Kustfort Rammekens

Sleutel van de Zeeuwse stromen

Op de zuidoostpunt van Walcheren ligt verscholen achter de hoge deltadijk kustfort Rammekens. Het fort werd vroeger ook wel Zeeburg genoemd. Wanneer je voor de eerste keer op deze plaats komt is de strategische ligging van fort Rammekens geheel onduidelijk: het fort ligt namelijk helemaal niet aan zee. Tijdens een rondwandeling rondom het vestingwerk valt op dat in het muurwerk aan weerszijden van het fort grote rondbogige uitsparingen zitten. Ze geven de plaatsen aan waar de dijken vroeger op het fort aansloten. Fort Rammekens werd namelijk over de zeedijk heen gebouwd. Het lag oorspronkelijk voor de helft in zee, de andere zijde lag op het land. De oude dijk is in later tijd weggegraven.


Meer informatie over dit fort

Fort Rammekens heeft een eigen website: fortrammekens.nl, met bezoekersinformatie, exposities, omgevingsinformatie, geschiedenis en nieuws over activiteiten.
Fort Rammekens vanaf de zeedijk gezien
Fort Rammekens vanaf de zeedijk gezien

Opdracht

In 1547 werd door de landvoogdes Maria van Hongarije opdracht gegeven om op de zuidoostpunt van Walcheren een fort te bouwen. De plek was in strategisch opzicht gunstig gelegen. Hier begon immers de toegang tot de vaarweg naar Middelburg. Ook de vaargeul richting Antwerpen liep vlak langs de kust. Vijandelijke schepen konden dus vanaf de kust beschoten worden. Bovendien konden op deze plaats gemakkelijk troepen aan land gaan.



Fort Rammekens vanaf de zeedijk gezien. Oorspronkelijk werd deze zijde van het fort met zeewater bespoeld. Het natuurstenen muurwerk aan de onderzijde dateert uit 1547. Het in baksteen opgemetselde gedeelte stamt uit de tijd van Napoleon.

Fort in ruitvorm

De ontwerper van fort Rammekens was de uit Bergamo afkomstige Italiaanse ingenieur in Spaanse dienst Donato de Boni di Pellezuoli. Hij had al naam gemaakt in de Nederlanden met zijn ontwerpen voor de bouw van de citadel in Gent en de stadsomwalling van Antwerpen. Ook het Keizersbolwerk in Vlissingen uit 1548 is van zijn hand.

Bastion

Het in een ruitvorm gebouwde fort bestaat uit een naar de Westerschelde gericht zwaar bastion. Dit bastion is voorzien van dikke muren waarin kanonnen konden worden opgesteld. Het muurwerk van het bastion en de muren die er op aansluiten zijn in natuursteen uitgevoerd omdat ze werden bespoeld met zout water. Aan het uiteinde van beide muren liggen halfbastions. Hierin stonden ook kanonnen opgesteld, oorspronkelijk in de openlucht. Tijdens de Napoleontische periode werd dit gedeelte van het fort overwelfd en van een aarden bedekking voorzien. De muren aan de landzijde zijn uitgevoerd in zwaar metselwerk. Hier bevindt zich de ingangspoort. Deze heeft een kromming in de doorgang om vijandelijke kogels het binnendringen te beletten. Het fort was aan de landzijde omgracht. Op het binnenterrein stond bebouwing.

 

Tekening van 'Castrum Rammekens', omstreeks 1585
‘Castrum Rammekens’ omstreeks 1585. De tekenaar heeft duidelijk moeite gehad met het weergeven van de Italiaanse vestingbouwkundige vernieuwingen. (ZA/ZI)

Engels bezit

Fort Rammekens op een kaart uit 1649 (ZA/ZI)
Fort Rammekens op een kaart uit 1649 (ZA/ZI)
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is fort Rammekens een tijdlang Engels bezit geweest. Op verzoek van de opstandige Nederlandse gewesten besloot koningin Elisabeth I van Engeland te helpen. Ze stuurde de graaf van Leicester met een expeditiecorps van circa 7.000 man naar de Nederlanden. Wel moest voor een onderpand voor de terugbetaling van de te maken onkosten worden gezorgd. De Staten droegen daarom de steden Vlissingen, Den Briel en fort Rammekens voor een periode van 30 jaar over aan Engeland. Leicesters missie werd overigens een grote mislukking. Gedesillusioneerd keerde hij in 1587 terug naar Engeland.

'Vlacke'

Ook in de 17e en 18e eeuw vervulde het fort nog een rol. VOC deskundige Doeke Roos, loods in ruste uit Vlissingen, vertelt: "Dit is een historische plek. Wat zich op het ‘Vlacke’ (de rede) afspeelde vlakbij de ingang van de Sloehaven, daar was de VOC (= Verenigde Oost-Indische Compagnie) wel bij betrokken, maar daar vormde zij slechts een klein onderdeel van. De meeste schepen die op het ‘Vlacke’ een ‘oppertje’ hadden (beschut lagen voor de westenwinden en te wachten op oostenwind om uit te varen) waren hoofdzakelijk Zeeuwse koopvaarders die op Engeland, Frankrijk en Scandinavië voeren. Zo nu en dan lagen er ook schepen van de WIC (=West-Indische Compagnie). Zij voeren naar West-Afrika of Caribië. Het ‘Vlacke’ was bij de zeelui een herkenningspunt; daar was ook de ingang naar Middelburg."

Hospitaal

"In 1787 werd op de binnenplaats van het fort een hospitaal gebouwd voor zieke zeelieden die afkomstig waren van VOC-schepen die voor de kust lagen. Soms moest er twee of drie weken worden gewacht op ‘Oost in de wind’ (gunstige wind om te kunnen uitvaren). De zeilen konden pas worden gehesen wanneer het afgaand tij was (ebstroom) en het mocht vanwege gevaar voor zandbanken niet donker zijn. Bij vertrek werden de zieken uit het fort gehaald en aan boord gebracht."

 



Kaart van Rammekens uit het in 1649 bij Joan Blaeu te Amsterdam verschenen boek ‘Toneel der Steden van de Vereenigde Nederlanden, met hare beschrijvingen’.
De afgebeelde strekdammen beschermen het fort tegen stroming. Opvallend is de hoge bebouwing binnen de fortmuren. Het was in die tijd vrijwel onmogelijk om met een kanon vanaf een schip doelgericht te schieten. (ZA/ZI)


Meer over de Tachtigjarige Oorlog van Wikipedia



Zie ook ...

... het thema Slavernij. Vanaf de Rede van Rammekens vertrokken de schepen van WIC en MCC (= Middelburgsche Commercie Compagnie) op hun driehoeksreizen.

Kruitmagazijn

Fort Rammekens vanuit het oosten gezien op een waterverftekening door J.H. Hollestelle.
Deze tekening is gedateerd 22 september 1876.
Het fort was toen al als vestingwerk opgeheven, maar bleef in gebruik als kruitmagazijn. (ZA/ZI)
Fort Rammekens vanuit het oosten gezien op een waterverftekening door J.H. Hollestelle. Deze tekening is gedateerd 22 september 1876. Het fort was toen al als vestingwerk opgeheven, maar bleef in gebruik als kruitmagazijn. (ZA/ZI)
Na het vertrek van de Fransen kwam Rammekens in 1814 weer in Nederlandse handen.
Het fort werd in 1869 als vesting opgeheven maar bleef in gebruik als kruitmagazijn.
Bij de verovering van Walcheren in 1944 bombardeerden de Geallieerden de zeedijk nabij fort Rammekens. Het binnenstromende zeewater heeft de buitengracht van het fort uitgeschuurd tot een kreek.





Meer over ....

Zeeland in de Tweede Wereldoorlog in het thema Slag om de Schelde

Vervallen

Natuurstenen ingangspoort van fort Rammekens
Natuurstenen ingangspoort van fort Rammekens
Rammekens verkeert in tamelijk vervallen toestand. De buitenzijde van het fort is sterk aangetast. Daar staat tegenover dat er zeldzame muurplanten op de muren groeien. De bebouwing die op de binnenplaats heeft gestaan is geheel verdwenen. De ingangspoort is vrijwel ongeschonden. Ook de kazematten en kruitmagazijnen zijn vrij goed bewaard gebleven. Verschillende soorten vleermuizen voelen zich goed thuis in de donkere gangen. In 1979 is de gracht rondom het fort uitgediept.

Uniek

Fort Rammekens is als verdedigingswerk uniek omdat het een van de weinige in Italiaanse renaissancestijl gebouwde stenen forten is die bewaard zijn gebleven. In de bomvrije verblijven, die uit de tijd van Napoleon stammen, is een permanente tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van het vestingwerk en het leven in het fort.

Champignons

Van 1952 tot 1972 was fort Rammekens in gebruik als champignonkwekerij. De heer Varkevisser heeft gedurende twintig jaar in de vochtige donkere gangen van het fort champignons gekweekt. Ze werden verkocht in blikjes van zestig gram uitgelekt gewicht onder de merknaam ‘Rammekens champignons’. Op het etiket stond verder vermeld: ‘Rammekens gegarandeerd topkwaliteit. Met zorg gekweekt en ingeblikt. In smaak en soort niet te overtreffen’.
Op verschillende plaatsen in het fort staat ‘VARK’ op de muren geschreven: het enige wat nog rest van de champignontijd.
Na 1972 kwam het fort onder beheer van Staatsbosbeheer.


Creative Commons Licentie