Dienstbodes

Mannen en vrouwen

Dienstbodes kunnen zowel mannen als vrouwen zijn. In 1770 zijn in Middelburg ongeveer 1.600 meiden en knechten werkzaam als dienstbode; dat is bijna acht procent van de bevolking. Omdat de stad veel welgestelde inwoners heeft zijn er ook veel bodes nodig. De meeste dienstbodes werken alleen in de huishouding en dit werk bestaat veelal uit ‘vrouwentaken.’

Ordonnantie op dienstbodes

In Goes heeft in 1642 zeventig procent van de huishoudingen alleen een meid in dienst. Door de krapte op de arbeidsmarkt nemen de stedelijke regeringen tussen 1650 en 1700 alle een ordonnantie op de dienstbodes aan. Dienstbodes kunnen, als het werk ze niet bevalt, zo van dienst wisselen. In de ordonnantie wordt hier paal en perk aan gesteld: er worden werkvoorwaarden opgesomd zoals loon, diensttijd, gedrag, etcetera. Vanaf dan verslechterd de positie van de dienstbodes.
Katholiek dienstmeisje in Zuid-Beveland. Foto C.Bauer, ca 1900 (Beeldbank Zeeland)
Dienstbode van de familie Bolle in de tuin achter het huis aan de Nieuwstraat in Middelburg. Foto van A. Bolle, omstreeks 1901 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Dienstbode van de familie Bolle in de tuin achter het huis aan de Nieuwstraat in Middelburg. Foto van A. Bolle, omstreeks 1901 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Hierboven: katholiek dienstmeisje in Zuid-Beveland. Foto van C. Bauer, circa 1900 (ZB, Beeldbank Zeeland)

Het contract

De diensttijd van een bode bedraagt een half jaar. Het contract loopt meestal vanaf 1 mei of vanaf 1 november. Wie tussentijds weggaat, ontslag neemt of wegloopt, krijgt in dezelfde stad geen baan meer aangeboden. Om aan een baan als dienstbode te komen, kan vanaf de 18e eeuw gebruik worden gemaakt van een besteedster. Deze is op de hoogte van de marktvraag en krijgt een provisie voor elk meisje dat ze aan een baan als dienstbode helpt. In Zierikzee bepaalt de stadsregering in 1753 dat besteedsters daarvoor ten minste fl. 1,25 mogen vragen. Bij overlijden of faillissement van de werkgever eindigt het contract.

Ontslagrecht

Bij ontslag moet de werkgever nog zes weken loon uitbetalen. Dit vervalt in de tweede helft van de 18e eeuw. Duidelijk is dus dat de rechtspositie van de dienstbodes dan verder verslechtert. In geval van conflict heeft het woord van de meester ook altijd meer rechtswaarde dan dat van de dienstbode. In Goes en Vlissingen moet de werkgever voor ontslag onder ede toestemming vragen aan de burgemeester. Dat heeft in die steden zeker een remmende werking op kwalijke ontslagpraktijken.
Dienstmeisje bij familie, Sint Annaland. Foto N. Bruijnzeel, ca 1910 (Beeldbank Zeeland)
Dienstmeisje bij een familie, Sint Annaland. Foto N. Bruijnzeel, omstreeks 1910 (ZB, Beeldbank Zeeland)

Dagloon

In 1775 ligt het dagloon voor landarbeiders in Veere rond één gulden per dag. Boerenknechten verdienen zestig tot tachtig gulden. De meiden verdienen tussen de dertig en vijftig gulden. Dit grote verschil heeft te maken met behuizing. De knechten en meiden wonen bij de boer in. Zodra ontslag volgt, eisen zij dan ook kostgeld totdat het contract beëindigd is.

Dienstbode versus fabrieksarbeidster

Het vervullen van een functie als dienstbode wordt gezien als voorbereiding op de taak van huisvrouw en is daarom een veel gekozen beroep. Dienstbodes zijn daarmee voor de mannen de ideale huwelijkskandidaten. Na 1900 raakt dit gebruik duidelijk uit de mode. In 1899 zijn er nog 7.659 dienstbodes, maar bijna vijftig jaar later, in 1947, zijn dit er nog maar 4.922. De burgerij krijgt een tekort aan jonge Zeeuwse meisjes die nog dienstbode willen zijn. Werkzaamheden zijn onder meer wassen op een wasbord, schrobben, koper en schoenen poetsen, eten opdienen en naaien.
Dienstbode met oliekannetje in de hand. Foto F. Hermans, ca 1890 (Beeldbank Zeeland)
Dienstmeisje bezig aan de ramen van meneer Geluk in de Voorstraat van Sint Annaland. Foto van M. van der Weele, omstreeks 1938 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Dienstmeisje bezig aan de ramen van meneer Geluk in de Voorstraat van Sint Annaland. Foto van M. van der Weele, omstreeks 1938 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Het werk in een fabriek betaalt doorgaans beter. Bovendien heeft men dan een vrije zaterdagmiddag en zondag. De opleiding tot dienstbode vindt plaats aan de huishoudschool in Middelburg. Na een huwelijk eindigt het bestaan als dienstbode. Getrouwde Zeeuwse vrouwen blijven na het huwelijk nog wel voor enkele uren tot één à twee dagen per week uit werken gaan.
Hierboven: dienstbode uit Bruinisse met in haar hand een oliekannetje. Op de tafel ligt de dienstbel. Foto van F. Hermans, circa 1890 (ZB, Beeldbank Zeeland)


Creative Commons Licentie