Boek van J. Roelink, 'Vlissinger Michiel' (1957) met omslag van Jan Lutz
In het boek van Hana (1905) heeft De Ruyter een wel erg negentiende-eeuws pakje aangemeten gekregen. Ook Gerrit de Morée (1952) fantaseert er een eigen kledinglijn bij. Jan Lutz geeft op de omslag van
Vlissinger Michiel (1957) De Ruyter een meisjesachtige uitstraling. Hij heeft een haardos zoals die eind jaren vijftig, begin jaren zestig gangbaar is (zie hier rechts).
Ook Martijn van der Linden tekent in het in 2006 uitgegeven
Koers pal noord van John Brosens een eigentijdse De Ruyter. Die ziet er qua kleding en uiterlijk dusdanig veelzijdig uit, dat deze zowel in de huidige tijd als de zeventiende eeuw te plaatsen is. De getekende kleding refereert duidelijk aan het reizende, zwervende en avontuurlijke bestaan van de hoofdpersoon.
Blauwgeruite kiel
Eén lied over De Ruyter kent heel Nederland: ‘in een blauw geruite kiel’, van de negentiende-eeuwse dichter Antoon de Rop. De titel van het liedje is officieel ‘de draaiersjongen’, maar de meeste mensen kennen alleen de eerste drie regels van het eerste couplet. Dat draagt in het bijzonder bij aan de mythevorming rond de persoon van De Ruyter. Die draagt waarschijnlijk nooit een kiel (en deze kielen zijn ook niet in de mode). En al helemaal niet in een blauw-geruit kleurpatroon (dat bestaat nog niet). Het is dus een verzinsel uit de negentiende eeuw. Door De Ruyter een negentiende-eeuws kostuum aan te trekken wil men van hem een eigentijdse held maken.
Links: J. Roelink,
Vlissinger Michiel (Nijkerk, [Callenbach], 1957) met de omslag van Jan Lutz (Zeeuwse Bibliotheek)

John Brosens,
Koers pal noord: de avontuurlijke reis van de jonge Michiel de Ruyter (Baarn: De Fontein, 2006) (Zeeuwse Bibliotheek)