Naar de 20e eeuw

Typemachine

Deze Goese typiste, die werkt op een Triumph typemachine, wordt gekozen tot fruitfee van het jaarlijkse fruitcorso. Foto van J. Midavaine, 1960 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Deze Goese typiste, die werkt op een Triumph typemachine, wordt gekozen tot fruitfee van het jaarlijkse fruitcorso. Foto van J. Midavaine, 1960 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Na 1900 groeit vooral het aantal vrouwen dat werkzaam is in beroepen in het verkeer, bij de overheid en als verpleegster explosief. Bij de overheid vertienvoudigt het aantal vrouwelijke werknemers vanaf de eeuwwisseling tot 1950. Dat komt vooral door de invoering van de typemachine op kantoor. Ook het aantal verpleegsters stijgt in die tijd van 226 naar ruim 2.150 in Zeeland.

De periode 1900-1940 is een overgangsfase voor de vrouwenarbeid. Nieuwe ‘nette’ beroepen als verpleegster, typiste en onderwijzeres zijn sterk in opkomst. Die van landarbeidster, dienstbode en visleurster (meer fysieke beroepen) zijn op hun retour.
Verpleegsters ziekenhuis Middelburg met jonge patiënt. Foto ca 1930 (Beeldbank Zeeland)

Onderwijs

Vrouwen zijn vanaf het begin van de 19e eeuw werkzaam in het onderwijs. Doorgaans is dit op een lagere school en dan nog in de laagste klassen. De mannelijke onderwijzers geven veelal les in de hoogste klassen en zijn hoofd van de school. Vrouwen zouden beter overweg kunnen met de ‘kleintjes’ op de scholen. Hoewel het salaris tussen mannen en vrouwen gelijk is, worden alleenstaande vrouwen achtergesteld. Omdat zij geen gezin moeten onderhouden, krijgen ze minder salaris. Ook getrouwde vrouwen gaan er op achteruit. In 1935 wordt een wet aangenomen, waarin staat dat deze vrouwen worden ontslagen zodra ze trouwen.
Hierboven: verpleegsters van het ziekenhuis van Middelburg met een jonge patiënt. Foto van circa 1930 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Klaslokaal waarin de juf lesgeeft aan een groep jonge leerlingen in Retranchement. Foto van O. de Milliano, circa 1970 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Klaslokaal waarin de juf lesgeeft aan een groep jonge leerlingen in Retranchement. Foto van O. de Milliano, circa 1970 (ZB, Beeldbank Zeeland)

Vrouwenarbeid per bedrijfstak in Zeeland, 1899-1947

Tabel vrouwenarbeid per bedrijfstak 1899-1947

Wederopbouw

De participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt stijgt na de Tweede Wereldoorlog met 12 procent als gevolg van:
  • vrijkomende arbeid in de wederopbouwperiode
  • veranderende moraal
  • ruimere keuze aan beroepen
  • afgenomen deelname van mannen aan de arbeidsmarkt (oorlogsslachtoffers).
Het aantal fysieke beroepen en ook het aantal huishoudens waarin de vrouw op volle kracht moet meewerken, vermindert al na de landbouwrecessie van de jaren twintig van de 20e eeuw. Wel blijft de landbouw tot in de jaren veertig van die eeuw de belangrijkste beroepssector. Het aantal vrouwen werkzaam in de detailhandel verdubbelt in die periode. Het aantal dienstbodes vermindert met een derde, maar in absolute zin blijft dit nog steeds een grote beroepsgroep.
Op boerderij Plantlust rijdt mevrouw Maljaars met de trekker, terwijl haar man de prinsessenbonen op de kar laadt. Foto van W. Helm, 19 september 1991 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Op boerderij Plantlust rijdt mevrouw Maljaars met de trekker, terwijl haar man de prinsessenbonen op de kar laadt. Foto van W. Helm, 19 september 1991 (ZB, Beeldbank Zeeland)

Stijging

Een bankmedewerkster kijkt toe hoe een klant zijn spaargeld optelt. Foto van J. Midavaine, 1972 (ZB, Beeldbank Zeeland)
Een bankmedewerkster kijkt toe hoe een klant zijn spaargeld optelt. Foto van J. Midavaine, 1972 (ZB, Beeldbank Zeeland)
In de industrie stijgt het aantal werkende vrouwen amper. In de vervoerssector verdubbelt de deelname na de jaren twintig van de 20e eeuw. In de financiële sector (bank, verzekeringen, etc.) zijn na de oorlog al enkele honderden vrouwen werkzaam. De grote sprong in die sector zal pas later worden gemaakt.
Het is vooral in het korps van de ambtenaren en in de vrije beroepen dat de arbeidsdeelname snel stijgt vanaf de jaren twintig van bijna één naar negen procent na de oorlog. De crisis is hier vooral debet aan geweest. Het onderwijs blijft door de jaren heen een stabiele factor, maar ook hier zal pas na de Tweede Wereldoorlog verandering in komen.

Na de oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog neemt het aantal vrouwen dat werkt snel toe. Hoewel de helft van de bevolking vrouw is, bedraagt het aantal vrouwen als onderdeel van de totale beroepsbevolking rond 1986 toch slechts ongeveer een kwart. In 1960 is dit nog maar 19 procent.
Een bedrijfstak waar het aantal vrouwen toeneemt is de industrie. Het betreft een stijging van 11 naar 15 procent tussen 1960 en 1969. In de handel werken procentueel minder vrouwen, maar absoluut komen er tussen 1960 en 1977 ruim 1.500 bij. De grootste stijger in toeristisch Zeeland is echter de horeca. Werken daar in 1960 nog slechts 1.100 vrouwen, in 1986 is dit aantal toegenomen tot bijna 7.400. Ook bij de overheid en de ‘overige beroepen’ verdubbelt het aantal vrouwelijke werknemers in veertig jaar tijd.

 






In café van 't Ventje in Ovezande met dames van 't Westeinde achter toog. Foto collectie Janssens, 1924 (Beeldbank Zeeland)
In café van 't Ventje (van 't Westeinde) in Ovezande. Achter de toog staan Maria, Cornelia en Magdalene van 't Westeinde in katholieke Bevelandse dracht. Foto uit collectie Janssens, 1924 (ZB, Beeldbank Zeeland)

Aantallen Zeeuwse vrouwen van de beroepsbevolking absoluut en in %

Tabel aantallen vrouwen Zeeuwse beroepsbevolking
Zie ook ons thema Streekdrachten en de pagina Dorpscafés van Ontspanning in Zeeland


Creative Commons Licentie