuigen die werden gebruikt om de stormvloedkering te kunnen maken (ZB, Beeldbank Zeeland)

Werkeiland

Om de waterkering te kunnen bouwen wordt gebruik gemaakt van het al aangelegde kunstmatige eiland Neeltje Jans. Hier worden de enorme betonnen pijlers gemaakt, die vervolgens naar de juiste plaats worden gevaren met een speciaal daarvoor gebouwd hefschip, de Ostrea.
Onder deze pijlers zijn matten aangebracht, die het verschuiven van het zand in de zeebodem moeten tegengaan. Voor het leggen van deze matten wordt ook een speciaal schip gemaakt, de Cardium.
Voordat de pijlers en de drempels geplaatst worden, wordt de zanderige bodem verdicht met een speciale techniek waarbij palen, die de grond in worden getrild (en vervolgens weer worden teruggetrokken), de ondergrond moeten verstevigen; het schip dat daarvoor gebouwd wordt is de Mytilus.
Dorpels liggen gereed in een bouwput op werkeiland Neeltje Jans, 24 januari 1985 (Beeldbank Zeeland)
Dorpels liggen gereed in een bouwput op werkeiland Neeltje Jans, 24 januari 1985 (Beeldbank Zeeland)



Links:
Dorpels, bestemd om tussen de pijlers van de dam te plaatsen, liggen gereed in een van de bouwputten op het werkeiland Neeltje Jans, 24 januari 1985 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)

Mytilus

'Mytilus' is Latijn voor ‘mossel’. Dit vaartuig verdicht de aangebrachte zandlaag op de bodem tot een diepte van vijftien meter. Vier lange trilnaalden worden vanuit de ponton de bodem ingedreven. Het hoogste punt van de ponton bedraagt 60 meter boven de zeespiegel. De bodem moet worden verdicht om te voorkomen dat de bodem bij zware belasting het karakter krijgt van drijfzand.

 

Bekijk een video van het verdichten van de zandbodem door de Mytilus, 1 juni 1980, op de website van Rijkswaterstaat (beeldbank.rws.nl)
Het verdichtingsschip Mytilus, circa 1980 (Beeldbank Zeeland)
Het verdichtingsschip Mytilus, circa 1980 (Beeldbank Zeeland)



Links:
Het verdichtingsschip Mytilus, omstreeks 1980 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Jaap Wolterbeek)

Cardium

'Cardium' is Latijn voor ‘kokkel’, een schelpdier uit de Schelde. De Cardium zuigt de oppervlakte van de bodem vlak en legt de boven- en ondermatten. De ondermatten zijn opgebouwd uit drie lagen: zand, kif (fijn zand) en grind. Ze meten 42 bij 200 meter. De bovenmatten bestaan uit drie lagen grind en meten 60 bij 31 meter. De onder- en bovenmat zijn elk 36 centimeter dik.
De aanmaak van deze matten gebeurt in een speciaal gebouwde fabriek op het werkeiland Neeltje Jans. De matten worden meteen op een rol gewikkeld die door de Cardium vanuit het water meteen opgetild kan worden. De Cardium is het duurste schip van de Deltawerken en kost 80% meer dan begroot.

 


Bekijk een video van het leggen van matten door de Cardium, 1 februari 1983, op de website van Rijkswaterstaat (beeldbank.rws.nl)
De mattenlegger Cardium met een mat op de rol, 7 april 1983 (Beeldbank Zeeland)
De mattenlegger Cardium met een mat op de rol, 7 april 1983 (Beeldbank Zeeland)




Links:
De mattenlegger Cardium met een mat op de rol, 7 april 1983 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)

Macoma

‘Macoma’ is Latijn voor ‘nonnetje’, een schelpdier uit de Schelde. De Macoma fungeert als afmeerponton in combinatie met de Donax en de Sepia, maar ook als afmeer– en opschoonponton voor de Ostrea. De fundatiematten worden vóór plaatsing van de pijler met een 27,6 meter brede zuigmond zandvrij gemaakt. Daarna wordt de pijler tegen dit vaartuig aangebracht, dat exact de plaats aangeeft waar de pijler moet komen.
De Macoma vastgekoppeld aan de Ostrea, 14 oktober 1983 (Beeldbank Zeeland)
De Macoma vastgekoppeld aan de Ostrea, 14 oktober 1983 (Beeldbank Zeeland)



Links:
De Macoma is vastgekoppeld aan de Ostrea en plaatst pijler nummer 8 aan de zijde van Schouwen-Duiveland, 14 oktober 1983 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)

Ostrea

'Ostrea' is Latijn voor ‘oester’. De Ostrea vervoert de pijlers van de bouwput naar hun definitieve plaats op de matten. De Ostrea en de Macoma worden tijdens het werk dan ook aan elkaar gekoppeld. Het laatste schip doet dienst als stofzuiger, waarna de Ostrea de pijlers - dankzij de opwaartse druk van het water - slechts 10.000 ton zwaar op de schoongezogen matten plaatst. Hoewel de pijlers 18.000 ton wegen hoeft het schip dus slechts een hefvermogen van 10.000 ton te bezitten.
Om goed te kunnen manoeuvreren heeft het schip vier schroeven waarmee het alle kanten opdraaien kan. De Trias pakt de voetzolen van de pijlers in met betonblokken.

 


Bekijk een video van de werking van het schip de Ostrea, 1 januari 1983, op de website van Rijkswaterstaat (beeldbank.rws.nl)
De Ostrea onderweg met een pijler, met vastgekoppelde Macoma, 16 maart 1983 (Beeldbank Zeeland)
De Ostrea onderweg met een pijler, met vastgekoppelde Macoma, 16 maart 1983 (Beeldbank Zeeland)



Links:
De Ostrea is onderweg met een pijler, bevestigd in de takels, met daarachter de vastgekoppelde Macoma, 16 maart 1983 (ZB, Beeldbank Zeeland; foto: Deltaphot)


Creative Commons Licentie