Hulp bij rampen was begin 20e eeuw geen overheidstaak. Veelal wordt liefdadigheidswerk gefinancierd door vermogende burgers of de kerk. Op deze foto van omstreeks 1915 staan duidelijk zichtbaar dames van stand, die brood aan het smeren zijn voor Belgische vluchtelingen (Beeldbank Zeeland).
Aantallen
In West-Zeeuws-Vlaanderen komen veel vluchtelingen aan in Aardenburg, Oostburg en Sluis. Bij Hontenisse wordt een kamp voor 15.000 vluchtelingen opgericht. Er komen 18.000 vluchtelingen. Half oktober bevinden zich in Vlissingen, 3.000 vluchtelingen, in Sas van Gent 2.500, in Hulst 4.000 en in Axel 3.000. Vele Belgen keren weer terug nadat de situatie enigszins genormaliseerd is, maar enkele honderdduizenden blijven. In Zeeland zijn in december 1914 nog 20.000 vluchtelingen om te overwinteren. Hun onderhoud kost 35 cent per persoon per dag. Dat lijkt niet veel maar komt toch neer op 7.000 gulden per dag. Kosten die de noodlijdende en in crisis verkerende overheid moeilijk kan opbrengen.