Napoleon in Zeeland

Een Franse gedenksteen

De onderdoorgang van het Keizersbolwerk in Vlissingen
De onderdoorgang van het Keizersbolwerk in Vlissingen
Het Keizersbolwerk in Vlissingen is gebouwd in 1548. Het was evenals Fort Rammekens een ontwerp van de Italiaanse ingenieur in Spaanse dienst Donato de Boni di Pellezuoli.
In de onderdoorgang van dit bolwerk naar de loodsensteiger zit een steen ingemetseld met daarop het jaartal 1811. Sinds 1792 was Frankrijk in oorlog met Oostenrijk en Pruisen, een jaar later ook met Engeland en de Republiek der Zeven Provinciën. In januari 1795 trokken de Fransen over de bevroren rivieren Holland binnen. Ons land werd omgedoopt tot de Bataafse Republiek. Staats-Vlaanderen, Vlissingen, Maastricht en Venlo werden bij Frankrijk ingelijfd. In Vlissingen werd een Frans garnizoen gelegerd.

 



De onderdoorgang van het Keizersbolwerk te Vlissingen. Helemaal boven in het midden van de foto zit de steen waarop het jaartal 1811 staat vermeld. In dat jaar werden er door de Fransen belangrijke werkzaamheden aan de vestingwerken uitgevoerd.



Meer foto's

van het Keizersbolwerk uit onze collecties


Meer over de Franse tijd in Nederland van Wikipedia

Napoleon

De Fransen konden op hun vingers natellen dat Engeland deze invloed in de Nederlanden onmogelijk kon tolereren. Daarom brachten de Fransen de kustverdediging op orde: bestaande forten werden verbeterd en nieuwe verdedigingswerken aangelegd.
In 1801 was Napoleon in Frankrijk aan de macht gekomen. Hij had het plan opgevat om Engeland te veroveren.

Aanpassingen

In Vlissingen dienden er werken aan de vesting uitgevoerd te worden. Voor de beide toegangspoorten moesten twee ravelijnen (eilandjes in de vorm van een bolwerk) in de gracht worden gelegd. De twee bolwerken die links en rechts van de stad tegen de zeedijk lagen dienden beschermd te worden door een voorliggend glacis. Dit is een rondom de vesting liggend, schuin aflopend terrein. Het glacis werd afgesloten met een gedekte weg.

Sluizen

Deze buitenwerken zorgden er tevens voor dat de grachten nu beschermd lagen. Het werd voor een aanvaller onmogelijk gemaakt om bressen in de omwalling te schieten. Ook gaf Napoleon opdracht om met behulp van de bestaande sluizen het omliggende gebied te kunnen inunderen.
In 1805 werden plannen opgesteld voor de aanleg van een reusachtige oorlogshaven in de Margarethapolder bij Terneuzen. Deze plannen zijn echter nooit uitgevoerd.


In het Keizersbolwerk in Vlissingen (Beeldbank Zeeland)
In het Keizersbolwerk (Beeldbank Zeeland, foto M. Meijer-van der Linde)

Continentaal Stelsel

Uit 1806 dateert het zogenaamde Continentaal Stelsel. Dit plan om met een strikt isolement Engeland uit te putten en op de knieën te dwingen, pakte desastreus uit voor de Republiek. Napoleon wist dat en vermoedde dat de boycot doorlopend werd ontdoken. Hij vreesde eveneens een Engelse landing op de Walcherse kust.
Daarom werden in 1807 de Vlissingse vestingwerken opnieuw onder handen genomen. Ook werden in de loop van 1808 steeds meer Franse troepen op beide oevers van de Westerscheldemonding gelegerd.



Overzichten van termen voor onderdelen van vestingwerken en hun betekenis zijn onder andere te vinden op de website van de Stichting Menno van Coehoorn en op nl.wikipedia.org
Het bombardement van Vlissingen in augustus 1809 door de Engelsen (ZA/ZI)
Het bombardement van Vlissingen in augustus 1809 door de Engelsen (ZA/ZI)

Engelse invasievloot

Op 30 juli 1809 landden de Engelsen daadwerkelijk onder het opperbevel van Lord Chatham op Walcheren. De invasievloot bestond uit:
  • 37 linieschepen
  • 30 fregatten
  • 84 kleine oorlogsvaartuigen, en
  • ongeveer 150 transportschepen.
Er waren 38.000 man landingstroepen en 144 stukken belegeringsgeschut aan boord. Zuid-Beveland werd bezet en voor Vlissingen werd het beleg geslagen. Het doel van de Engelse expeditie was het uitschakelen van de Antwerpse marinehavens. Op die manier wilde men de Fransen ervan weerhouden een invasie in Engeland uit te voeren. Het lag ook in de bedoeling om Walcheren blijvend van een Engelse bezetting te voorzien om de Westerschelde te kunnen bewaken.


Links: het bombardement van Vlissingen in augustus 1809 door de Engelsen.
Vooraan staat een mortier opgesteld. Dit is zogenaamd krombaangeschut waarmee 'granaten', holle kogels gevuld met kruit en schroot en voorzien van een lont, werden verschoten. (ZA/ZI)

Bombardement

In augustus 1809 werd Vlissingen zwaar getroffen door een Engels bombardement. Dit werd zowel vanuit zee als vanaf het land uitgevoerd. Het prachtige stadhuis, sterk gelijkend op dat van Antwerpen, werd hierbij verwoest. De Engelsen maakten bij de beschieting van Vlissingen behalve van zware mortieren en scheepsgeschut ook gebruik van zogenoemde congrave raketten. Dit waren een soort vuurpijlen of holle kogels die bovengronds ontploften. De psychologische uitwerking van deze projectielen was groter dan de vernietigingskracht.
Lord Chatham wilde eerst zeker zijn van de verovering van Vlissingen. Dit gaf de Fransen volop gelegenheid de verdediging van Antwerpen op orde te brengen.

Zeeuwse koortsen

Napoleon kon aanvankelijk niet geloven dat het onneembaar geachte Vlissingen zich zo gemakkelijk had kunnen overgeven. Bevelhebber Monnet had de dijken toch door kunnen steken zoals was afgesproken? Geteisterd door de ‘Zeeuwse koortsen’, voornamelijk veroorzaakt door het drinken van besmet water, verlieten de Engelsen in december 1809 Walcheren.
Prentbriefkaart uit periode 1895-1905 met daarop het Keizersbolwerk in Vlissingen (ZA/ZI)
Prentbriefkaart uit de periode 1895-1905 met daarop het Keizersbolwerk in Vlissingen (ZA/ZI-P-04677)
Schade in Vlissingen door de Engelse beschieting van 1809 (Atlas van Stolk)
Schade in Vlissingen door de Engelse beschieting van 1809 (Atlas van Stolk)

Uitbreiding vestingwerken

Hoewel de expeditie met als doel de maritieme macht van Antwerpen te breken was mislukt, werd hiermee de kwetsbaarheid van de slecht verdedigde kustlijn en de zeegaten aangetoond. Om herhaling van het Engelse avontuur te voorkomen vonden in de jaren 1810-1813 belangrijke uitbreidingswerkzaamheden en versterkingen aan de vestingwerken langs de Westerschelde plaats. De werken die op de dijken bij Breskens en Vlissingen werden gebouwd dienden alle bomvrij te zijn en van een aarden dekking te worden voorzien. Ook andere reeds bestaande forten werden aangepast.

 




De Engelse beschieting van 1809 richtte veel schade aan in Vlissingen. Op de afbeelding links de ruïnes van het Arsenaal en de Oostkerk. (Atlas van Stolk)





Kringstelling

In deze periode werd rondom Vlissingen ook een ‘kringstelling’ aangelegd die bestond uit twee redoutes en drie kroonwerken. Ook aan de forten Rammekens en Bath werden omvangrijke werkzaamheden uitgevoerd.

Onze-Lieve-Vrouwe van Veere

Enorm

Reeds van verre is de enorme Onze-Lieve-Vrouwekerk in Veere zichtbaar. Dichterbij gekomen maakt het gebouw een gevangenisachtige indruk. De grote laat-gotische vensters zijn niet gevuld met traceerwerk waarin glas-in-lood ramen zijn gevat. In plaats daarvan zijn de openingen opgevuld met baksteen waarin rechthoekige vensteropeningen zijn uitgespaard. Zowel aan de buitenkant als aan de binnenzijde van de kerk is duidelijk zichtbaar dat het gebouw in de loop der tijd veel heeft geleden. Storm, brand, oorlog, niets bleef de kerk bespaard.

Hospitaal

In september 1809 werd tijdens de Engelse landing op Walcheren ook de Onze-Lieve-Vrouwekerk gebombardeerd. De kerk werd vervolgens door de Engelsen in gebruik genomen als kazerne en hospitaal. Dit laatste was wel nodig want als gevolg van de beruchte ‘Zeeuwse koorts’ werden veel soldaten ziek. Nadat de Engelsen in december van hetzelfde jaar weer waren vertrokken kwam het gebouw in Franse handen. De Fransen verbouwden de kerk vervolgens tot paardenstalling en hospitaal:
  • het interieur werd geheel verwijderd
  • de gotische ramen werden grotendeels dichtgemetseld, en
  • er werden vier vloeren in het gebouw gelegd.

 

Kerkraam in Onze Lieve Vrouwekerk te Veere
Gedeeltelijk dichtgemetseld gotisch kerkraam in de Onze Lieve Vrouwekerk te Veere.
De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Veere, circa 1970 (Beeldbank Zeeland, foto A. van Wyngen)
De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Veere, circa 1970 (Beeldbank Zeeland, foto A. van Wyngen)

De vele Franse soldaten die in het hospitaal zijn gestorven liggen begraven in de nabijliggende Kattepolder. Na het vertrek van de Fransen in 1815 kwam de voormalige kerk van 1823 tot 1829 in gebruik als werkhuis voor bedelaars. Ten tijde van de afscheidingsperikelen met België werd het gebouw van 1823 tot 1829 weer hospitaal, maar nu voor het Nederlandse leger.

 

In onze collecties bevinden zich vele afbeeldingen (NB: kijk bij het verfijnmenu rechts van de resultaten, onder 'afbeeldingen') van de Grote of Onze-Lieve-vrouwekerk in Veere. Hieronder zijn nogal wat prentbriefkaarten maar ook foto's en affiches.


Creative Commons Licentie