Mode

De smaak waarin kleding en andere zaken op een moment in de tijd het meest gewaardeerd worden is veranderlijk als de wind. Factoren als schoonheidsidealen, status en welvaart zorgen voortdurend voor nieuwe uitdrukkingsvormen.

Geleidelijke vernieuwingen

Elke generatie brengt veranderingen aan in de gangbare kleedstijl. De plaats van de stikken of krullen langs het gezicht schuift in alle drachten in de loop van de tijd geleidelijk verder naar boven op. Rond 1800 staan ze nog onderaan het gezicht, ongeveer ter hoogte van de mond of halverwege de wang. Een eeuw later zijn ze opgeschoven tot halverwege of bovenaan het voorhoofd.
Veel andere veranderingen gaan even geleidelijk. De doeken van de Axelse vrouwen worden met elke generatie een stukje hoger opgespeld. Begin 20e eeuw bereiken ze hun hoogste stand. De punten reiken dan tot halverwege de oren. Walcherse vrouwen laten elke generatie iets meer van het haar onder de muts uit komen. De mouwen van de jakken worden korter, de rokken langer en het decolleté wordt lager.
Meisjes in Axelse dracht (ZA/KZGW/ZI)
Zuid-Bevelandse en Walcherse kaphoeden. Beeldcompositie Katie Heyning (Zeeuws Museum en Zeeuws Museum-collectie KZGW)
Zuid-Bevelandse en Walcherse kaphoeden. Beeldcompositie Katie Heyning (Zeeuws Museum en Zeeuws Museum-collectie KZGW)

Stadse nieuwtjes

De stadse of burgermode is een belangrijke inspiratiebron voor de streekdrachten. De kaphoed is zo’n treffer uit de burgermode. Aan de achterzijde is deze strohoed versierd met kleurige linten (zie hierboven). Hij wordt over de muts gedragen.
Hierboven: meisjes in Axelse dracht (ZA/ZI)
















Langwerpige das met franjes (Zeeuws Museum)
Langwerpige das met franjes (Zeeuws Museum-collectie KZGW)
Vierkant zijden sjaaltje, tot strik geknoopt (Zeeuws Museum-collectie Gemeentemuseum Den Haag)
Vierkant zijden sjaaltje, tot strik geknoopt (Zeeuws Museum-collectie Gemeentemuseum Den Haag)
Het Land van Cadzand en de noordelijke eilanden laten zich meer door de stadse mode beďnvloeden dan andere gebieden. Hier woont een elite van rijke boeren, die op kledinggebied de toon aangeven. Zij hebben voldoende geld om modieuze nieuwtjes in hun kostuum aan te brengen.
Op Walcheren, Zuid-Beveland en het Land van Axel loopt de invloed van de burgermode het sterkst terug.

Eigenzinnig

Thoolse vrouw in zondagse kostuum, met een zogenaamd kipje op de grote sluiermuts (ZB/Beeldbank Zeeland)
Thoolse vrouw in zondagse kostuum, met een zogenaamd kipje op de grote sluiermuts (ZB/Beeldbank Zeeland)
De afgenomen invloed van de burgermode heeft te maken met de wijzigingen in de sociale structuur op het platteland. In plaats van de esthetische normen uit de (inter)nationale burgermode is een collectief waardepatroon van de dorpsgemeenschap gekomen.

Soms wordt op eigenzinnige wijze toch nog de burgermode gevolgd. Dat gebeurt bijvoorbeeld op de noordelijke eilanden, waar vrouwen in de tweede helft van de 19e eeuw een zwart hoedje (kipje) uit de burgermode overnemen. Ze dragen het met veertjes en kraaltjes versierde hoedje bovenop hun witte sluiermutsen.

 

Een modehoedje, het zogenaamde kipje (Zeeuws Museum)
Een echt modehoedje, het zogenaamde kipje, zoals ook gedragen door de vrouw op foto links (Zeeuws Museum-collectie KZGW)

Wie maken de mode?

Op het platteland maken aanvankelijk rijke boeren en boerinnen de mode. Zij beschikken over voldoende geld om nieuwe en dure spullen te kopen. De veranderingen die zij in hun kleding aanbrengen, wordt op een soberder manier nagevolgd door de mensen die minder rijk zijn. Later zijn het de jongelui die mode in de streekdrachten maken.
Vier generaties vrouwen op Walcheren, foto uit 1932 (W. van der Heijden)
Vier generaties vrouwen op Walcheren, foto uit 1932 (W. van der Heijden)
Elke generatie jonge mannen en vrouwen brengt wijzigingen aan in hun kleding. Hun belijdenis of huwelijk biedt daarvoor een uitgelezen mogelijkheid. Jongeren kunnen in de kleding die voor deze gelegenheden wordt aangeschaft hun nieuwe voorkeuren tot uitdrukking brengen. Zo ontstaat per generatie een nieuwe mode in de streekdrachten. Oudere mensen nemen de nieuwe modes niet over. Zij blijven de kleding dragen zoals ze gewend waren.

 

Generaties

Op deze foto van 1 december 1932 van links naar rechts: Jacomina (57 jaar), Leintje (25 jaar) met dochter Jacoba Jacomina (11 maanden) op schoot en opoe Laurien (81 jaar).
Het kleine meisje is de eerste in deze familie die niet meer in streekdracht is gekleed.
Per generatie zijn verschillen in kleedstijl zichtbaar. Nadat men als jong volwassene de mode heeft gemaakt, wijkt men daarvan in het verdere leven meestal weinig meer af.


Creative Commons Licentie