Overgang

In de tweede helft van de 19e eeuw vindt een overgang plaats. De Zeeuwse visserij ontwikkelt zich van overwegend versplinterde kustvisserij naar een verenigde sector met groeiende naamsbekendheid. Naast voortzetting van eeuwenoud vakmanschap vormen nieuwe initiatieven de basis voor een moderne professionele visserij.
Visser met manden, circa 1890 (Beeldbank Zeeland)
Visser met manden, circa 1890 (Beeldbank Zeeland)

Kleinschalig

Vanuit diverse kustplaatsen bevissen Zeeuwse vissers de kustwateren en de verschillende wateren die de provincie tot ver landinwaarts doorsnijden.

Naast een relatief kleine haringvisserij worden ook kabeljauw en platvissen als tong, schol en bot gevangen. Het is vooral een voortzetting van de visserij zoals die daarvoor al enige eeuwen plaatsvindt.
Ook de vangst van schelp- en schaaldieren is nauwelijks georganiseerd te noemen. Iedere visser zorgt ook zelf voor de afzet van eigen producten op een lokale markt.

Het laatste deel van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw vormen een periode van overgang. Handelingen, gewoonten en uiterlijke verschijningsvormen, zoals eeuwenlang gebruikelijk, worden op foto's vastgelegd. Niet lang daarna zullen deze verdwijnen.

Links: visser Daniel van Belzen met juk en twee manden, Arnemuiden omstreeks 1890 (Beeldbank Zeeland)

Weervisserij

Visweer of weer in de vorm van een V: de vis verzamelt zich bij laag water op het diepste punt
Visweer of weer in de vorm van een V: de vis verzamelt zich bij laag water op het diepste punt
Bij de meer kleinschalige visvangst wordt vaak gebruik gemaakt van de werking van de getijden. Deze visserij met vaste constructies of netten kost relatief weinig inspanning en investering.

Bij de weervisserij wordt gebruik gemaakt van een soort van schuttingen ('weren'). Zie de foto's rechts. In het voorjaar leggen de vissers deze weren van rijshout aan in de vorm van een V.

 


Visweer of weer met netten
Visweer met netten
Mand met een keernet, zoals dat gebruikt wordt in de weervisserij op ansjovis (Oosterschelde Museum, Yerseke)
Mand met een keernet, zoals dat gebruikt wordt in de weervisserij op ansjovis (Oosterschelde Museum, Yerseke)
Een weer bestaat altijd uit twee schuttingen van soms wel honderden meters lang. Op de plek waar de twee schuttingen bijeenkomen (de punt van de V) is het water het diepst. Tijdens laagwater verzamelt zich hier de vis. Deze vistechniek komt vooral voor in de Oosterschelde. Het zijn vooral vissers uit Tholen en Bergen op Zoom die het toepassen. Eeuwenlang worden zo behalve vissen als bot, tong en makreel ook haring en ansjovis gevangen. Bergen op Zoom geldt op dit terrein als het centrum, ook culinair.

 



Zie ook dit nieuwsbericht over de toekenning van subsidie voor het herstel van weren in de Oosterschelde, 15 juli 2010 (bron: BNdeStem)

Schutnet

Een ander voorbeeld van gebruikmaking van de getijdenwerking is vissen met stel- of schutnet. Lange en smalle netten worden bij laagwater dwars over een drooggevallen zandbank gelegd. Tijdens hoogwater trekken de vissers het net vanuit boten omhoog zodat het in het daaropvolgende afnemend tij de vissen tegenhoudt. Wanneer de zandbank opnieuw droogvalt kunnen de vissers er de gevangen vis zo oprapen. Omdat de vissers het vooral om de grote vis gaat, laten ze vele kleinere visjes liggen. Hoewel vanwege deze verspilling deze visserij al in 1596 verboden wordt, blijft deze nog lang bestaan.

Zeeg, kor en fuik

In de loop van de tijd zijn naast bovenstaande vormen nog diverse andere technieken voor het vangen van vis en garnalen ontwikkeld. Zo kan met een smal en lang net, de zeeg, vanaf de wal worden gevist (zie rechts). Vanaf het land wordt dit net door een boot met een grote boog teruggevaren en vervolgens met de hand ingetrokken. In ondiep water trekken vissers met de hand of met een paard zakvormige sleepnetten (korren) door ondiep water. Het is een effectieve manier om garnalen te vangen. Met van wilgentenen en later ook van netten om een ijzeren frame gemaakte fuiken worden allerlei vissen en vooral ook paling gevangen. De dieren zwemmen gemakkelijk in de fuik, maar de achter elkaar geplaatste trechters voorkomen dat ze weer ontsnappen.

 

Visser met 'zeeg' op het strand (Beeldbank Zeeland)
Visser met een lang en dun visnet (zeeg) op het strand (Beeldbank Zeeland, foto: J. Wolterbeek)

Kreeftenvangst

[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 


Links: kreeftenvissers trekken er met een logger, een soort vissersbootje, op uit.
In dit zwart-witfilmpje is goed te zien dat de kreeftenvisserij in 1923 niet veel anders gaat dan de kreeftenvisserij van nu.


Beelden voor de Toekomst
Bron: Filmmuseum - Met een Logger ter Visvangst, 1923

Omslag

De Arnemuidse hoogaars ARM 24 vaart de haven van Vlissingen binnen. Foto van omstreeks 1930 (Beeldbank Zeeland, foto: J. van Westen)
De Arnemuidse hoogaars ARM 24 vaart de haven van Vlissingen binnen. Foto van omstreeks 1930 (Beeldbank Zeeland, foto: J. van Westen)
In het tweede deel van de 19e eeuw zorgen enkele ontwikkelingen voor een verandering van aard en structuur van de Zeeuwse visserij. Een voorname factor hierin is ongetwijfeld het gegeven dat eerder al, namelijk vanaf 1800, de gilden (een soort van beroepsverenigingen) worden opgeheven. Dit betekent enerzijds het einde van de bescherming van visgronden, anderzijds geeft het meer vrijheid aan iedereen om te gaan vissen. Met dit alles neemt de concurrentie in de visserij sterk toe, meer dan eens met felle gevechten tussen vissers onderling tot gevolg.
De Vismarkt in Middelburg, 2009.
De Vismarkt in Middelburg, 2009.
Gedurende een lange periode is de lokale markt de enige plek waar zowel vis als schelpdieren kunnen worden verkocht. Geleidelijk aan wordt deze 'markt' echter ruimer, evenals (dus) de concurrentie.

Bordje 'Vismarkt'

Op de Vismarkt in Middelburg (links) wordt geen vis meer verhandeld. Vooral de periodieke antiek- en curiosamarkt trekt nu bezoekers.

Nijverheid

Het zijn behalve krachten van binnen uit de visserij vanaf 1850 ook externe invloeden die een rol spelen. Zo komt in 1870 de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van Nijverheid (stimulans van de economische bedrijvigheid sinds 1797) met enkele uitgewerkte studies die van groot belang zijn voor de Zeeuwse visserij. Zo komen onder andere de kunstmatige mosselcultuur en de aanmoediging van kunstmatige oesterteelt aan de orde. Ook initiatieven tot het verbeteren van de conservering van vis tijdens het vervoer en tot het starten van makreelvisserij vanuit Arnemuiden worden uitgewerkt. Samen met ontwikkelingen in techniek, zorgen verdere specialisatie en organisatie geleidelijk voor modernisering en professionalisering, met name van de schelpdiervisserij.

Mosselcultuur

De basis voor de hedendaagse mosselcultuur is gelegd in de 19e eeuw. Met de vrijheid tot vissen waar ieder wil, ontstaat dus onenigheid tussen vissers onderling. Ook leidt deze vrijheid tot overbevissing van de Zeeuwse wateren. De groeiende vraag naar mosselen leidt uiteindelijk tot het in 1825 bij Koninklijk Besluit aan banden leggen van 'wilde' mosselvangst. Dit betekent het begin van een meer gestructureerde mosselvisserij. Vissers moeten zich gaan houden aan regels inzake de vismethode, de periode van de vangst en de grootte van de aangevoerde mossel.

 







Mosselvisserij anno 2005, mosselkotter YE 95 (Beeldbank Zeeland)
Mosselvisserij anno 2005 met mosselkotter YE 95 (Beeldbank Zeeland, foto: M. Meijer-van der Linde)

De Mosselvisser

[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 



Links: Zeeland staat bekend om zijn mosselvisserij. In het filmpje wordt iets verteld over het uitzetten van de mosselzaadjes, mosselpercelen en de mosselvangst.

Beelden voor de Toekomst
Bron: NCRV - Rondje Delta, 28 oktober 2006
Het lossen van mosselen in de haven van Philippine. Prentbriefkaart van omstreeks 1910 (Beeldbank Zeeland, collectie Lauret)
Het lossen van mosselen in de haven van Philippine. Prentbriefkaart van omstreeks 1910 (Beeldbank Zeeland, collectie Lauret)

Van visserij naar teelt

In de tweede helft van de 19e eeuw vindt een nog grotere omslag plaats. In plaats van de visserij van mossels komt de nadruk meer en meer te liggen op de mosselteelt, met name in bepaalde delen van de Oosterschelde. Aanvankelijk worden percelen (kweekgronden) verkocht aan rijke personen, later vindt ook toewijzing van percelen plaats door loting. Sinds 1870 verpacht de overheid de kweekgronden. Dit betekent de doodsteek voor vele kleine vissers.

Oesters

Nadat rond 1850 in Frankrijk succesvolle proeven zijn gedaan met kunstmatige oesterteelt, vindt introductie hiervan ook in Zeeland plaats. Een deel van de Yerseke Bank wordt vanaf 1870 voor dit doel verpacht. Ondanks verzet en de nodige perikelen, mede veroorzaakt door benadeelde Thoolse vissers, worden aanzienlijke winsten behaald. Op een periode van onrust eind 19e eeuw met zowel grote winsten als tegenslagen, volgt begin 1900 de rust. Yerseke groeit van gehucht tot een internationaal centrum voor de oester- en mosselindustrie.

 



















Zicht in oesterloods van oesterkwekerij Eendracht, Yerseke, ca. 1904 (Beeldbank Zeeland)
Zicht in de oesterloods van oesterkwekerij "De Eendracht" (de latere Maatschappij van Oesterkwekers Eben Haezer), Yerseke, omstreeks 1904. Hier worden de oesters verpakt voor transport (Beeldbank Zeeland)

Oestervisserij in 1923

[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 


Links: de filmopnames komen uit 1923. In dit filmpje is goed te zien hoe de oestervangst aan het begin van de vorige eeuw in zijn werk gaat.

Beelden voor de Toekomst
Bron: Oestercultuur BG Integrale uitzending, 1 januari 1923
Voorgesorteerde oesters in oesterputten, Yerseke. Prentbriefkaart uit het begin van de jaren 1970 (ZA/KZGW/ZI)
Voorgesorteerde oesters in oesterputten, Yerseke. Prentbriefkaart uit het begin van de jaren 1970 (ZA/KZGW/ZI)
Opvallend is dat de vissers in deze sector eerder boeren dan vissers worden genoemd. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat mosselen en oesters niet 'zwemmen' maar groeien op de bodem. Zodoende is ook eerder sprake van mossel- en oesterkweek en -cultuur dan visserij.

 



Een stadium in de oesterkweek is het sorteren. Op de foto links staan de zeven of 'ziften' boven water waarin de oesters op grootte worden gesorteerd.

Oesterteelt in 1923

[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 


Links:
De verwerking van de oesters gaat handmatig. Vrouwen werken hard mee!


Beelden voor de Toekomst
Bron: Oestercultuur, BG Integrale uitzending, 1 januari 1923

Krabben en kreeften

Visser in de haven van Tholen met fuiken of korven voor de kreeftenvisserij, 1956 (Beeldbank Zeeland, fotoarchief PZC)
Visser in de haven van Tholen met fuiken of korven voor de kreeftenvisserij, 1956 (Beeldbank Zeeland, fotoarchief PZC)
Sinds lange tijd wordt actief 'gevist' op een groep van schaaldieren als kreeften en krabben. Echter nooit op grote schaal. Kreeften komen aan de Nederlandse kust bijna alleen voor langs de kust van Walcheren en in de Oosterschelde. Pas vanaf eind 19e eeuw worden kreeften gevangen voor de markt, maar steeds op zeer kleine schaal. Zierikzee is de centrale plaats hierbij totdat Yerseke het overneemt in de 20e eeuw.

Kreeften worden gevangen met fuiken van metaalgaas (links), waarin aas wordt gelegd. Een bewijs dat krabben al in de 16e eeuw worden gevangen vinden we bijvoorbeeld op een gravure uit 1580. Ook deze visserij groeit in later tijden echter niet uit boven het niveau van een lokale afzetmarkt.

Sam Uil, kreeftenvisser

[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 


Links:
Sam Uil is kreeftenvisser van beroep. In het filmpje laat Sam Uil zien wat er allemaal komt kijken bij het beroep van kreeftenvisser.


Beelden voor de Toekomst
Bron: NCRV - Rondje Delta, 28 oktober 2006

Kokkels

Visserijproducten zijn dus niet alleen vissen als haring, kabeljauw en schol maar ook schaaldieren als kreeften en krabben en schelpdieren als mossels en oesters. Tot deze laatste categorie behoren ook de kokkels welke vooral voorkomen in de monding van de Oosterschelde. De vangst hiervan gebeurt veelal kleinschalig, voor particulier gebruik, met als gereedschap een soort hark.
Vanaf 1960 vindt de kokkelvisserij ook plaats met vaartuigen. Schaalvergroting vindt vooral plaats wanneer de overheid in 1975 de vangst stimuleert - de vangstopbrengst wordt bijna geheel geëxporteerd, veelal naar Spanje. Een aantal schepen vist in Oosterschelde en Westerschelde op kokkels in de periode eind augustus tot begin december. Per jaar wordt opnieuw vastgesteld hoeveel kokkels gevangen mogen worden.

Lees verder over schaalvergroting, mogelijkheden en bedreigingen op de pagina Schaalvergroting.

 

Kokkels
Kokkels


Creative Commons Licentie