Voorspellende haring
Het Oost Zeeuws-Vlaamse Namen, grenzend aan het Verdronken land van Saeftinghe en verdronken in 1715/1717, heeft ook een ondergangssage. Op een Namens boerenerf staat een 'steenpit', waaruit een boerenzoon op een kwade dag een emmer water put. Als hij de emmer ophaalt ziet hij er een haring in zwemmen. Het putwater is zout geworden! De boer verkoopt snel zijn land en vertrekt naar Hulst. Als de zoon van de nieuwe boer water haalt, vangt ook hij een haring. Deze vis is spraakzamer: vanuit zijn emmer kondigt deze de ondergang van Namen aan. En hij krijgt al snel gelijk…
Poëzie
Volksverhalen en geschiedschrijving over Zeelands verdronken geschiedenis inspireren veel 'inheemse' en niet-Zeeuwse schrijvers. Onder hen bevinden zich verschillende dichters. Gerrit Achterberg (1905-1962) schrijft het gedicht 'Reimerswaal', opgenomen in zijn bundel
Limiet (1945):
Een, die zichzelf niet meer bezit,
is aan de mist geschonken.
Klokken zijn mee verdronken
en luiden dit
ononderboken.
Maar niemand weet of ziet
de plaats, waar alles ligt gezonken.

Zelfs Suske en Wiske beleefden een avontuur in het Verdronken Land van Saeftinge. Voorzijde omslag van strip Suske en Wiske 263,
Het verdronken land, van Willy Vandersteen (Standaard Uitgeverij)