| |
|
|
|
Regels
Zoals bij elk spel gelden voor het Slabberjanspel regels. Deze regels geven aan hoe het spel moet worden gespeeld. Ze zeggen iets over:
- de volgorde van het spel
- de waarde van de speelstukken
- de te gebruiken uitdrukkingen.
Een bijzondere regel bij Slabberjan is echter dat de regels tijdens het spel regelmatig ter discussie staan (en er dus wordt afgeweken van deze regels...).
De speelstukken
Slabberjan heeft in totaal 42 houten speelstukken of doppen. Er zijn 21 verschillende speelstukken, die dus elk tweemaal voorkomen. Een afbeelding of cijfer op de dop geeft aan welke waarde deze heeft. Slabberjan kent acht verschillende afbeeldingen of figuren en dertien cijfers, van nul tot en met twaalf.
Acht van de 21 verschillende speelstukken of doppen van Slabberjan, op een zakje van boerenbont. Het zijn (van links naar rechts): Jan Rit, Herberg, Smoel, Poesje, Pispot, Vogel, Wittebrood en Kap-Af. |
Aan de doppen zit een steeltje zodat ze tussen de vingers vastgepakt kunnen worden. De doppen zijn ongeveer vijf centimeter hoog. De speelstukken worden meestal opgeborgen in een zelfgenaaide zak van ‘schortegoed’. Dit is het boerenbont waarvan de Zeeuwse schorten vervaardigd zijn. Tijdens het spel worden de speelstukken gaandeweg uit deze zak gehaald.
Bij oudere, en zelfgemaakte speelstukken, ontbreekt vaak het steeltje. Ook in de daarvoor gebruikte afbeeldingen (en de interpretatie ervan) komen nogal wat variaties voor.
Jan Rit op een 'dop' van een zelfgemaakt Slabberjanspel. De dop is eigenlijk meer een schijf, met aan één zijde een verdieping waar de afbeelding in staat.
Waarde van de speelstukken
De afbeelding of het cijfer op de dop bepaald de waarde. Elke verschillende afbeelding geeft tevens een naam aan het speelstuk. Er zijn vier afbeeldingen met een lage waarde en vier afbeeldingen met een hoge waarde (de matadoren). Daar tussenin zijn er dertien cijferwaarden, oplopend van nul tot en met twaalf. Over het algemeen geldt, van laag naar hoog, de volgende waarde van de stukken en hun namen:
- Jan Rit (een mannetjesfiguur met een stok, of nar)
- Smoel (een vreemdsoortig gezicht)
- Pispot (een pot zoals die vroeger werd meegenomen naar de slaapkamer)
- Blind (ook wel Wittebrood of Meelzak genoemd en meestal een blank vlak)
- De cijfers 0 tot en met 12
- Herberg (een herberg, of huisje)
- Poesje (een zittende of spinnende poes)
- Vogel (een vogel, lijkend op spreeuw of zwaluw)
- Kap-af (een man te paard met een getrokken zwaard, ook wel Ruiter genoemd)
Inzet
In het spel wordt gespeeld om centen. Bij het begin moeten alle spelers vier centen inzetten.
Deze leggen ze voor zich op tafel neer. Tijdens het spel moet soms een cent betaald worden aan de 'pot'. De winnaar van het spel krijgt de pot.
Smoel, het speelstuk met de op één na laagste waarde.
Delen
De eerste ronde bepaalt wie de zak mag behouden. Elke speler krijgt, blind getrokken, een stuk uit de zak. Diegene die het stuk met de hoogste waarde heeft mag de zak houden. Deze speler moet het eerst delen, te beginnen bij de speler aan de linkerzijde. Vervolgens gaat de zak, met de klok mee, iedere ronde naar een volgende speler.
Ruilen
Het spel gaat om het ruilen van speelstukken. Doel hierbij is om door ruilen aan speelstukken te komen met een hogere waarde. Elke speler met een stuk van lage waarde probeert te ruilen met de speler aan de linkerzijde. Zo kan de speler de eigen positie verbeteren. Wie een goed stuk heeft, zegt ‘ik pas’, ‘basta’ of ‘ik bluuf’. Alle stukken, behalve de matadoren (Herberg, Poesje, Vogel en Kap-af) moeten geruild worden.
Ronde
Speelstukken en zak. Het spel kan beginnen...
(Beeldbank Zeeland, foto W. Helm) |
Een ronde van het spel is voorbij wanneer diegene die de stukken heeft gedeeld weer aan zet is. Deze speler mag, indien gewenst, zijn stuk terzijde leggen en een nieuw stuk uit de zak nemen. Vervolgens worden alle stukken op tafel opengelegd: het zogenaamde ‘blieke (n)’. Wie het laagste stuk heeft, betaalt een cent aan de pot. Daarna gaat de zak door naar de volgende speler en begint het spel opnieuw. Dit gaat net zolang door totdat alle spelers (op één na) hun inzet kwijt zijn. Degene die overblijft is de winnaar en krijgt de pot.
Spelers
Slabberjan kan in principe met twee tot 42 spelers worden gespeeld. Een groep van ongeveer vijf tot vijftien spelers levert echter het beste effect. Er wordt dan veel geruild en dezelfde stukken komen relatief weinig dubbel in het spel voor.
Betalen aan de pot. Eén van de mogelijke discussiepunten...
(Beeldbank Zeeland, foto W. Helm)
Afwijkingen
Meestal wordt Slabberjan gespeeld volgens bovenstaande regels. Soms is men echter gewend de regels anders uit te leggen. Elke Zeeuwse regio kent zo zijn varianten. Het grootste twistpunt ligt met name in de rangorde en de waarde van de stukken. Maar ook wil er wel eens onenigheid ontstaan over wie wanneer moet betalen aan de pot. Dit alles kan leiden tot stevige discussies tijdens het spel. Een extra regel is dan ook om vóór begin van het spel goede afspraken te maken.
|
© geschiedeniszeeland.nl 2009
|