Tunnel
Deel van tunnel in de land- en waterpoort, Hulst (foto:ZDC)
Met dit gegeven begon Brand in de heuvel te graven. "Op zaterdag 26 oktober 1957 werd de grote ontdekking gedaan. Een van de arbeiders stootte onverwacht op een stuk gewelf. Direct werd een onderzoek ingesteld en het bleek, dat de zeepoort gevonden was en op het punt stond weer geopend te worden. Weldra konden we na ruim 350 jaar, de poort weer binnen gaan. Wat we daar zagen overtrof de stoutste verwachtingen. Een vrijwel ongeschonden tunnel van circa dertig meter lengte, zes meter breed en nu ondanks de ingespoelde zand- en sliblagen nog vijf meter hoog, prachtig van constructie in baksteen en natuursteen. Op onderlinge afstanden van enkele meters hangen aan de wanden nog de zware smeedijzeren ringen waaraan de schepen konden vastgemaakt worden. De opgaande bakstenen muren zijn twee meter dik en bekleed met natuursteen. Het gewelf bestaat afwisselend uit baksteen en natuursteen en is 1,25 meter dik."
Waarom hier?
In de periode dat de poort gebouwd werd, begin 16e eeuw, was Hulst omgeven met middeleeuwse vestingwerken. De huidige omwalling dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw. Stadsmuren werden afgewisseld met stukken aarden wal. Op de plaats waar de land- en waterpoort zou worden gebouwd lag een havengeul. Deze verbond Hulst met de Honte, de voorloper van de Westerschelde. Ook eindigden op dit punt de wegen naar het Land van Axel en die naar het Land van Hulst. In eerste instantie werd ter bescherming een aarden bolwerk aangelegd. Omdat de vijand er echter steeds weer opnieuw in slaagde de stad langs deze zijde te veroveren, besloot men tot de bouw van de Bollewerckpoort.
Poortcomplex
Tussen 1506 en 1509 is het poortcomplex gebouwd. Het bouwwerk bestaat uit twee flanktorens en een daartussen gelegen front, alle voorzien van schietgaten. Tussen de beide torens en het front hebben houten poorten gehangen. Tegenover de beide landpoorten zijn zware hoofden gemetseld waarop valbruggen konden worden neergelaten. De havendoorgang kon met ijzeren hekken worden afgesloten voor scheepvaartverkeer; de scharnieren zijn nog aanwezig. Remie Verras, scheepsbouwer in ruste uit Walsoorden, schat dat de tunnel theoretisch groot genoeg is om schepen tot 700 ton doorgang te verlenen: "mee giertaai konden er flinke knapen binnen komen. Pas op, dat waren platbodem schepen die bij laagwater droog konden vallen."
Geheime gang
In de tunnel in de land- en waterpoort in Hulst zit aan de zijde van de haveningang links een spuikoker. Deze spuit het water van de gracht bij hoge waterstand in de havengeul. Aan de rechter kant zat een zelfde soort spuikoker. In de periode 1591-1596, toen Hulst tijdelijk in handen van prins Maurits was, werd de spuikoker verbouwd tot een sortie (uitgang) om de vesting op veilige wijze ongemerkt in en uit te kunnen gaan. De gang is circa dertig meter lang, een meter breed en 1,50 meter hoog. Aan het eind ervan bevond zich een ijzeren deur.
Op de foto links zit heemkundige P. Brand aan het einde van de gang bij een uitsparing in het metselwerk waarin de deur heeft gezeten. (Foto: ZDC)
Meer over
de ontgraving van de Bollewerckpoort in Hulst uit onze collecties
Arduinen beren
Aan de zeezijde van de haveningang zijn aan weerskanten wit arduinen beren gebouwd die dienden voor de scheiding tussen het zoute haven- en het zoete grachtwater. Tevens zorgden zij ervoor dat bij laagwater de vestinggracht via de havengeul niet kon leeglopen.