Haring bij de vleet

Een grotere vraag naar met name haring zorgt vanaf de 13e eeuw voor specialisatie en intensivering van de haringvisserij. Geholpen door de uitvinding van het haringkaken brengt het de regio grote welvaart. De visserij op andere vissoorten blijft een ondergeschikte rol spelen. In de 16e eeuw verdwijnt de haringvisserij grotendeels vanwege oorlogsgevaren en komt de kustvisserij meer in beeld.
Willem Beukelszoon van Biervliet, afbeelding van het raam in de kerk van Biervliet. Uit: 'Zeeuwse Volksalmanak 1844' (ZA/KZGW/ZI)
Willem Beukelszoon van Biervliet, afbeelding van het raam in de kerk van Biervliet. Uit: 'Zeeuwse Volksalmanak 1844' (ZA/KZGW/ZI)

Haringkaken

Vanaf de 13e en 14e eeuw groeit de vraag naar vis en zeker naar haring. Het is een echt volksvoedsel geworden. Maar vers gevangen vis bederft snel. Dit betekent dat vis op niet al te grote afstand van huis gevangen moet worden. Een flinke beperking dus. Totdat rond 1380 het haringkaken wordt uitgevonden. Hierbij wordt de vis al aan boord schoongemaakt en gezouten. Het wordt algemeen aanvaard dat Willem Beukelsz. uit Biervliet (circa 1350-1396) de uitvinder is van dit haringkaken.

Gevolgen

De introductie van het haringkaken heeft grote gevolgen voor de visserij. Met het zout wordt bederf van de vis tegengegaan. Dit schept grote mogelijkheden voor de vissers maar ook voor de handel. Voortaan kunnen vissers wekenlang van huis zijn en veel verder weg de vis vangen. Vanaf dit moment zijn Zeeuwse vissers dus ook te vinden bij de kust van Noorwegen en de Orkney- en Shetlandeilanden (boven Schotland).

 





Willem Beukelszoon van Biervliet, tekening A. de Haen uit 1739 (ZA/KZGW/ZI)
Willem Beukelszoon van Biervliet, afgebeeld in een glasraam van de kerk in Biervliet. Tekening door A. de Haen uit 1739 (ZA/KZGW/ZI).

Willem Beukelsz en de uitvinding van het haringkaken vormen samen één van de 50 vensters van de Zeeuwse Canon. Naar de pagina met dit venster...
Haringbuis of 'buis die zijn vleet inhaalt' (Uit: G. Groenewegen, 'Verzameling van Vier en Tachtig Stuks Hollandsche Schepen', Rotterdam 1789)
Haringbuis of 'buis die zijn vleet inhaalt' (Uit: G. Groenewegen, 'Verzameling van Vier en Tachtig Stuks Hollandsche Schepen', Rotterdam 1789)

Haringbuis

Tevens maakt deze vinding het mogelijk grotere schepen te gebruiken voor de visvangst. Begin 15e eeuw is dan ook de haringbuis of buisschip als scheepstype ontwikkeld. Dit schip is 'op kiel gebouwd' en heeft een breed werkdek voor het schoonmaken van de vis. In het ruim is genoeg plaats voor zowel een bemanning van veertien personen als vaten met zout en met gezouten (of gepekelde) haring. Maar ook de netten die gebruikt worden nemen veel plek in. Het zijn drijfnetten of 'vleten' van hennep, die als rechtopstaande schermen door het water getrokken worden en waarin de haringen met de kieuwen vasthaken. Via nettenpoorten worden de netten midscheeps opgetrokken.

Haring bij de vleet

Met het gezegde "haring bij de vleet" of "bij de vleet" bedoelen we overvloed of een grote hoeveelheid. Het is dus zo genoemd naar het bij de haringvisserij gebruikte net, de 'vleet'. Het is een groot net, oorspronkelijk gemaakt van hennep.






Haringbuis, 16e eeuw (Wikipedia; tekening J. Porcellis, 1627)
Haringbuis, 16e eeuw (bron: Wikipedia; tekening J. Porcellis, 1627)
Vissers in actie op een haringbuis. Detail van de 'Zelandiae Descriptio' van Antoon van den Wijngaerde, omstreeks 1550. Het origineel van deze tekening bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, België.
Vissers in actie op een haringbuis. Detail van de 'Zelandiae Descriptio' van Antoon van den Wijngaerde, omstreeks 1550. Het origineel van deze tekening bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, België.

Zout

Deze vorm van visserij betekent een grote economische impuls voor plaatsen als Brouwershaven, Zierikzee, Westenschouwen, Veere, Vlissingen, Zoutelande, Westkapelle en Domburg. Dit zijn voorname markten voor zowel vissers als handelaren. Eenmaal aan wal kan de overwegend in houten vaten verpakte gezouten vis immers gemakkelijk verhandeld worden. Daarmee bewijst het zout als conserveringsmiddel zijn waarde dubbel en dwars.
De vraag naar zout laat ook plaatsen als Tholen, Hulst, Reimerswaal, Zierikzee en Goes profiteren. In de omgeving van deze steden wordt het zout gewonnen uit het veen van onder de zeeklei (darinkdelven en selnering) .
Links:
Wanneer de vleet wordt binnengehaald strijkt een haringbuis de mast(en). Er is volop bedrijvigheid met het binnenhalen van het net, kaken en kuipen. Het net wordt binnenboord gehaald via een nettengat. De bemanning telt twaalf tot veertien mannen.
Zoutwinning of selnering, met op de achtergrond Zierikzee. Kopergravure door J.C. Philips naar tekening van C. Pronk, 1745, naar een schilderij in het Gasthuis te Zierikzee (ZA/KZGW/ZI)
Zoutwinning of selnering, met op de achtergrond Zierikzee. Kopergravure door J.C. Philips naar tekening van C. Pronk, 1745, naar een schilderij in het Gasthuis te Zierikzee (ZA/KZGW/ZI)
Tekst bij deze kopergravure:
'De Zel-neering of het Darink-delven, zoo als het oudtijds, in Zeeland, geoefend werdt.' En verderop de uitleg: 'de wijze op welke de Darink uit den grond gespit, op hoopen te droogen gelegd, en vervolgens tot assche verbrand werdt: welke dan naar de Zoutkeeten gevoerd, en, met Zee-water vermengd, tot wit zout werdt gestookt'.

Bloei

De haringvisserij kent zodoende een relatief snelle opkomst en bloei. Het brengt de Zeeuwen een aanzienlijke welvaart en rijkdom. Typerend voor deze economische activiteit zijn specialisatie, flinke omvang en ook doelmatigheid. Zo is er bijvoorbeeld sprake van zogenaamde 'ventjagers' of vistransportschepen die de haringbuizen regelmatig begeleiden op hun tochten over open zee. Het zijn speciale scheepjes die de gevangen en gezouten haring in vaatjes snel naar het vasteland (en afzetmarkt) kunnen brengen.


Meer informatie over kaapvaart en aanverwante praktijken leest u in ons thema Kaapvaart.
Haringbuizen voor de Engelse kust (rechtsboven staat 'Anglia pars'). Detail van de 'Zelandiae Descriptio' van Antoon van den Wijngaerde, omstreeks 1550. Het origineel van deze tekening bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, België.
Haringbuizen voor de Engelse kust (rechtsboven staat 'Anglia pars'). Detail van de 'Zelandiae Descriptio' van Antoon van den Wijngaerde, omstreeks 1550. Het origineel van deze tekening bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, België.

... en ondergang

Snel ook verloopt de ondergang van de haringvisserij na 1550. Allerlei politieke conflicten met oorlogsgeweld en toenemende kaapvaart tot gevolg maken het vissen 'ter zoute' dan een riskante aangelegenheid. Het aantal van rond de 200 haringbuizen in 1562 daalt dan ook in grote vaart als enkele jaren later de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) uitbreekt (1568).
De visserij onder de kust en op beschermde wateren neemt het vanaf nu weer grotendeels over. Alleen vanuit Zierikzee blijft de visserij ter zoute als specialisatie en op grote schaal nog enkele eeuwen bestaan. Dit betreft dan wel de kabeljauwvaart. Ook deze vis wordt net als haring op zee gezouten. Een andere naam voor gepekelde kabeljauw is labberdaan.
Zierikzee, gezien vanaf het water (Uit: N. Visscher, 'Speculum Zelandiae' van omstreeks 1650). Op de voorgrond vissers in grotere en kleinere bootjes, en op de dijk rechts wordt gevist met de hengel.
Zierikzee, gezien vanaf het water (Uit: N. Visscher, 'Speculum Zelandiae' van omstreeks 1650). Op de voorgrond vissers in grotere en kleinere bootjes, en op de dijk rechts wordt gevist met de hengel.

Vangstmethoden

Naast de eerder genoemde drijfnetten of vleten uit de haringvisserij worden voor de visvangst ook andere methoden toegepast. Bijvoorbeeld met lijnen waaraan haken, voorzien van aas, zijn bevestigd. Deze kunnen handmatig uit een boot worden neergelaten. Met een aan het eind verzwaarde lijn kan zo eenvoudig zelfs vanuit een roeiboot worden gevist. Schepen van waaruit dit op grotere schaal gebeurt worden ook wel 'hangers' genoemd: de lijnen hangen immers zo over boord. Zo worden allerlei soorten vis gevangen.

Hoekwant

Hoekwant (rechts) en beug (links, met ankertjes)(Bron: website Productschap Vis pvis.nl)
Hoekwant (rechts) en beug (links, met ankertjes)(Bron: website Productschap Vis pvis.nl)
Het principe van vissen met een lijn is echter al in een vroeg stadium naar een hoger niveau gebracht. Met name in de vorm van visserij met het zogenaamde hoekwant. Hierbij worden haken met stukjes aas aan lijntjes bevestigd. Deze lijntjes zijn vervolgens allen weer vastgemaakt aan een lange lijn of kabel, tot wel ruim 70 meter lang.
Wordt een samenstel van 150 van dergelijke lijnen met ankertjes uitgezet, dan heet dit een beug. Een getijde na het uitzetten ervan haalt de visser deze beug binnen. Behalve kabeljauw kan ook heilbot, tarbot, schelvis en rog tot de vangst behoren. Variaties in dikte van lijn en soort haak bepalen met name de soort vis die zal bijten.
Voor de visserij op schol zijn geen hoekwanten maar waarschijnlijk netten gebruikt. Met behulp van een zogenaamde zegen of 'gaand want' wordt de schol van de bodem de netten in gejaagd.

 




Meer over enkele vangstmethoden zoals nu nog steeds worden toegepast, zie de website van Productschap Vis

Platboomd

'Vis hoeker' (uit: G. Groenewegen, 'Verzameling van Vier en Tachtig Stuks Hollandsche Schepen', Rotterdam 1789)
'Vis hoeker' (uit: G. Groenewegen, 'Verzameling van Vier en Tachtig Stuks Hollandsche Schepen', Rotterdam 1789)
Ook voor het vissen met hoekwant ontstaat geleidelijk een gespecialiseerd schip: hoekschip, hoekboot of hoeker genaamd. Dit is evenals de andere visserschepen, maar met uitzondering van de haringbuis, een zogenaamd platboomd vaartuig (schip met een brede, nogal vlakke, bodem). Deze schepen van tot wel 25 meter lang en 6 meter breed kunnen vanwege deze bodem gemakkelijk aan de grond worden gezet in de getijdenhavens. Deze havens vallen bij laagtij immers plaatselijk (vrijwel) droog zodat schepen zonder platte bodem letterlijk omvallen. Ook zijn schepen met platte bodems goed te gebruiken in de vele ondiepe Zeeuwse wateren en vormen zandbanken veelal geen probleem.
Hoekschepen of hoekers. Detail van 'Zelandiae Descriptio' van Antoon van den Wijngaerde, omstreeks 1550. Het origineel van deze tekening bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, België.
Hoekschepen of hoekers. Detail van 'Zelandiae Descriptio' van Antoon van den Wijngaerde, omstreeks 1550. Het origineel van deze tekening bevindt zich in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen, België.

Links: op de voorgrond is een tweemasthoeker getekend. Het is de oudst bekende tekening van een hoeker als scheepstype. Bijna de volledige tuigage is weergegeven. Ook is goed te zien dat alle zijden van het schip worden benut om vis te vangen, met hoekwant (achter) en net (voor).
Het schip rechtsboven vist met 'de vleet', met een net dus.


Creative Commons Licentie