De nood

Het door de gebroken dijken binnenstromende zeewater veroorzaakt een enorme ellende. In Nederland vallen op 1 februari 1953 in totaal 1836 slachtoffers. Tienduizenden mensen moeten huis en have achterlaten. De schade is enorm, het leed bijna niet te overzien.

Onder water

Met het breken van de dijken komt een enorm gebied onder water te staan. In totaal worden bijna 175.000 hectare land (1.750 vierkante kilometer) door het water overspoeld. Zowel de provincies Zeeland als Zuid-Holland en Noord-Brabant zijn getroffen maar ook daarbuiten vallen slachtoffers en is de schade aanzienlijk.
De Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden krijgen het echter het zwaarst te verduren. Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee, Putten, Sint Philipsland en ook Tholen staan grotendeels blank. Landerijen, huizen, dorpen ... het is een grote watervlakte. In Zeeland overstromen 125 polders met een oppervlakte van bijna 40.000 hectare.
Onder water gelopen huizen op Schouwen-Duiveland (Beeldbank Zeeland)
Een helikopter verkent het onder water gelopen Schouwen-Duiveland (Beeldbank Zeeland, foto: Aerocamera)
Kaartje van het rampgebied (© Het Vrije Volk, februari 1953)



Kaartje van het rampgebied (van zero-meridean.nl, © Het Vrije Volk, februari 1953)

Slachtoffers

Het binnenstromende zeewater eist op deze eerste februaridag levens, vele levens. In het rampgebied in Zuidwest-Nederland wonen in 1953 ongeveer 600.000 mensen. Hiervan komen er ten gevolge van deze watersnoodramp ruim 1800 om het leven.
In de provincie Zeeland zijn 873 slachtoffers te betreuren.
Het bergen van slachtoffers in Stavenisse (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns, foto: A. Klein)
Het bergen van slachtoffers in Stavenisse (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns, foto: A. Klein)
Vooral op Schouwen-Duiveland zijn tijdens de tweede vloed van zondagmiddag velen omgekomen (534). Met name drie dorpen op Duiveland, namelijk Oosterland, Nieuwerkerk en Ouwerkerk, zijn zwaar getroffen met respectievelijk 65, 289 en 91 slachtoffers.
Op het eiland Tholen is Stavenisse het zwaarst getroffen. De dijken breken hier over een lengte van 1.800 meter, met 156 slachtoffers tot gevolg.

In de provincie Zuid-Holland komen in totaal 686 mensen om het leven. Het eiland Goeree-Overflakkee staat hier boven aan de lijst met 481 slachtoffers. In Noord-Brabant bedraagt het aantal slachtoffers 254. Elders in Nederland zijn nog eens 22 slachtoffers te betreuren.
In totaal komen in Nederland ten gevolge van deze rampzalige watersnood 1836 mensen om het leven.
Bezoek zeker ook de website deramp.nl met het project 1835+1 waar u kunt delen in de herinneringen. Hier vindt u ook alle namen van de slachtoffers.





Buiten Nederland

Ook buiten Nederland, met name in België, Groot-Brittannië en Noordwest-Duitsland vinden op deze februaridag overstromingen plaats. Daarbij vallen vooral in Groot-Brittannië veel slachtoffers (meer dan 300).
Kaart van het rampgebied in Zuidwest-Nederland
Kaart van het rampgebied in Zuidwest-Nederland



Links: uitsnede van de kaart van het rampgebied in Zuidwest-Nederland (uit: kaartbijlage bij De ramp, 1953)

Groen = ondergelopen land
Rode pijltjes = plaats van dijkdoorbraak
De kruisjes geven het aantal slachtoffers weer ...


Slachtoffers, opgebaard in de Grote of Magdalenakerk in Goes (Beeldbank Zeeland)
Slachtoffers, opgebaard in de Grote of Magdalenakerk van Goes (Beeldbank Zeeland)

Evacuatie

Evacuatie met amfibievoertuig, Zierikzee
Evacuatie met amfibievoertuig, Zierikzee
Bijna 100.000 mensen moeten vluchten voor het water en worden geëvacueerd. Vanaf 2 februari start het evacueren van mensen uit de zwaarst getroffen gebieden. Met alle mogelijke middelen worden velen voor kortere of langere tijd elders in veiligheid gebracht: bootjes, vlotten, karren, amfibievoertuigen (DUKW's genoemd), watervliegtuigen en ook helikopters . De eerste opvang voor kortere tijd gebeurt onder andere in kerk- en schoolgebouwen. Later krijgen de vluchtelingen veelal onderdak bij gastgezinnen die dit vrijwillig aanbieden. Een maand na de ramp wonen nog ruim 72.000 mensen op hun tijdelijke evacuatieadres. In oktober 1953 zijn 11.000 mensen nog steeds niet teruggekeerd.



Links: militairen helpen bij de evacuatie. Hier een amfibievoertuig in de Karnemelkstraat in Zierikzee (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns, foto: A. Klein)

Vee, huizen en schade

Verdronken koeien bij de Westbrug, Zierikzee (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns, foto: R. ten Kate)
Verdronken koeien bij de Westbrug, Zierikzee (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns, foto: R. ten Kate)
Meer dan 200.000 dieren komen te verdrinken door de overstromingen. Dit zijn meest koeien, varkens, schapen, pluimvee en paarden.
Ruim 47.000 gebouwen worden beschadigd of vernield waarvan ongeveer 10.000 zeer ernstig of onherstelbaar.
Het zoute zeewater maakt voor langere tijd het land onbruikbaar voor landbouw. De totale geldelijke schade wordt geschat op 1,5 miljard toenmalige guldens (ofwel bijna 700 miljoen Euro). Hiervan is 400 miljoen nodig voor landbouwherstel.
Vissersschepen op de kade, Breskens (Beeldbank Zeeland)
Vissersschepen op de kade, Breskens (Beeldbank Zeeland)

Dijken en stroomgaten

Op vele plaatsen in het rampgebied zijn de dijken gebroken en beschadigd. Ook zijn er stroomgaten door de dijken waardoor het zeewater de achterliggende polders bereikt. Het grootste stroomgat ontstaat bij Schelphoek op Schouwen. Dit gat heeft uiteindelijk een totale breedte van 525 meter en bereikt een diepte van 37 meter.
Voor de getroffen provincies in Zuidwest-Nederland geldt het volgende overzicht van vernielingen aan dijken.
Provinciebeschadigde dijken   doorbraken over   stroomgaten
(in kilometers)   (in kilometers)   (in kilometers)
Noord-Brabant               10          6,7          1,1
Zeeland         38          17,7          3,5
Zuid-Holland         91          17,5          1
Het stroomgat bij Schelphoek, Schouwen op een prentbriefkaart (Beeldbank Zeeland)
Het stroomgat bij Schelphoek, Schouwen op een prentbriefkaart (Beeldbank Zeeland)


Links:
Het stroomgat bij Schelphoek, Schouwen op een prentbriefkaart (Beeldbank Zeeland)
Tengevolge van deze doorbraak in 1953 is bij Schelphoek, ten zuidwesten van Serooskerke aan de Oosterschelde, een krekengebied ontstaan van 224 hectare.

Moeizaam

De hulpverlening komt in het begin maar moeizaam op gang. Communicatie met de buitenwereld is in het begin onmogelijk. Het zijn de vissers die als eerste naar buiten komen met het nieuws. Zij spelen een belangrijke rol in het redden van mensen. Ook vanuit de lucht wordt er hulp geboden. In het begin beschikt Nederland maar over één helikopter. Later worden dit er gelukkig meer.
[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 

Zie ook ons thema Visserij






Video: De eerste redding komt van vissers en een helikopter.

Beelden voor de Toekomst

Bron: Omroep Zeeland - Trugkieke, 28 januari 2000

Eerste hulpverlening

Evacuatie per bakfiets in Zierikzee
Evacuatie per bakfiets in Zierikzee

Vanaf het eerste moment is er sprake van hulpverlening. Het zijn aanvankelijk buren of dorpsbewoners die elkaar (proberen te) helpen. Mensen die in de buurt zijn en doen wat ze kunnen.

Vaak komt deze eerste hulp niet van de autoriteiten, instanties of personen waar het van te verwachten is.
Hulp en ondersteuning op met name 1 februari vindt ook nog slechts plaats op kleine schaal.

 



Links:
Noodgedwongen worden direct na de ramp vooral eenvoudige middelen ingezet... Evacuatie per bakfiets in Zierikzee (Beeldbank Zeeland, collectie Jan Bruijns, foto: R. ten Kate)
[Zeeuwse Bibliotheek Video]



Video: Het wordt steeds duidelijker dat zich een nationale ramp heeft voltrokken.

Beelden voor de Toekomst

Bron: Omroep Zeeland - Trugkieke

Redding

Een bijzondere rol in met name de eerste paar dagen is weggelegd voor radiozendamateurs. De telefoonverbindingen zijn veelal vernield. In verschillende gevallen zijn het berichten van radiozendamateurs die de buitenwereld voorzien van informatie over de situatie.
Ook verschillende vissersschepen spelen een voorname rol in de redding van mensen in deze fase van de ramp. Reeds vanaf de eerste dag komen vele vissers, ook van buiten het rampgebied, in actie. Samen met particuliere vaartuigen en reddingboten van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandse Reddingmaatschappij (KNZHRM) weten ze menig leven te redden.
[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 



Video: Prins Bernhard bezoekt het rampgebied, van waar vele mensen worden geëvacueerd.

Beelden voor de Toekomst

Bron: Omroep Zeeland - Trugkieke

Organisatie

Koningin Juliana brengt een bezoek aan Zuid-Beveland (Beeldbank Zeeland)
Koningin Juliana brengt een bezoek aan Zuid-Beveland (Beeldbank Zeeland)
Pas vanaf maandag 2 februari komt er meer organisatie en structuur in de hulpverlening. Wanneer een overzicht van het getroffen gebied en de gevolgen van de ramp duidelijk worden komen overheden en ook vele burgers in actie. Ondersteund door radio-uitzendingen komt een grote landelijke hulpactie op gang. Op grote schaal worden uit verschillende regio's, zij het soms provisorisch, mensen geëvacueerd.
Affiche van de Zweedse hulpactie voor Nederland (Beeldbank Zeeland)
Artikel uit krant: ook hulp bij emigratie
Artikel uit krant: ook hulp bij emigratie
 
Ook het buitenland stuurt hulp. Zowel België, Groot-Brittannië, Verenigde Staten, Canada, Frankrijk en Zweden sturen militairen en materieel. Vooral helikopters en amfibievaartuigen blijken uiterst waardevol bij het verkennen en in kaart brengen van de gevolgen van de ramp. Ook bij het daadwerkelijk redden van mensen spelen ze een voorname rol.
Boven: Affiche van de Zweedse hulpactie voor Nederland (Beeldbank Zeeland)


Links: ook hulp bij ... emigratie (uit: Zierikzeesche Nieuwsbode, 5 februari 1953, van krantenbankzeeland.nl)

Hulp uit binnen- en buitenland

[Zeeuwse Bibliotheek Video]





Video: De omvang van de ramp is enorm. Nederland kan niet zonder hulp uit het buitenland. Gelukkig komt er hulp uit onder andere Frankrijk, Duitsland, Zweden en Amerika.

Beelden voor de Toekomst

Bron: Omroep Zeeland - Trugkieke, 26 september 2003

Inzamelingsactie

Postzegel, 1953
Postzegel, 1953
De landelijke hulpactie bestaat ook uit de inzameling van geld en goederen voor de getroffen regio. Vele Nederlanders stellen bereidwillig geld en ook goederen beschikbaar. In het hele land zetten mensen zich op velerlei wijzen in ter ondersteuning van de nood. Vanuit het buitenland en van het Rode Kruis komen diverse hulpgoederen, geld, textielpakketten, materialen voor huisvesting en landbouwwerktuigen.



Links: een postzegel met toeslag van 10 cent ten bate van het Nationaal Rampenfonds.
Meer over de actie en opbrengst van dit Rampenfonds (van onwijsnat53.nl).

Dijkherstel en sluiting dijkgaten

Het dijkherstel in de regio komt snel op gang na de eerste februaridagen van 1953. In het begin is het bijna allemaal handwerk. Met zandzakken worden de eerste dijken gerepareerd. Al snel komen echter moderne middelen als tractoren en machines beschikbaar. Hierbij gebruikt men ook middelen en materialen die vanuit het buitenland als hulp zijn gestuurd.
Na het dichten van de dijken begint men met droogmalen en van de achtergelegen polders. De schade wordt opgenomen en het land en de dorpen schoongemaakt. In de nacht van 6 op 7 november 1953, zeven maanden na de ramp, sluit men bij Ouwerkerk (Duiveland) het laatste dijkgat.

Eén jaar later

[Zeeuwse Bibliotheek Video]

 




Video: De balans van twaalf maanden werk in het rampgebied

Beelden voor de Toekomst

Bron: Provinciaal Archief Zeeland

Verhalen

Dijkherstel met behulp van een menselijke keten bij Breskens (Beeldbank Zeeland)
Dijkherstel met behulp van een menselijke keten bij Breskens (Beeldbank Zeeland)
Over de ramp, de gevolgen en het leed zijn veel getuigenissen opgetekend. Interessante, ontroerende, indrukwekkende maar bovenal menselijke verhalen. Ze vertellen over verlies, angst, ontreddering, doorzettingsvermogen, dapperheid en enorme moed.
Het zijn zeer voorname documenten over deze zwarte dag in onze geschiedenis.

Vele boeken zijn uitgegeven over dit onderwerp, zowel net na de ramp als ook nog veel later. Op de pagina Meer weten? staan enkele van deze boeken vermeld.
Sleepboten met caisson voor de dichting van dijkgat bij Ouwerkerk (Beeldbank Zeeland, collectie Heijkoop-Maritiem)
Sleepboten met caisson voor de dichting van het dijkgat bij Ouwerkerk, november 1953 (Beeldbank Zeeland, collectie Heijkoop-Maritiem)

Bezoek ook

de website watersnoodmuseum.nl van het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk
[Zeeuwse Bibliotheek Video]
En zie ook de pagina Caissons Watersnoodmuseum, Ouwerkerk van het thema Beschermend Zeeland.

Ook een verhaal te vertellen?

Video: Piet Buijs, een overlevende van de watersnoodramp, blikt terug.

Beelden voor de Toekomst

Bron: NCRV


Creative Commons Licentie