Stijging
Een bankmedewerkster kijkt toe hoe een klant zijn spaargeld optelt. Foto van J. Midavaine, 1972 (ZB, Beeldbank Zeeland)
In de industrie stijgt het aantal werkende vrouwen amper. In de vervoerssector verdubbelt de deelname na de jaren twintig van de 20e eeuw. In de financiële sector (bank, verzekeringen, etc.) zijn na de oorlog al enkele honderden vrouwen werkzaam. De grote sprong in die sector zal pas later worden gemaakt.
Het is vooral in het korps van de ambtenaren en in de vrije beroepen dat de arbeidsdeelname snel stijgt vanaf de jaren twintig van bijna één naar negen procent na de oorlog. De crisis is hier vooral debet aan geweest. Het onderwijs blijft door de jaren heen een stabiele factor, maar ook hier zal pas na de Tweede Wereldoorlog verandering in komen.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog neemt het aantal vrouwen dat werkt snel toe. Hoewel de helft van de bevolking vrouw is, bedraagt het aantal vrouwen als onderdeel van de totale beroepsbevolking rond 1986 toch slechts ongeveer een kwart. In 1960 is dit nog maar 19 procent.
Een bedrijfstak waar het aantal vrouwen toeneemt is de industrie. Het betreft een stijging van 11 naar 15 procent tussen 1960 en 1969. In de handel werken procentueel minder vrouwen, maar absoluut komen er tussen 1960 en 1977 ruim 1.500 bij. De grootste stijger in toeristisch Zeeland is echter de horeca. Werken daar in 1960 nog slechts 1.100 vrouwen, in 1986 is dit aantal toegenomen tot bijna 7.400. Ook bij de overheid en de ‘overige beroepen’ verdubbelt het aantal vrouwelijke werknemers in veertig jaar tijd.
 

In café van 't Ventje (van 't Westeinde) in Ovezande. Achter de toog staan Maria, Cornelia en Magdalene van 't Westeinde in katholieke Bevelandse dracht. Foto uit collectie Janssens, 1924 (ZB, Beeldbank Zeeland)