De Ruyter in de jeugdliteratuur

Illustratie uit H.J. Hana's 'Hollands Waterleeuw...'
Illustratie uit H.J. Hana's 'Hollands Waterleeuw...'
Michiel de Ruyter heeft door de tijd gediend als lichtend voorbeeld voor de jeugd. In zijn jongensjaren wild, rebels en wars van school. Op latere leeftijd gezagsgetrouw, rechtvaardig en eerlijk en opgeklommen naar de hoogste maritieme positie binnen de Republiek. Kortom, hij is een rolmodel die karaktertrekken als trouw, moed, plichtsbetrachting en bedachtzaamheid verenigt. Daarmee weten schrijvers als Johannes Been (Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter) en Klaas Norel (Bestevaer) wel raad.

Links: illustratie uit: H.J. Hana, Hollands waterleeuw: uit het leven van Michiel Adriaansz. de Ruyter (Nijkerk, 1905)

Paddeltje

Been schrijft een drietal boeken over de scheepsjongens van Michiel de Ruyter, waarvan ‘Paddeltje’ uit 1908 de bekendste is. Johan Herman Isings verzorgt voor dit boek de illustraties. Paddeltje is de scheepsjongen, afkomstig van een Walchers dorpje. Hij vaart onder Michiel de Ruyter in zijn dagen als koopvaardijschipper in de jaren 1640. Tijdens een reis wordt hij in Salé (in Marokko) ontvoerd door handlangers van de Nederlandse piraat Il Tigretto, die hem in dienst wil nemen.

Het boek getuigt van de bewondering die de schrijver heeft voor de maritieme daden van de zeventiende eeuwse Nederlanders. Belangrijke elementen daarin zijn de liefde voor het vaderland en zijn trouw aan het huis van Oranje. Als protestant vindt hij het belangrijk dat zijn hoofdfiguren zich trouw betonen aan het gezag. Maar…, alleen als dat gezag dit ook verdient. Zo luistert Paddeltje wel naar De Ruyter, een goede beminnelijke, strenge, maar rechtvaardige kapitein. Maar hij luistert niet naar Il Tigretto, die wel als een vader voor hem is, maar ook een piraat.



Zie ook ...

het thema Michiel de Ruyter

Bestevaer

'Bestevaer' van Klaas Norel
'Bestevaer' van Klaas Norel
Klaas Norel (9 november 1899-4 mei 1971) schrijft met Bestevaer (1956) zijn biografie in romanvorm over de Ruyter.

In dit boek beschrijft Norel De Ruyter als een eenvoudig man uit het volk die niets liever wil dan een rustig burgermansbestaan leiden. Door de omstandigheden van de tijd wordt hij geroepen voor de hoogste posten van het land. In de biografie wordt De Ruyter gevolgd in zijn loopbaan vanaf zijn eerste zeeslag tot zijn dodelijke verwonding bij Syracuse (in Italië).



Links: omslag van Klaas Norel's Bestevaer (Zwolle: La Rivière & Voorhoeve, 1956)(Zeeuwse Bibliotheek)

Kinderprenten

Kinderprenten vormen in de negentiende eeuw -een tijd van opkomende vaderlandsliefde- een uitstekend volks verlichtingsmiddel. Ook kinderen (en volwassenen) die niet kunnen lezen, zijn in staat het verhaal in prentvorm te begrijpen.
Een goed voorbeeld daarvan is het gedicht van J. Rotgans in Stella Mare’s Op zee en aan het strand (Amsterdam: Meulenhoff, 1907). De tekst is rijk voorzien van illustraties, waardoor het amper geletterde deel van de bevolking de boodschap toch meekrijgt.
De wijze waarop aan het verhaal gestalte wordt gegeven verandert door de tijd. In de negentiende eeuw zijn de jeugdverhalen vooral onderbouwd met talloze historische feiten. Er is een voorkeur voor de jonge jaren van De Ruyter en zijn vaart op de west. Later verandert de opzet en worden die historische verhalen verteld vanuit de achtergrond van andere personen aan boord, zoals scheepsmaat Paddeltje.
Centsprent van Michiel de Ruyter uit de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg
Een centsprent van Michiel de Ruyter uit de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg (ZB, Kluis PLA 419 C 13)
In de negentiende eeuw zijn de begeleidende tekeningen veelal gravures in een historiserende stijl. Het tijdbeeld wordt gedetailleerd getekend. In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw veranderen de kinderboeken opnieuw. Ze krijgen een duidelijk maatschappijkritisch karakter. Recent verschijnt zelfs een boek waarbij de ik-persoon het schip de Spiegel is. Dat vertelt zijn stormachtige leven onder De Ruyter. De illustraties worden minder gedetailleerd en zelfs het historiserende karakter verdwijnt. Zo staan in De schrik van de oceaan (van A. Korpershoek-van Wendel de Joode) houtskooltekeningen in plaats van gravures. De schepen en de personen zijn niet erg nauwkeurig afgebeeld. Vaak zijn illustraties die de tekst ondersteunen zelfs helemaal afwezig.

Beklimming Sint Jacobstoren

Michiel de Ruyter op de torenspits van de Sint Jacobstoren, in H.J. Hana's 'Hollandse Waterleeuw. Uit het leven van Michiel Adriaansz. de Ruyter' (Nijkerk, 1905) (Zeeuwse Bibliotheek)
Michiel de Ruyter op de torenspits van de Sint Jacobstoren, in H.J. Hana's 'Hollandse Waterleeuw. Uit het leven van Michiel Adriaansz. de Ruyter' (Nijkerk, 1905) (Zeeuwse Bibliotheek)
In de negentiende-eeuwse (jeugd)literatuur wordt De Ruyter op heroïsche wijze afgebeeld op de top van de Sint Jacobstoren. Door de bol in de kapconstructie is het eigenlijk helemaal niet mogelijk deze te beklimmen. Van De Ruyters’ biograaf Gerard Brandt weten we echter dat de scene zich waarschijnlijk wel heeft afgespeeld. De kerk staat in 1616/17 namelijk in de steigers in verband met herstelwerkzaamheden. Op die wijze kan Michiel tot bovenin de kerktoren komen. De terugtocht verloopt moeizamer omdat bouwvakkers al enige ladders hebben opgeruimd. Michiel bereikt echter veilig de grond.
Illustratoren zoals Alfred Ronner, Paul Dom, Jan Lutz en Gerrit de Morée tekenen De Ruyter in deze pose. Vooral de laatste twee tekenaars weten De Ruyter tot een jongen van de eigen tijd maken door expressie de voorkeur te geven boven waarheidsgetrouwe weergave van kleding en omgeving.

De kleding van de jonge Michiel de Ruyter

De kleding die de jonge Michiel de Ruyter van de illustratoren meekrijgt, is meestal van een historiserende eigentijdse snit. Slechts een enkele maal is moeite besteed aan details om een waarheidsgetrouwe weergave te bereiken. Getracht wordt van De Ruyter een held te maken die met de tijdgeest meegaat en een rolmodel is die overal past.
De prent van P.J. Andriessen (1879) geeft een redelijk goed tijdbeeld van de kleding van begin zeventiende eeuw. Hierop zeept Michiel de Ruyter zijn vriend Jan Kompany in met sneeuw. Alfred Ronner (1901) tekent De Ruyter in een gescheurde buis en broek vlak onder de haan van de Sint Jacobstoren. Ver onder hem is het stadsgewoel en de Westerschelde te zien (zie afbeelding rechts).












Alfred Ronner, in: P. Louwerse, 'Vlissinger Michiel of Neerlands glorie ter zee' (1901) (Zeeuwse Bibliotheek)
Alfred Ronner, in: P. Louwerse, Vlissinger Michiel of Neerlands glorie ter zee (Leiden: A.W. Sijthoff, 1901) (Zeeuwse Bibliotheek)
Boek van J. Roelink, 'Vlissinger Michiel' (1957) met omslag van Jan Lutz
Boek van J. Roelink, 'Vlissinger Michiel' (1957) met omslag van Jan Lutz
In het boek van Hana (1905) heeft De Ruyter een wel erg negentiende-eeuws pakje aangemeten gekregen. Ook Gerrit de Morée (1952) fantaseert er een eigen kledinglijn bij. Jan Lutz geeft op de omslag van Vlissinger Michiel (1957) De Ruyter een meisjesachtige uitstraling. Hij heeft een haardos zoals die eind jaren vijftig, begin jaren zestig gangbaar is (zie hier rechts).

Ook Martijn van der Linden tekent in het in 2006 uitgegeven Koers pal noord van John Brosens een eigentijdse De Ruyter. Die ziet er qua kleding en uiterlijk dusdanig veelzijdig uit, dat deze zowel in de huidige tijd als de zeventiende eeuw te plaatsen is. De getekende kleding refereert duidelijk aan het reizende, zwervende en avontuurlijke bestaan van de hoofdpersoon.

Blauwgeruite kiel

Eén lied over De Ruyter kent heel Nederland: ‘in een blauw geruite kiel’, van de negentiende-eeuwse dichter Antoon de Rop. De titel van het liedje is officieel ‘de draaiersjongen’, maar de meeste mensen kennen alleen de eerste drie regels van het eerste couplet. Dat draagt in het bijzonder bij aan de mythevorming rond de persoon van De Ruyter. Die draagt waarschijnlijk nooit een kiel (en deze kielen zijn ook niet in de mode). En al helemaal niet in een blauw-geruit kleurpatroon (dat bestaat nog niet). Het is dus een verzinsel uit de negentiende eeuw. Door De Ruyter een negentiende-eeuws kostuum aan te trekken wil men van hem een eigentijdse held maken.




Links: J. Roelink, Vlissinger Michiel (Nijkerk, [Callenbach], 1957) met de omslag van Jan Lutz (Zeeuwse Bibliotheek)







John Brosens, 'Koers pal noord' (2006)
John Brosens, Koers pal noord: de avontuurlijke reis van de jonge Michiel de Ruyter (Baarn: De Fontein, 2006) (Zeeuwse Bibliotheek)

De Ruyter in stripvorm

Jack Staller, 'De Admiraal' (2007)
Jack Staller, 'De Admiraal' (2007)
Wie beroemd genoeg is verschijnt uiteindelijk in stripvorm, zo ook Michiel de Ruyter. Met behulp van een tijdmachine weet Hanco Kolk De Ruyter in zijn strip Gilles de Geus te krijgen. Speciaal voor het De Ruyterjaar is een De Ruyter stripalbum gemaakt door Marc Verhaegen en Jan Kragt. Eerder al liet Jack Staller De Ruyter opdraven in zijn strip over de Vliegende Hollander. De tekenstijlen kunnen niet méér verschillen dan in deze drie strips: karikaturaal en humoristisch bij Kolk.

Verhaegen tekent nog wel met de klare lijn -zijn stijl doet sterk denken aan het werk uit de Vandersteen studio's- maar zijn strip is serieus van inhoud. Hij tracht personages en voorwerpen historisch weer te geven. Daar slaagt Verhaegen echter niet in door gebrek aan research en detail. Staller heeft zelfs die stijl verlaten en schildert op zo realistisch mogelijke wijze personen en voorwerpen.



Links: Jack Staller, De Admiraal (Zaltbommel: Aprilis, 2007) (Zeeuwse Bibliotheek)
Marc Verhaegen en Jan Kragt, 'Het geheim van Michiel de Ruyter' (2007) (Zeeuwse Bibliotheek)
Hierboven: Marc Verhaegen en Jan Kragt, Het geheim van Michiel de Ruyter ([S.l.]: Stichting Eureducation, 2007) (Zeeuwse Bibliotheek)


Creative Commons Licentie