Zeeland kent een lange verbondenheid met vlas en vlasverwerking. Vanaf de 14e eeuw zijn er schriftelijke bewijzen dat vlas in Zeeland een belangrijk handelsgewas vormt. Vanaf de 20e eeuw concentreert de verbouw van vlas zich overwegend in Schouwen-Duiveland en Oost Zeeuws-Vlaanderen. Na 1950 neemt het belang van dit cultuurgewas steeds verder af. Andere materialen (katoen, kunststoffen) zijn voordeliger in de aanschaf; en gemakkelijker te verwerken. Helemaal verdwenen is vlas echter niet. Nieuwe toepassingen en technieken zorgen voor een doorstart...
Het voornaamste vlasproduct is linnen. Deze sterke, natuurlijke vezel is ideaal voor het spinnen en weven en daarmee het vervaardigen van kleding en huishoudelijk textiel. Zowel mannen als vrouwen dragen tot in de 20e eeuw bijvoorbeeld knielange linnen hemden. Het 'onderhoud' en bewerking van textiele producten is lange tijd het bijna exclusieve domein van vrouwen. Vanaf de 17e eeuw maken meisjes tussen de zes en de twaalf jaar oefeningen in stopwerk en borduurtechnieken. Oefenlappen, ook wel stop- of merklappen genoemd, worden gemaakt tijdens handwerklessen op school of in particuliere klasjes.
Het Zeeuws Museum maakt samen met vormgever Christien Meindertsma (1980) van 12 november tot en met 23 september 2012 een bijzondere tentoonstelling over vlas onder de titel Christien Meindertsma, Vlas (Kavel Gz 59-west). Met dit project komt vlas als echt Zeeuws natuurproduct weer even volop in de aandacht.