Vrouwenarbeid en -emancipatie

Vrouwen worden tot laat in de 19e eeuw gezien als hoofd van de huishouding en moeder van het gezin. Werkende vrouwen moeten met een gering salaris genoegen nemen. Trouwt een vrouw dan volgt ontslag. Pas na de Tweede Wereldoorlog verandert dit patroon.

Toch zijn er dan al eeuwenlang vrouwen actief in het arbeidsproces. Zij verrichten echter veelal verborgen arbeid, die niet meer te traceren is omdat er geen administratie van is bijgehouden of amper foto’s van zijn gemaakt. In de huisnijverheid zijn vrouwen werkzaam in kantwerk, het pellen van garnalen, het verlezen van erwten en bonen, de was doen voor anderen, etcetera. Dienstbodes runnen eeuwenlang het huishouden van welgestelden en het oogsten en de lichtere arbeid op de boerderij wordt vooral door vrouwen gedaan.

Binnen dit thema worden vier bijzondere Zeeuwse vrouwen nader belicht: Henriette van der Mey, Neeltje Lokerse, Mr. Anne Bolle en Mathilde Willink-de Doelder. Van der Mey vertolkt een vroege voortrekkersrol. Zij doorbreekt het patroon van mannenberoepen en eist meer vrouwenrechten. Ze is een tijdgenoot van de bekende feministe Aletta Jacobs, die in 1878 als eerste vrouw het artsexamen behaalt. Van der Mey is de eerste vrouwelijke journaliste en eindredacteur van Nederland. Ze gaat in 1885 voor de Middelburgsche Courant werken en zal haar werkzame leven lang ijveren voor sociale rechtvaardigheid.

 

Henriette van der Mey (afbeelding: IISG)

Creative Commons Licentie