Jeugdliteratuur

Jantje zag eens pruimen hangen

Wat is eigenlijk jeugdliteratuur en wat zijn dan ‘grotemensenboeken’?
De eerste versjes en verhaaltjes voor kinderen die verschijnen zijn behoorlijk gruwelijk. Ze hebben dan ook een doel. Het helpen opvoeden van kinderen tot god- en oudervrezende brave mensen. Wie ondeugend is wacht een vreselijk lot. Ook minder beangstigende voorbeelden in de jeugdliteratuur hebben een duidelijke voorbeeldfunctie. Hieronymus van Alphen (1746-1803) schrijft ‘De pruimeboom.’ Jantje zag eens pruimen hangen… is een zeer opvoedkundig stuk. Jantje ziet namelijk de pruimen hangen…, maar plukt ze niet.
Hij wordt voor die gehoorzaamheid beloond.

Jeugdliteratuur en kinderboek - 0-12 jaar

De kinderboeken zijn tot de Tweede Wereldoorlog bestemd voor de jeugd tot twaalf jaar. Jongens gingen als ze vijftien werden vanuit de korte broek zo het kostuum in. Meisjes werden klaargestoomd voor het huishoudelijk werk en moederschap. Men ziet en behandelt kinderen als jonge volwassenen. Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstaat er een jeugdcultuur.
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen (uit: Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen)
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen (uit: Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen 1778-1782)
Pippi Langkous (foto van jeugdfilmfestival.be)
Pippi Langkous (foto van jeugdfilmfestival.be)
In de jaren zestig verdwijnen de belerende boeken en wordt het boek vanuit het kind geschreven. Liefst het stoute kind. De Zeeuwse Annie M.G. Schmidt is een van de pioniers op dat gebied. In het buitenland was dat Astrid Lindgren (Pippi Langkous).
Vanaf de jaren zeventig worden veel boeken bedoeld om je als kind mee te identificeren. Scheidende ouders, drugs, een opa of oma die overlijdt zijn de thema’s. De jaren negentig tot nu kenmerken zich door het computertijdperk.

Floortje Zwigtman

Floortje Zwigtman
Floortje Zwigtman
Ook ouderen zijn het niet meer gewend de tijd te nemen om een boek te lezen. Dat vertaalt zich in ander leesgedrag. Volwassenen gaan kinderboeken lezen omdat die eenvoudig geschreven zijn. Harry Potter is daar een goed voorbeeld van.

Een goed Zeeuws voorbeeld is de schrijfster Floortje Zwigtman. Zij maakte een trilogie over de homoseksuele jongen Adrian Mayfield. Deze zal niet snel door jongeren beneden de veertien jaar gelezen worden. Door de links naar de wereldliteratuur trekt het boek ook een meer volwassen lezerspubliek. Tegelijkertijd zijn jongeren van nu vaak veel sneller in hun ontwikkeling dan twintig of dertig jaar geleden. Er is dan ook een nieuwe markt ontstaan, die van de ‘adolescentenliteratuur.’ Meestal is de hoofdpersoon een puber op zoek naar zijn (seksuele) identiteit. Zwigtmans boek werd dan ook met één omslag voor volwassenen en één voor jeugd op de markt gebracht (zie rechts).


Floortje Zwigtman (leesplein.nl)

Voor jeugd ... en volwassenen (van opac.zebi.nl)
Voor jeugd      ...     en volwassenen

Meer over Floortje Zwigtman?

Zie biografie, publicaties, prijzen etc. (van literatuurinzeeland.nl)

De opkomst van Zeeland in het jeugdboek

Maud en Miska Petersham, in: Olive Beaupré Miller, 'Tales told in Holland' (1926)
Maud en Miska Petersham, in: Olive Beaupré Miller, 'Tales told in Holland' (1926)
De geschiedenis van Zeeland is bij Nederlandse lezers onder meer bekend geraakt door J. Stamperius en P. Louwerse. Dat zijn van oorsprong Zeeuwse schrijvers die sterk het beeld van Zeeland bepalen. Hun boeken uit het eind van de negentiende eeuw hebben Zeeuwse historische onderwerpen. Stamperius is vanaf 1887 redacteur van de 'Nieuwe Bibliotheek voor de Jeugd', later hernoemd tot Stamperiusbibliotheek. Kritiek op Stamperius is dat hij wel erg veel feiten en gegevens in zijn verhalen vlecht ten koste van de personages. In volwassen romans wordt doorgaans het harde boerenleven bezongen. De jaren van het interbellum vormen voor Zeeland een nieuwe culturele gouden eeuw. Het eiland Walcheren wordt ontdekt door de (massa)toerist en beroemde kunstenaars strijken er neer. Het Zeeuwse landschap en de Zeeuwse streekdrachten worden in experimentele beelden gevat op het doek.





Links: Maud en Miska Petersham, in: Olive Beaupré Miller, Tales told in Holland (Chicago/Toronto, 1926)

In een regel onder de afbeelding staat dat de getoonde scene zich afspeelt op een oud plein, genaamd de Balans, in de oude stad Middelburg, Provincie Zeeland.
Reclameplaat voor de Provinciale Stoomboot Dienst Zeeland, litho, 1920
Reclameplaat voor de Provinciale Stoomboot Dienst Zeeland, litho, 1920





Links: de in Veere werkzame kunstenaar Jan Heyse styleerde de Zeeuwse dracht in strakke ronde en sierlijke vormen.
Reclameplaat voor de Provinciale Stoomboot Dienst Zeeland, litho, 1920 (Beeldbank Zeeland, recordnr. 4661)

Thema’s

In de jaren 1920 wordt Zeeland in het kinderboek vaak bekeken vanuit moderne Hollandse ogen. Alsof het een achtergebleven gebied is. De Zeeuwse kinderen lopen in identieke streekkostuumpjes. De streekdracht wordt elegant en stilistisch weergegeven en geïdealiseerd. Typische elementen uit de volkscultuur maken onderdeel uit van het verhaal. In de late negentiende eeuw ontstaat in de Verenigde Staten de ‘Holland mania.’ Dat is de belangstelling voor Oud-Hollandse cultuur, waarin ook Zeeland als voorbeeld dient.
Maud en Miska Petersham, in: Olive Beaupré Miller, 'Tales told in Holland' (1926)
Jan Terlouw's 'Oosterschelde windkracht 10' (1976)
Jan Terlouw's 'Oosterschelde windkracht 10' (1976)

De veranderingen die eerst de Tweede Wereldoorlog en daarna de watersnoodramp Zeeland toebrengen, vormen nieuwe thema’s. Het geïnundeerde en ondergelopen land maakt de provincie tot een bar landschap. De eeuwige strijd tegen het water door de Zeeuwen past perfect in de Nederlandse traditie, maar is opnieuw actueel. Bekende boeken zijn onder meer Houen jongens van Klaas Norel en Oosterschelde windkracht 10 door Jan Terlouw (afbeelding links).
Maud en Miska Petersham, in: Olive Beaupré Miller, Tales told in Holland (Chicago/Toronto, 1926)


Creative Commons Licentie