Er zijn maar weinig Zeeuwen die zich echt 100% Zeeuw kunnen noemen. Door de eeuwen heen komen talloze stromen immigranten de provincie binnen en die mensen bouwen in Zeeland een nieuw bestaan op. Dat is soms om economische redenen (zoals de hedendaagse Turken en Marokkanen), maar ook om religieuze reden (de Hugenoten en Salzburgers) of politieke reden (de Molukkers in de jaren vijftig) of een combinatie van één van deze drie (zoals de Vlamingen in 1585). Goede kans dat over honderd jaar de Molukse naam Lilipaly als typisch Zeeuws wordt ervaren, net zoals de oorspronkelijk van de Hugenoten ontleende naam Geschiere nu.
De komst van asielzoekers, met name uit conflictgebieden, leidt tot commotie onder lokale (autochtone) bewoners, maar vaak ook tot een geleidelijke assimilatie. Zo zijn de Vlaamse kooplieden die in 1585 naar Zeeland vluchtten snel opgenomen in het handelsnetwerk dat hier bestaat. De Belgische vluchtelingen van 1914 gaan nog in datzelfde jaar of anders in 1918, na de oorlog, weer naar huis terug.
In de jaren zestig heeft de Zeeuwse jeugd nog wel eens ruzie met de Molukse jongeren, omdat de lichtgetinte Molukkers er aantrekkelijk uitzien in de ogen van de Zeeuwse meisjes. Omdat deze groep aanvankelijk in kampen is ondergebracht, duurt het even voordat deze in de samenleving wordt opgenomen. Als zij eenmaal over de provincie verspreid zijn en duidelijk wordt dat een terugkeer naar hun geboorteland onmogelijk is, wordt deze groep snel opgenomen in de Zeeuwse samenleving.