Walvisvaart

Eeuwenlang zijn Zeeuwen betrokken bij de vangst van walvissen. De Zeeuwse walvisvaart vindt overwegend plaats in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Natuurlijk zijn walvissen, hoewel de naam het wel suggereert, geen vissen maar zoogdieren. Toch wordt de walvisvaart normaal gesproken altijd tot de visserij gerekend.
Walvisvangst door Nederlanders in de 17e eeuw met de Beerenberg op het eiland Jan Mayen op de achtergrond (bron: Wikipedia)
Walvisvangst door Nederlanders in de 17e eeuw met de Beerenberg op het eiland Jan Mayen op de achtergrond (bron: Wikipedia)

Noordsche Compagnie

In 1617 sluiten Zeeuwse reders zich aan bij de Noordsche Compagnie. Dit is een in 1614 opgericht handelsgenootschap waarin aanvankelijk alleen vijf Hollandse steden (Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen, Rotterdam en Delft) vertegenwoordigd zijn met een 'kamer'. De toetreding door de Vlissingse reder Jan Lampsins in 1617 leidt tot uitbreiding met drie Zeeuwse steden (Vlissingen, Middelburg en Veere). Twintig jaar later voegen zich hier nog eens twee Friese steden (Harlingen en Stavoren) bij. De Noordsche Compagnie, ook wel aangeduid met de naam 'Groenlandse Compagnie', bezit een echt handelsmonopolie in het noordelijkste deel van de Noord-Atlantische Oceaan, de Noordelijke IJszee. Alleen 'leden' mogen zich hierheen begeven voor walvisvangst en de winning van walvistraan.

 



















Meer over Noordsche Compagnie, walvisvaart en walvissen (van Wikipedia)

Walvis en traan

Bij de 17e-eeuwse walvisvangst wordt voornamelijk jacht gemaakt op de Groenlandse walvis en de Noordkaper. Deze enorme dieren leveren de volgende producten: walvistraan, baleinen en beenderen. Het walvistraan wordt gewonnen door het koken van het spek van de walvis. Dit spek (ook wel blubber genoemd: een dikke laag vet net onder de huid) wordt in repen of stukken gesneden en vervolgens in grote ketels uitgekookt. Het eindproduct, de walvistraan, wordt in die tijd (en tot ver in de 19e eeuw) gebruikt voor verlichting, zeepbereiding, leerlooien en ook wolbewerking.
Een walvis wordt gevangen in de wateren tussen Sint-Annaland en Bruinisse, oktober 1682. Vierde uit een reeks van vijf afbeeldingen, kopergravures van A. de Blois (ZA/KZGW/ZI)
Een walvis wordt gevangen in de wateren tussen Sint-Annaland en Bruinisse, oktober 1682. Vierde uit een reeks van vijf afbeeldingen, kopergravures van A. de Blois (ZA/KZGW/ZI)

Baleinen

De baleinen van de walvis bevinden zich in de bek van het dier. Het is een zeefachtige structuur voor het filteren van voedsel (plankton) uit het water. Baleinen, ook wel hoornplaten genoemd, zijn van nature stijf. Wanneer dit materiaal in water wordt verwarmd kan het echter worden vervormd. Het materiaal wordt gebruikt voor verwerking in korsetten en hoepelrokken maar ook wel toegepast bij het maken van siervoorwerpen, dozen, mesheften, paraplu's en waaiers.

Onderkaak

Beenderen en dan met name de onderkaakbeenderen leveren een fijn soort traan of olie ('kneukolie'). Ook zijn deze beenderen basismateriaal voor de vervaardiging van diverse gereedschappen. Na thuiskomst vervullen de beenderen tevens decoratieve doelen, bijvoorbeeld aan de muur. In de wei tenslotte zijn ze ook regelmatig gebruikt als schuurpaal voor het vee.

 

In stukken hakken van walvis op plaat voor St. Annaland, oktober 1682 (ZA/KZGW/ZI)
Verwerking van (diezelfde maar dan) dode walvis op een plaat voor Sint-Annaland, oktober 1682.
Het verhaal gaat dat schipper Joosty Kok van Vianen de walvis het eerst ziet; Gerrit de Koning van Middelburg en Klaas Waal van Geertruidenberg vangen samen de walvis. Aan de beurzen op de kades van Bruinisse en Sint Philipsland hangen lange tijd beenderen van deze walvis. (ZA/KZGW/ZI).
Onderkaakbeen van een walvis, hangend aan de muur bij de Campveerse Toren in Veere (2008)
Onderkaakbeen van een walvis, hangend aan de muur bij de Campveerse Toren in Veere (2008)

Harpoeneren

Walvissen worden vanaf een schip of klein bootje geharpoeneerd. Dit gebeurt met handharpoenen waaraan lijnen zijn bevestigd. Wanneer het dier vermoeid raakt en dus van dichtbij genaderd kan worden, gebruiken de mannen lansen om het dier te doden. De dode walvis komt vervolgens langszij de walvisvaarder te liggen. Zo wordt het dode dier naar een verwerkingsplek gesleept. Ook gebeurt het (later) dat het dier langszij al wordt 'geflensd', ofwel aan stukken gesneden, en het spek in repen van het karkas wordt gehaald.
Tekening van Campveerse Toren met walvisbeen aan muur, Veere ca. 1850 (ZA/KZGW/ZI)
Uitsnede uit een tekening van Veere en de Campveerse Toren (met het walvisbeen aan de muur), omstreeks 1850 (ZA/KZGW/ZI)

Seizoen

De walvisvaart is een seizoensgebonden activiteit. In het voorjaar vertrekken de schepen vanuit Zeeland en de Republiek. Drie weken later komen zij aan in de omgeving van de eilanden Spitsbergen , Jan Mayen of Bereneiland . In de ruime omgeving om deze eilanden, tussen Groenland in het westen en Nova Zembla in het oosten, vindt vervolgens gedurende de zomer de jacht op walvissen plaats. Dit gebeurt overwegend op open water, maar als later het aantal walvissen afneemt, ook tussen de talrijke ijsvelden in de regio. Uiterlijk in de maand oktober verlaten de schepen deze wateren weer. Het overwegend slechtere weer en de toenemende dreiging van (drijf)ijs zorgen vanaf dat moment voor teveel gevaren.

 



Meer over Spitsbergen en Jan Mayen (van Wikipedia)
Walvis gooit bootje van walvisvaarders om. Afbeelding uit
Walvis gooit bootje van walvisvaarders om. Afbeelding uit "An account of the Arctic regions with a history and description of the northern whale-fishery" van W. Scoresby, 1820)

Smeerenburg

Al vroeg in de 17e eeuw start in Spitsbergen de verwerking van het walvisvet of blubber tot olie. In 1619 beginnen Amsterdammers op het ten noordwesten van Spitsbergen gelegen kleine eilandje Amsterdam een traankokerij, Smeerenburg genaamd. Het is in de zomermaanden een drukke nederzetting. Hier wordt walvisvet van grote hoeveelheden walvissen in enorme ketels omgesmolten (gekookt).
Zeeuwse walvisvaarders stichten aanvankelijk een eigen traankokerij, 'De Zeeuwse Uitkijk' genaamd, op het nabijgelegen eilandje Ytre Norskøya. Vanaf 1623 vestigen zich Vlissingse, Middelburgse en Veerse walvisvaarders ook in Smeerenburg.




Het vangen van een walvis verloopt niet altijd zonder gevaren...

Overwinteren

Enkele schepen liggen vast in het ijs bij Jan Mayen, 1633 (bron: jachthollandia.nl)
Enkele schepen liggen vast in het ijs bij Jan Mayen, 1633 (bron: jachthollandia.nl)
In het winterseizoen liggen traankokerij en nadere bezittingen van walvisvaarders verlaten. Als in de zomer erna blijkt dat walvisvaarders uit Baskenland (Spanje) spullen roven, wordt actie ondernomen. In 1633 blijven na het vangstseizoen zowel op het eiland Amsterdam als Jan Mayen groepen vrijwilligers overwinteren. Alleen de groep op Amsterdam overleeft het avontuur. Hieronder bevinden zich ook enkele Zeeuwen, Jan Heynricksz. uit Zierikzee en Adriaen Rutgersz Goud uit het land van Goes. Het jaar daarop overleeft geen van de achterblijvers in Smeerenburg het avontuur.



Links:
Terwijl de jacht op walvissen verder gaat, moeten echter ook ijsberen op afstand worden gehouden.

Quotum

Binnen de Noordsche Compagnie bepalen onderlinge afspraken precies hoeveel iedere 'deelnemer' mag vangen, en verkopen. Het gegeven van een quotum is dus niet alleen iets van onze tijd! Zo mag de stad Veere in de jaren twintig van de 17e eeuw bijvoorbeeld elk jaar 200.000 liter traan verhandelen. Deze hoeveelheid wordt verkregen uit de verwerking van achttien volwassen walvissen. Dit is het aantal walvissen dat gemiddeld elk seizoen door twee walvisvaarders gevangen wordt. Het genoemde quotum is echter vrijwel nooit gehaald door Veere.
De traanovens roken volop. Op de achtergrond wederom de Beerenberg op het eiland Jan Mayen. Het zijn de ovens van de traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Noordsche Compagnie. Dit schilderij is vervaardigd door Cornelis de Man in 1639. Het bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam (bron: jachthollandia.nl).
De traanovens roken volop. Op de achtergrond wederom de Beerenberg op het eiland Jan Mayen. Het zijn de ovens van de traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Noordsche Compagnie. Dit schilderij is vervaardigd door Cornelis de Man in 1639. Het bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam (bron: jachthollandia.nl).

Michiel de Ruyter

Veel van de Zeeuwse en Hollandse zeelieden in die tijd zijn breed inzetbaar. De ene keer werken ze op een vissersboot, een andere keer op een handelsvaarder van de Verenigde Oost-Indische Compagnie of de West-Indische Compagnie. Of op een walvisvaarder dus.
Een wel heel beroemde 'visser' en deelnemer aan de walvisvaart is Michiel Adriaanszoon de Ruyter.
Op 26-jarige leeftijd monstert de latere zeeheld als stuurman aan op een walvisvaarder met de naam 'Groene Leeuw'. Dit schip verlaat de haven van Vlissingen op 8 mei 1633, samen met nog eens drie walvisvaarders. Ook in 1635 gaat De Ruyter weer met de 'Groene Leeuw' naar het noorden. Dit keer maakt hij melding van de problemen die ze tegenkomen tijdens de zware reis. Zo schrijft hij: "Wij laghen zo vast als of wij daarin ghemetselt waren." Ingesloten door het ijs dus...

 








Michiel de Ruyter, detail beeld Vlissingen
Michiel de Ruyter, detail van het beeld in Vlissingen

Ook over Michiel de Ruyter heeft geschiedeniszeeland.nl een thema >> lees verder...

Einde monopolie

In 1642 eindigt het monopolie (geregeld via een zogenaamd octrooi) van de Noordsche Compagnie. Vanaf dit ogenblik gaan nog meer steden en landen deelnemen aan de walvisvaart in de Noordelijke IJszee. De opbrengsten uit de handel in walvistraan zijn immers nog steeds aanzienlijk. Door de intensieve vangst is het aantal walvissen in de Noordelijke IJszee dan echter al flink afgenomen. Nu op nog grotere schaal walvissen worden gevangen, daalt hun aantal nog veel sneller. Al rond 1670 moeten walvisvaarders uitwijken naar andere gebieden omdat bij Spitsbergen niet genoeg walvissen meer zijn te vinden.
Vanuit Nederland en dus ook Zeeland blijft de walvisvaart een actieve sector, tot 1873. Langzamerhand zijn de opbrengsten alsmaar kleiner geworden en de benodigde investeringen te groot. Daarbij speelt ook de afnemende walvisstand een voorname rol.

 


Aangespoelde walvis op Schouwen, mei 1910 (Beeldbank Zeeland)
Niet gevangen maar aangespoeld: een twintig meter lange walvis bij Westenschouwen op Schouwen. Foto uit mei 1910 (Beeldbank Zeeland)

Einde walvisvaart

Walvisfabriekschip Willem Barendsz, omstreeks 1955 (Beeldbank Zeeland; foto: H. Defesche)
Walvisfabriekschip Willem Barendsz, omstreeks 1955 (Beeldbank Zeeland; foto: H. Defesche)
Vanaf 1946 vindt een nieuwe start van de walvisvangst plaats, met de oprichting van de Nederlandsche Maatschappij voor de Walvischvaart. Aanleiding hiervoor is het tekort aan vetten en oliën na de Tweede Wereldoorlog. Met een zogenaamd walvisfabrieksschip (de Willem Barendsz) en acht vangschepen richt de voornoemde maatschappij zich op de pelagische walvisvaart in het Zuidpoolgebied. Dit houdt in dat zowel jacht als vangst en verwerking van walvissen op volle zee plaatsvindt . Behalve beperkingen vanwege internationale afspraken en opgelegde quota lopen ook de vangsten terug. Met de verkoop in 1964 aan Japan van de laatste walvisvaarder, de Willem Barendsz II, eindigt de Nederlandse walvisvaart.

Meer over walvisvaart (van Wikipedia)











Wapen

Het wapen van Walcheren, zoals afgebeeld in 'Chroniik van Zeelandt' van Zuerius van Boxhorn, 1644.
Het wapen van Walcheren, zoals afgebeeld in 'Chroniik van Zeelandt' van Zuerius van Boxhorn, 1644.
Slechts weinig rest in onze tijd van de eens zo winstgevende walvisvaart.
Het belang van de walvisvaart voor de regio blijkt wel uit de walvis in het wapen van Walcheren. Hoe oud dit wapen precies is weet niemand. Wel wordt het al in de 17e eeuw gebruikt. Zo staat het onder meer afgebeeld in de 'Chroniik van Zeelandt' uit 1644 van Zuerius van Boxhorn.
Sinds het opgaan van het waterschap Walcheren in 1996 in waterschap Zeeuwse Eilanden wordt dit wapen nauwelijks nog gebruikt.

Behalve dit wapen zijn nog enige vrij onopvallende sporen van walvisvaart bewaard gebleven. Het zijn een paar huisnamen in met name Walcherse steden en een paar walvisbeenderen in Veere.

 


Walvis in wapen waterschap Walcheren op Polderhuis Walcheren, Middelburg
Walvis in het wapen van waterschap Walcheren (nu waterschap Zeeuwse Eilanden) boven de deur van het voormalig kantoor, Polderhuis Walcheren, aan de Groenmarkt in Middelburg (2009)


Creative Commons Licentie